Glas
Created by L
Glasdegradatie
Aantasting van glas door interne en externe factoren die leiden tot verlies van functionaliteit, structuur en/of vorm.
| Term | Definition |
|---|---|
Glasdegradatie | Aantasting van glas door interne en externe factoren die leiden tot verlies van functionaliteit, structuur en/of vorm. |
Glascorrosie | Aantasting van glas door chemische processen. |
Glasverwering | Aantasting van glas onder invloed van weersomstandigheden. |
Samenstelling van glas | Netwerkvormer, smeltpuntverlager/netwerkvervormer, netwerkstabilisator en additieven ![]() |
Netwerkvormer | Hoofdbestanddeel van glas. Component (meestal SiO₂ - zand, keien, bergkristallen,...) die het 3D glasnetwerk vormt. |
Smeltpuntverlager | Netwerkvervormer van glas. Alkali (Na₂O (soda --> asse van zeeplanten), K₂O (potas --> asse van bomen)) dat het smeltpunt van glas verlaagt door Si-O-Si bruggen te verbreken. |
Netwerkstabilisator | Aardalkali (CaCO₃ (krijt)) dat het glasnetwerk opnieuw stabiliseert, onoplosbaar en corrosiebestendig maakt. |
Additieven | Stoffen die kleur, opaciteit of andere optische eigenschappen van glas wijzigen.
Metaaloxiden die oplossen (kleurmiddelen), metaaloxiden die niet oplossen (opaakmakers). |
Silica | Siliciumdioxide (SiO₂), basiscomponent van glas. |
Silica tetraëder | Structuureenheid van glas bestaande uit één Si atoom omringd door vier O atomen. |
Amorf glas | Glas waarbij de orde en structuur van een kristal ontbreekt. Glas, zoals we dat algemeen kennen van vensters en gebruiksobjecten is altijd amorf. ![]() |
Kristallijn silica | Glas waarbij de onderdelen (atomen, moleculen, ionen) gerangschikt zijn in een geordende structuur dat een 3D kristalrooster vormt. ![]() |
Natron | Natuurlijk voorkomend natriumcarbonaat, historische bron van Na₂O in glas (oudheid/ Romeins Rijk). |
Potas | Kaliumcarbonaat uit houtas, historische bron van K₂O in glas (na Romeinse Rijk tot 19de E, vooral in West en Centraal Europa). |
Soda lime glass | Glas met Na₂O en CaO als belangrijkste additieven. |
Potasglas | Glas met K₂O en CaO, typisch voor middeleeuws West Europees glas. |
Mixed alkali glass | Glas dat zowel Na₂O als K₂O bevat. |
High lime low alkali glass | Glas met veel CaO en weinig alkali, chemisch stabieler. |
Loodglas | Glas met PbO, zeer helder, zwaar en chemisch resistent. |
Cristal | Historische term voor loodglas dat bergkristal imiteert. |
Opalescent glas | Glas dat licht verstrooit door onopgeloste metaaloxiden. |
Kleurmiddel | Metaaloxide dat oplost in glas en kleur veroorzaakt. |
Opaakmaker | Metaaloxide dat niet oplost en glas ondoorzichtig maakt. |
Glas-in-lood | Architecturaal glas verbonden met loodprofielen. |
Vlakglas | Plat glas zoals vensterglas. Kan zowel in buiten- als binnenklimaat voorkomen. |
Holglas | Geblazen glasobjecten zoals flessen, kelken en vazen. |
Archeologisch glas | Glas dat lange tijd in bodem of water heeft gelegen en sterk gedegradeerd is. |
Condensatie | Waterfilm op glasoppervlak die corrosie activeert. |
Mechanische stress | Fysische belasting zoals vallen, trillen of druk die breuken veroorzaakt. |
Thermische stress | Spanningen door temperatuurverschillen of verkeerde afkoeling. |
Annealing | Proces waarbij glas langzaam wordt afgekoeld om interne spanningen te verwijderen. |
