textiel

Created by L

Textielvezel
een vezelvormig materiaal dat dient als basis voor textielproducten.

1/73

TermDefinition
Textielvezel
een vezelvormig materiaal dat dient als basis voor textielproducten.
Polymeer
een stof opgebouwd uit lange ketens van monomeren.
Monomeer
klein molecuul dat kan koppelen tot een polymeerketen.
Kristallijn gebied
geordend deel van een polymeer met weinig beweeglijkheid en hoge sterkte.
Amorf gebied
ongeordend deel van een polymeer met meer ruimte en hogere beweeglijkheid.
Kristalliniteit
percentage geordende zones in een vezel, bepalend voor sterkte en stijfheid.
DP (Degree of Polymerisation)
aantal monomeren dat samen één polymeerketen vormt.
Natuurlijke vezels
vezels afkomstig van planten, dieren of mineralen.
Synthetische vezels
volledig kunstmatig geproduceerde polymeren.
Semi synthetische vezels
chemisch bewerkte natuurlijke polymeren (bv. viscose).
Cellulosevezels
plantaardige vezels opgebouwd uit β glucose-eenheden.
Proteïnevezels
dierlijke vezels opgebouwd uit aminozuren (wol, zijde).
Vlas
cellulosevezel met hoge kristalliniteit en hoog vochtopnemend vermogen.
Katoen
cellulosevezel met middelhoge kristalliniteit en lage vochtopname.
Wol
proteïnevezel met lage kristalliniteit en hoge vochtopname.
Zijde
proteïnevezel met hoge kristalliniteit en glad filament.
Rayon
semi synthetische cellulosevezel met lage DP en lage sterkte.
Textiel
flexibel materiaal opgebouwd uit vezels, verwerkt tot garens en structuren.
Weefsel
textielstructuur opgebouwd uit ketting- en inslagdraden.
Breisel
textielstructuur opgebouwd uit lussen.
Non woven
textiel zonder weef- of breistructuur (bv. vilt).
Monumentaal textiel
grote textielobjecten zoals wandtapijten, gordijnen, baldakijnen.
Passementerie
decoratieve textielafwerking zoals franjes, koorden, galons.
Hippomobiel erfgoed
textiel in voertuigen zoals koetsen, auto’s, trams.
Kerkelijk textiel
liturgische gewaden en objecten zoals kazuivels, stola’s, vaandels.
Archeologisch textiel
textiel dat onder de grond bewaard is gebleven.
Fysische degradatie
schade door mechanische krachten of omgevingsfactoren.
Chemische degradatie
schade door chemische reacties zoals oxidatie, hydrolyse of fotodegradatie.
Alteratie
chemische verandering van materiaal zonder noodzakelijk destructie.
Intern verval
onomkeerbare chemische afbraak van het materiaal.
Oxidatie
reactie met zuurstof die leidt tot ketenbreuk, verkleuring en verzwakking.
Fotodegradatie
afbraak door licht, vooral UV, met verkleuring en sterkteverlies.
Hydrolyse
splitsing van chemische bindingen door water, leidt tot DP daling en brosheid.
Cross linking
nieuwe chemische verbindingen tussen ketens die brosheid veroorzaken.
Vergeeling
oxidatieproduct bij cellulose en proteïnen.
Bleekveld
grasveld waar linnen door zonlicht werd gebleekt.
Metaalcorrosie
oxidatie van metaaldraden in textiel, vaak door vocht.
Zilversulfide
zwart corrosieproduct op zilverdraad door reactie met zwavel.
Legwerk
constructie aan de achterkant van wandtapijten ter ondersteuning.
Doublage
versteviging door een tweede laag textiel aan te brengen.
Treksterkte
maximale kracht die een vezel of garen kan weerstaan.
Effenbinding
weefbinding waarbij elke inslag afwisselend boven en onder ketting loopt.
Keperbinding
weefbinding met diagonaal patroon.
Satijnbinding
weefbinding met lange vlotters en weinig bindingspunten.
Zwaartekrachtschade
vervorming of scheuren door eigen gewicht van textiel.
Mechanische schade
schade door trekken, schuren, manipulatie of gebruik.
Vlekken
lokale vervuiling die chemische degradatie versnelt.
Stofophoping
schurend vuil dat vezels beschadigt en insecten aantrekt.
Waterschade
kringen, brosheid, kleuruitloop en schimmelvorming door vocht.
Schimmel
biologische aantasting door micro-organismen bij hoge RV.
Mycelium
netwerk van schimmeldraden dat in textiel kan doordringen.
Insectenschade
materiaalverlies door motten, kevers of larven.
Pelsmot
motsoort waarvan larven proteïnevezels eten.
Kledermot
mot die vooral wol en bont aantast.
Museumkever
kever waarvan larven gaten in textiel vreten.
IPM (Integrated Pest Management)
geïntegreerde strategie om plagen te voorkomen en te bestrijden.
Feromoonval
val met lokstof om motten te monitoren.
Anoxie
behandeling waarbij zuurstof wordt verwijderd om insecten te doden.
Vriezen
methode om insecten te bestrijden door lage temperaturen.
Thermolignum
warmtebehandeling tegen insecten.
Relatieve vochtigheid (RV)
hoeveelheid waterdamp in de lucht, cruciaal voor textielbehoud.
CIELAB
kleurmeetsysteem met L, a, b coördinaten.*ΔE
Lichtkrediet
maximale hoeveelheid licht die een object mag ontvangen.
Lux
eenheid van lichtsterkte.
Blauwe wol standaard
referentie om lichtgevoeligheid van kleurstoffen te meten.
Opspannen
textiel strak bevestigen, risico op mechanische schade bij RV schommelingen.
Krimp
verkorting van vezels bij hoge RV.
Uitrekkingen
vervorming bij lage RV.
Brosheid
verlies van flexibiliteit door chemische afbraak.
Ondersteuningsvorm
op maat gemaakte drager voor veilig bewaren van textiel.
Oprollen
bewaarmethode voor grote textielobjecten om vouwen te vermijden.
Vlak bewaren
methode om kwetsbaar textiel te beschermen tegen spanning.
Beschermhoes
stofwerende verpakking voor hangende kleding, vaak uit tyvek vervaardigd.