Warburton

Created by w -

Een centrale notie in John Stuart Mills boek On Liberty is de notie van het 'Harm Principle'. Wat houdt dit principe in?
Mills 'Harm Principle' houdt in dat volwassen individuen vrij zouden moeten zijn om te doen wat ze willen tot aan het punt waarop ze schade toe zouden brengen aan een ander persoon. De enige rechtvaardiging om iemand te hinderen in zijn/haar vrijheid om te leven hoe hij/zij verkiest, is wanneer deze persoon hiermee schade zou kunnen berokkenen aan iemand anders.

1/6

TermDefinition
Een centrale notie in John Stuart Mills boek On Liberty is de notie van het 'Harm Principle'. Wat houdt dit principe in?
Mills 'Harm Principle' houdt in dat volwassen individuen vrij zouden moeten zijn om te doen wat ze willen tot aan het punt waarop ze schade toe zouden brengen aan een ander persoon. De enige rechtvaardiging om iemand te hinderen in zijn/haar vrijheid om te leven hoe hij/zij verkiest, is wanneer deze persoon hiermee schade zou kunnen berokkenen aan iemand anders.
Mill presenteert in zijn On Liberty een aantal argumenten voor de bescherming van de vrijheid van meningsuiting. Een van die argumenten is het 'infallibility argument'. Wat houdt dit argument in?
Mill neemt het standpunt in dat mensen er niet vanuit zouden moeten gaan dat ze absoluut onfeilbaar zijn, omdat mensen geneigd zijn om fouten te maken in allerlei opvattingen. Een serieuze denker onderkent dat hij/zij feilbaar is. Menselijke kennis boekt vooruitgang wanneer mensen zich realiseren dat ze zich wellicht zelfs vergissen ten aanzien van zaken die onomstotelijk lijken. Wijsheid houdt in open staan voor diegenen die het oneens zijn met ons. Pas wanneer onze ideeën bloot hebben gestaan aan kritiek en alle tegenwerpingen overwogen zijn, kunnen we enig recht hebben om aan te nemen dat ons oordeel beter is dan dat van een ander.
Een ander argument dat Mill presenteert ten behoeve van de bescherming van de vrijheid van meningsuiting is het 'dead dogma argument'. Wat houdt dit argument in?
Mill betoogt dat zelfs wanneer iemand ervan overtuigd is dat het standpunt dat hij/zij inneemt waar is en hij/zij in hoge mate zeker is van de waarheid van dat standpunt, dit standpunt steeds volledig, frequent en zonder enige angst bediscussieerd zal moeten worden om zijn validiteit te behouden. Gebeurt dit niet, dan zal het standpunt verworden tot een 'dead dogma', een formulaïsch en ondoordacht antwoord op een probleem. Mill vindt dat opvattingen levende waarheden moeten zijn. Een individu moet in staat zijn om de tegenargumenten die aangevoerd kunnen worden tegen zijn standpunt te weerleggen; kan hij/zij dit niet, dan is hij/zij niet gerechtigd zijn/haar standpunt in te nemen, zelfs al zou het standpunt toevallig waar zijn. Maar niet alleen voor het individu, ook voor de maatschappij als geheel is het belangrijk dat ideeën levend gehouden worden door ze van alle kanten te contesteren. Vooruitgang wordt namelijk gerealiseerd door een geciviliseerde strijd rond ideeën, niet door het uitblijven van zo'n strijd. In de woorden van Mill: 'Both teachers and learners go to sleep at their post as soon as there is no enemy in the field'.
Een derde argument dat Mill presenteert ten behoeve van de bescherming van de vrijheid van meningsuiting is het 'partly true argument'. Wat houdt dit argument in?
Mill geeft aan dat er elementen van de waarheid kunnen schuilen in een grotendeels onjuist standpunt. Wanneer een dergelijk standpunt niet gehoord wordt, zouden die elementen van de waarheid verloren kunnen gaan.
Warburton impliceert dat Mill tegen het censureren van Holocaust-ontkenners zou zijn geweest. Waarom zou Mill hiertegen zijn geweest?
Voor Mill is het evident dat zelfs onjuiste opvattingen een rol te spelen hebben in de vrije markt van ideeën. Wanneer we de individuen die onjuistheden verkondigen de mond snoeren, lopen we het gevaar dogmatisch te worden, te geloven zonder te begrijpen, of zonder gepassioneerd te zijn over het bewijs dat onze opvattingen schraagt. Ook lopen we dan het gevaar dat zulke onjuiste opvattingen meer geloof krijgen dan ze verdienen precies vanwege het feit dat ze onderdrukt worden in plaats van openlijk weerlegd.
Enigszins op gespannen voet met het idee van een vrije markt van ideeën staan de zogenaamde 'No Platform-argumenten'. Wat is de kern van deze argumenten?
Het 'No Platform'-standpunt houdt in dat het vanuit moreel oogpunt onacceptabel is om individuen die verwerpelijke ideeën verkondigen geloofwaardigheid te verlenen door ze toegang te geven tot invloedrijke communicatiekanalen, kanalen die vaak een aura van respectabiliteit verlenen aan diegenen die er toegang toe krijgen. 'No platform'-argumenten zijn niet gericht op het compleet censureren van bepaalde standpunten, maar veeleer op het vermijden van het indirect aanbevelen van een spreker door hem/haar een bepaald podium te bieden van waaruit deze spreker zijn/haar standpunten kan verkondigen.