Thermische schok | Plots temperatuurverschil dat glas doet barsten. |
Breuk | Mechanische scheur in glas door impact of spanning. ![]() |
Lacune | Ontbrekend deel van glas door breuk of corrosie. |
Breuklood | Loodprofiel gebruikt om glasbreuken te herstellen. |
Epoxylijm | Transparante lijm met brekingsindex vergelijkbaar met glas. |
Koperfolietechniek | Tiffany techniek waarbij breuken worden omwikkeld met koperfolie en gesoldeerd. |
Krassen | Mechanische groeven die corrosie kunnen versnellen. ![]() |
Irisatie | Regenboogkleurig effect door interferentie in gelamineerde degradatielagen. ![]() |
Interferentie | Versterking of uitdoving van licht door reflectie tussen dunne lagen. |
Lamellaire structuur | Gelaagde degradatiezone in glas die irisatie veroorzaakt. ![]() |
Corrosiekorst | Dikke, vaak matte of poederige laag van gedegradeerd glas. ![]() |
Solarisatie | Verkleuring van glas door UV straling, vaak paars door Mn ionen. ![]() |
Mangaanverbruining | Bruin paarse verkleuring;
Ofwel externe bron: Mn₃⁺ (Mn₂O₃) en Mn₄⁺ (MnO₂) komt uit de omgeving en penetreert in de aangetaste laag
Ofwel interne bron: Mn₂⁺ uit het glas oxideert (zuurstof aangevoerd langs barsten en lamellen) ![]() |
Crizzling | Fijn craquelé patroon door verlies van alkali en vochtopname. ![]() |
Putcorrosie | Diepe puntvormige corrosieputjes veroorzaakt door water en basische omstandigheden. ![]() |
Verlies van glasverf | Afschilferen van brandschildering door thermische stress of corrosie. ![]() |
Waterfilm | Dun laagje water op glas dat ionenuitwisseling mogelijk maakt. |
Ionenuitwisseling | Proces waarbij Na⁺ of K⁺ uit glas worden vervangen door H⁺ uit water of zuur. |
Dealkalinisatie | Verlies van alkali ionen uit glasoppervlak. |
Hydrolyse | Chemische reactie waarbij water Si-O-Si bruggen verbreekt. |
Basische aantasting | OH⁻ breekt Si-O-Si bruggen en vernietigt het glasnetwerk. De reactie herhaalt zich zolang er water aanwezig is. ![]() |
Zure aantasting | H⁺ vervangt Na⁺ of K⁺, maar tast het netwerk zelf nauwelijks aan.
Resultaat:
• Bovenste laagje van glas reageert met zuur:
• Daar ionenuitwisseling: H⁺ gaat in het glas, Na⁺ gaat er uit
• Reactie valt echter stil: het gevormde Na₂SO₄ is neutraal
• Bulk van het glas wordt niet verder aangetast
• Glas is dus relatief goed bestand tegen zuren
• Uitzondering is fluorzuu(HF)! ![]() |
Neutrale aantasting | Langzame corrosie door stilstaand water zonder sterke pH afwijking.
drie fasen:
1. Vorming van een gel layer
2. Afbraak/oplossen van het glasnetwerk
3. Vorming van een korst ![]() |
Vorming van een gel layer | Fase 1 bij een neutrale aantasting;
Condensatie (door luchtvochtigheid) of regen: in beide gevallen vormt er zich een waterfilm op het glas oppervlak. Eventueel vuil en stof op het oppervlak houdt het water langer vast en trekt het zelfs aan (hygroscopisch)
= bevordert degradatie
= belangrijk om vuil te verwijderen/reinigen ![]() |
Het glasnetwerk lost op | Fase 2 bij een neutrale aantasting;
Als de waterfilm ter plaatse blijft: dan blijven de gevormde hydroxilgroepen (OH- ) achter ![]() |
Vorming van een opake korst | Fase 3 bij een neutrale aantasting;
Stoffen van milieuvervuiling komen in de waterfilm: CO₂, SO₂, NO₂, samen met stof en kwarts partikels etc.
