Leg uit wat syllogismen zijn.
Drie proposities worden gecombineerd:
1e premisse
2e premisse
conclusie
--
alle mensen zijn sterfelijk.
socrates is een mens.
socrates is sterfelijk.
In dit voorbeeld is 'sterfelijk' het predicaat.
| Term | Definition |
|---|---|
Leg uit wat syllogismen zijn. | Drie proposities worden gecombineerd:
1e premisse
2e premisse
conclusie
--
alle mensen zijn sterfelijk.
socrates is een mens.
socrates is sterfelijk.
In dit voorbeeld is 'sterfelijk' het predicaat. |
Wat is een geldige redenering? | Iets is een geldige redenering, wanneer de conclusie noodzakelijkerwijs voortvloeit uit de premissen. |
Aristoteles' logica is termen- of predicatenlogica. Bij deze logica horen vier soorten proposities. Wat zijn ze? | A. Universeel bevestigend
B. Universeel ontkennend
C. Particulier bevestigend
D. Particulier ontkennend |
De vier proposities | wat is 'universeel bevestigend'? | Alle mensen zijn sterfelijk.
Alle mensen, universeel;
zijn sterfelijk, zijn iets. |
De vier proposities | wat is 'universeel ontkennend'? | Geen mens is onsterfelijk.
Geen mens, universeel;
is onsterfelijk, zijn iets niet. |
De vier proposities | wat is 'particulier bevestigend'? | Sommige mensen zijn zwart.
Sommige mensen, particulier;
zijn zwart, zijn iets. |
De vier proposities | wat is 'particulier ontkennend'? | Sommige mensen zijn niet zwart.
Sommige mensen, particulier
zijn niet zwart, zijn iets niet. |
Wanneer is een syllogisme geldig? | Een syllogisme is gelding wanneer het een:
1 logisch gezien
2 concrete beredenering
is.
Het kan dus wel geldig, en toch niet waar zijn. Een premisse wordt slechts *aangenomen* om waar te zijn. |
Hebben wij aangeboren kennis, volgens Aristoteles? | Nee. Kennis ontstaat uit waarneming, door generalisatie en abstractie. Het onderzoek begint bij de 'endoxa', de aannemelijke opvattingen. |
De 10 categorieën van de werkelijkheid | Wat is de belangrijkste categorie? | 1. substantie -> denk: 'deze' man, 'dit' paard. De andere negen categorieën zijn accidenten, alleen de substantie kan op zichzelf bestaan. De rest komt op substantie toe. |
De 10 categorieën van de werkelijkheid | Wat zijn de twee soorten substantie? | De twee soorten substantie, de belangrijkste categorie van de werkelijkheid:
1. individuele wezen of ding -> deze mens, Socrates
2. algemene klasse waartoe de 1e behoort -> essentie, 'wat'heid, vorm. (Bijvoorbeeld: mens, levend wezen.)
Dus: de eerste is materie (onbepaaldheid, potentie (tijd/plaats), individualiteit, DEZE mens), de tweede is vorm (bepaling, actualiteit, soortelijke bepaaldheid, deze MENS. Materie is dus iets concreets, hoe we van elkaar verschillen. |
De 10 categorieën van de werkelijkheid | Wat zijn de overige 9 categorieën van de werkelijkheid? | 2. kwantiteit - twee meter lang
3. kwaliteit - wit, geletterd
4. relatie - dubbel, groter
5. plaats - op de markt
6. tijd - gisteren, vorig jaar
7. houding - zitten, liggen
8. (aan)hebben - schoenen aanhebben
9. doen - snijden
10. ondergaan - gesneden worden |
De ideeën van Plato werden vaak vormen genoemd. Hij gebruikte ook soms het woord voor idee dat Aristoteles voor vorm gebruikte (Eidos). Wat is Plato's theorie van de transcendente vormen? | Plato geloofde in de transcendente vormen, dat wil zeggen, erbovenuitstijgende vormen -> de ideeënwereld, idee bed dat boven in een dimensie uit ons bereik ligt tot we sterven & voor we geboren zijn (ofzo?) |
De ideeën van Plato werden vaak vormen genoemd. Hij gebruikte ook soms het woord voor idee dat Aristoteles voor vorm gebruikte (Eidos). Wat is Aristoteles' theorie van immanente vormen? | Mensen zijn immanent. De mens reikt niet verder dan hier. De vormen bevinden zich juist in de wereld, niet een ideeënwereld. Dus:
Socrates, Plato, Aristoteles zijn allemaal mens. Dat is de overeenkomst tussen de drie, en dat bevindt zich in de wereld. Mannen geven de mensheid volgens Aristoteles door aan de kinderen bij de voortplanting. |
Soorten verandering | Wat is accidentele verandering? | Mijn kinderen worden groot - ze groeien, maar hun essentie blijft hetzelfde.
Een zwarte kat is een substantie met zwart als accident. De essentie van een kat is de katheid en niet de kleur van de vacht, die kan namelijk ook bruin of rood zijn.
Als één of meerdere accidenten van een substantie wijzigen, dan ondergaat de substantie een accidentiële verandering. Stel dus dat de kat door ouderdom een grijze vacht krijgt, dan is dat een accidentiële verandering, het is nog steeds een kat. Een accidentiële verandering betekent dus niet dat de substantie verandert in een andersoortige substantie. Als een zwarte kat door een of ander wonder verandert in een zwarte hond dan is dit geen accidentiële, maar een substantiële verandering. |
Soorten verandering | Wat is substantiële verandering? | Het blok marmer heeft de *potentie* om het hoofd van Socrates te worden, maar door *actualisering* wordt die potentie actualiteit.
