Ontwikkelingsleer week 4 en 5

Created by Stijn Wetzels

Disequilibrium
Wanneer ervaringen onze bestaande kennis ernstig uitdagen. Motiveert om onze denkprocessen aan te passen via equilibratie: het streven naar evenwicht tussen onze interne opvattingen en de externe opvattingen

1/36

TermDefinition
Disequilibrium
Wanneer ervaringen onze bestaande kennis ernstig uitdagen. Motiveert om onze denkprocessen aan te passen via equilibratie: het streven naar evenwicht tussen onze interne opvattingen en de externe opvattingen
Sensomotorische fase (0-2 jaar)
definition image
Intuïtief redeneren/magisch denken in de pre-operationele fase (2-7 jaar)
definition image
Dialectisch denken
Onderdeel van post-formeel denken. Men kan tegenstrijdigheden en paradoxen herkennen en proberen deze te combineren in een grotere, meer samenhangend begrip
Zone van naaste ontwikkeling (Vygotsky)
Het verschil tussen wat kinderen zelfstandig kunnen leren en met begeleiding van een meer vaardige partner
Scaffholding
Gestructureerde hulp die geleidelijk wordt afgebouwd naarmate de leerling zelfstandig wordt
Privéspraak
Volgens Vygotsky spraak gericht naar het kind zelf die het denken en handelen stuurt
Metacognitie
Het vermogen om je eigen cognitieve processen te observeren en besturen
permastore
Kennis en vaardigheden die lang geleden zijn geleerd, blijven lang bestaan
Associatieve deficithypothese
Oudere volwassenen herkennen losse items even goed als jongere maar presteren slechter bij gepaarde informatie zoals naam-gezichtsassociatie
Leeftijd-prospectief geheugen paradox
Jongvolwassenen presteren beter dan oudere volwassenen in het lab op prospectief geheugen, maar slechter in het echte leven
Cued recall bij baby's
Baby's herinneren zich eerder geleerde vaardigheden veel beter wanneer ze hints krijgen
Fuzzy-trace theorie
Stelt dat we herinneringen op twee manieren opslaan: Als instabiele details (verbatim) en als stabiele hoofdboodschap (gist)
Scripts/General event representation (GERs)
Een script is een mentale representatie van een typische reeks gebeurtenissen in een vertrouwde context. Kinderen maken veelvuldig gebruik van scrips
metamemory
Inzicht in het eigen geheugen
Mild Cognitive Impairment (MCI)
Cognitieve pproblemen zijn duidelijk aanwezig en ernstiger dan normaal is voor de leeftijd maar nog niet de ernst van dementie
Reminiscence bump
70-80 jarige hebben een buitenproportioneel aantal herinneringen aan hun adolescentie en vroege volwassenheid
Emotie
omvat een subjectieve evaluatie, fysiologische arousal en expressie.
Het Proces Model van Emotie Regulatie
Legt uit hooe mensen hun emoties kunnen sturen op verschillende momenten
definition image
emotienele competentie
In de kleuter- en schoolleeftijd worden de kinderen beter in het uiten, begrijpen en reguleren van emoties Ontwikkelen mental time-travel, waarbij ze zowel cognitieve als emotionele aspecten van gebeurtenissen kunnen anticiperen of terughalen.
Contra-hedonische doelen
Jongeren proberen niet altijd hun stemming ter verbeteren, maar soms juist negatieve emoties te behouden of positieve te verminderen
Moraliteit
Bestaat uit: Cognitieve component, emotionele component en gedragscomponent
Cognitieve ontwikkelingstheorie over moreel redeneren
het denkproces dat plaatsvindt bij het bepalen of een handeling goed of fout is
definition image
Morele onthechting
Wanneer mensen immoreel gedrag goedpraten om schuldgevoelens te vermijden
Dual-process model
Stelt dat zowel emotionele, inuïtieve onderbuikreacties als cognitieve, doordachte afwegingen een rol in morele besluitvorming spelen.
Psychoanalytische theorie
Morele emoties spelen een centrale rol in moreel gedrag. negatieve emoties remmen verkeerd gedrag waarbij positieve emoties moreel gedrag stimuleren. Superego is de interne stem van mensen ontwikkelt door vroege opvoeding
Theory of Mind (ToM) 1 jaar
is het vermogen om ideeën (theorieën) te vormen over de mentale wereld van jezelf en van anderen en om gedrag te verklaren in termen van mentale toestanden (bedoelingen, verlangens en verwachtingen)
Joint attention
Houdt in dat een kind reageert op of initieert door te volgen wat iemand anders aanwijst of waar het naar kijk
Desire psychology (2jaar)
Kinderen beginnen te begrijpen dat verlangens het gedrag sturen.
Belief-desire psychology (3-4)
Kinderen begrijpen dat gedrag niet alleen door verlangens, maar ook door overtuigingen wordt bepaald
Affectieve empathie
Dit betreft met iemand meevoelen, emotionele verbinding, compassie, emotionele bezorgdheid, emotionele besmetting (emotional contagion)
Cognitieve empathie
Dit betreft rationeel begrip (het vermogen om de mentale toestand van een ander te herkennen en te begrijpen), het perspectief van iemand anders innemen en Theory of Mind.
morele identiteit
Verwijst naar het idee dat iemand zichzelf ziet als een moreel peroon
Moffits theorie
Stelt dat er twee soorten antisociaal gedrag zijn: vroege en late start
Het sociale informatieverwerkingsmodel
Stelt dat agressief gedrag afhangt van hoe mensen sociale situaties interpreteren en verwerken. Bij een provocatie doorlopen mensen verschillende denkstappen om te bepalen wat er is gebeurd en hoe ze moeten reageren. Agressieve jongere hebben vaak hierbij een hostile atribution bias
Patterson’s dwingende gezinsprocessen
definition image