Als de waterfilm opdroogt (bv. door zon) verdampt het water en precipiteren de gevormde stoffen als kristallen op het oppervlak.
Er vormt zich een laag met onoplosbare, witte producten zoals K₂SO₄, CaSO₄, CaCO₃, etc.) op het glasoppervlak. ![]() |
Hydroxide ion | OH⁻, agressieve base die glasnetwerk afbreekt. |
Natriumsulfaat | Zout dat ontstaat wanneer Na⁺ uit glas reageert met zwavelzuur. |
HF aantasting | Fluorzuur vervangt O²⁻ door F⁻ en vormt vluchtig SiF₄, waardoor glas oplost. |
Appliqué glas | Gekleurd glas dat op kleurloos glas is gesmolten en met HF kan worden weggeëtst. |
Etstechniek | Historische methode om glas mat of transparant te maken met HF. |
Corrosiecyclus | Proces waarbij water, pH en ionenuitwisseling elkaar versterken. |
Wateroplosbaarheid | Eigenschap van glas zonder stabilisatoren om op te lossen in water. |
Aardalkali ion | Divalent ion (Ca²⁺, Mg²⁺) dat glas stabiliseert. |
Alkali ion | Monovalent ion (Na⁺, K⁺) dat glas kwetsbaarder maakt. |
Bridging oxygen | O atoom dat twee Si atomen verbindt. |
Non bridging oxygen | O atoom dat slechts één Si atoom verbindt en aan een alkali bindt. |
Corrosiefront | Grens tussen intact glas en gedegradeerde laag. |
Gehydrateerde laag | Waterhoudende zone aan het glasoppervlak na ionenuitwisseling. |
Gel laag | Silicarijke laag die achterblijft na uitloging van alkali. |
Interne spanningen | Spanningen in glas door productie of temperatuurverschillen. |
Brandschildering | Glasverf die in het glasoppervlak wordt ingebrand. |
Koudebrugfunctie | Glas dat warmte snel geleidt en condens veroorzaakt. |
Condensschade | Corrosie door langdurige waterfilm op glas. |
Atmosferische polluenten | Zwavel- en stikstofoxiden die glas aantasten. |
Zure regen | Regenwater met lage pH dat glasoppervlakken aantast. |
Micro-organismen | Schimmels of bacteriën die glasoppervlak kunnen koloniseren. |
Archeologische stabiliteit | Evenwichtstoestand van glas in bodem die bij opgraving verstoord wordt. |
Maritieme degradatie | Corrosie van glas in zout water door chloriden. |
Vitrificatie | Proces waarbij radioactief afval in glas wordt ingesloten. |
Dishwasher corrosion | Snelle degradatie door basische detergenten en temperatuurcycli. |
Tritan glas | Modern glas met Ti/Zr oxiden, zeer resistent tegen vaatwasser. |
Feather type cracking | Veerachtige barstpatronen door krassen gevolgd door corrosie. |
Gelaagd glas | Glas met meerdere degradatielagen die loskomen. |
Glasnegatief | Fotografisch negatief op glasdrager, gevoelig voor breuk en degradatie. |
Glazuur | Glaslaag op keramiek die kan degraderen zoals glas. |
Smalt | Blauw potasglas als pigment, gevoelig voor degradatie en verkleuring. |
Interieurglas | Glas in museale omgeving met beperkte vochtbelasting. |
Exterieurglas | Glas blootgesteld aan regen, wind, UV en polluenten. |
Crizzling zone | Zone met microbarsten door vocht ioneninteractie. |
Corrosiekanaaltjes | Microscopische groeven waar corrosie zich verdiept. |
Verweerd oppervlak | Mat, ruw oppervlak door langdurige corrosie. |
Glaslamellen | Dunne afbladderende laagjes in gedegradeerd glas. |
Beschermende buitenbeglazing | Door het hele glas-in-loodpaneel naar binnen te brengen wordt het beschermd tegen neutrale aantasting ![]() |



