Als een zwarte kat door een of ander wonder verandert in een zwarte hond dan is dit geen accidentiële, maar een substantiële verandering. |
Bij elke verandering/beweging kunnen vier vragen gesteld worden:
Wat is er veranderd?
Hoe is de vorm tot stand gekomen?
Wie/wat heeft de verandering teweeggebracht?
Met welk doel?
Om deze vier vragen te beantwoorden gaf Aristoteles vier oorzaken: | 1. een materiële oorzaak - het ongevormde marmer
2. een vorm-oorzaak - het hoofd van Socrates
3. een bewerkstelligende oorzaak - de beeldhouwer
4. een doel-oorzaak - het verbeelden van Socrates |
Teleologie: | De aanname dat er in de natuur doeloorzaken aan het werk zijn. Immanente teleologie = Aristoteles: de doeloorzaak tot het uitgroeien van een eikel tot een eik is het in de eikel ingebouwde, natuurlijke streven om een volwassen eik te worden. Hier ligt het verband tussen biologie en filosofie. |
Elementaire verandering | Aristoteles neemt aan dat elementen wel veranderend zijn. Maar, wat er ook gebeurt, bij elke verandering moet iets hetzelfde blijven. Water kan in lucht overgaan omdat de vochtigheid gehandhaafd blijft, en lucht in vuur omdat zo de warmte gehandhaafd blijft.
Er is dus sprake van voortdurende uitwisseling van de elementen. Latere Aristoteles-volgers bedachten een nieuw concept. Over welk concept gaat het hier? | Prima materia - eerste materie. Het draagt de eigenschappen voch & temperatuur en wordt 1 van de 4 elementen door die eigenschappen aan te nemen. |
Wat is het vijfde element? | Aether.
Natuurlijke beweging van dit element is cirkelbeweging, niet omhoog en omlaag. Aether is te vinden in de sterhemel, het heeft iets eeuwigs. |
Onbewogen bewegers - wat betekent dit? | Elke hemelsfeer is een onbewogen beweger. Ze hebben geen bewerkstelligende oorzaken behalve zichzelf. Buiten de buitenste hemelsfeer, de Aether, bevindt zich de eerste onbewogen beweger, die als doelsoorzaak voor alle overige bewegingen fungeert. |
Hemellichamen - leg hun belangrijkste aspecten uit. | Elk hemellichaam bevindt zich op onzichtbare holle bol.
Wij zien zon, maar eigenlijk is het een lichtgevend vlekje op een holle glazen bol die wij niet zien, maar dat is wat ronddraait, en niet de zon zelf.
De kosmos bestaat uit holle bollen die elkaar helemaal omvatten maar elk hun eigen draaibeweging kunnen hebben. Zo'n sfeer beweegt uit zichzelf. |
God als onbewogen beweger: | Als eerste onbewogen beweger in de rangorde fungeert hij ook als de doeloorzaak. |
Goddelijk intellect - wat houdt het in? | Aangezien actualiteit volmaakter is dan potentie, moet het goddelijke intellect zuiver & actueel zijn, dus een *daadwerkelijk denkend intellect*.
En, aangezien geen object volmaakter is dan Goddelijk intellect, moet het *zichzelf denken*. |
Het goddelijke intellect is voorwerp van: | 1 verlangen
2 navolging
-> en dus doeloorzaak voor al het overige! |
Volgens Aristoteles kunnen alle processen herleidt worden naar processen om de eeuwigheid te naderen. De beste manier om eeuwigheid te naderen (voor levende wezens) is.. | ..zorgen voor nieuwe generaties (voortplanting). |
De definitie van de ziel: | De ziel is de vorm, de eerste actualiteit, van het natuurlijke lichaam dat in potentie leven bezit. De ziel is wat het verschil maakt tussen een wel- en niet-levend lichaam. |
Wat is een 'eerste actualiteit'? | Een 1e actualiteit, vaak 'leven', is een actualiteit die een tweede *potentie* met zich meebrengt. De eerste actualiteit is zelf ook de eerste potentie die is *geactualiseerd*.
Een voorbeeld van de mens: een mens heeft de potentie tot leven, en wanneer de mens na de geboorte ook leeft, is deze potentie geactualiseerd. Bij de eerste actualiteit, leven, komt een tweede potentie: waarnemingsvermogen. Deze potentie wordt de tweede actualiteit wanneer de mens hun ogen opent en ziet (als dit mens dat kan), en geeft de derde potentie tot lezen. Zo gaat deze reeks van potenties en actualiteiten verder. |
Wordt je gelijk geboren met al je actualiteiten? | Nee, en ja: je wordt geboren met alle actualiteiten *die je kan ontwikkelen.* Ze zitten in je ziel. Je krijgt ze van je biologische vader. Mensen en dieren zielen zijn verschillend in de actualiteiten en potenties. |
Elke diersoort heeft een eigen ziel, maar hier zitten klassen in: | 1) vegetatieve zielen -> in planten, beperkt aantal vermogens.
2) sensitieve zielen -> in dieren, beweging en waarneming.
3) cognitieve zielen -> in mensen, denkvermogen. |
Gelooft Aristoteles in het voortbestaan van de ziel? | Nee. Zielsverhuizing is bij geen enkele soort ziel mogelijk. Plato gelooft hier *wel* in. |
Hoe 'ontwikkel' je je deugd volgens Aristoteles? | Door oefening. Je moet streven naar de beste versie van jezelf. 'Aretê' (dit streven) is een aangeleerde karakterhouding die ons in staat stelt bij keuzes het redelijke midden te vinden. |
Wat is de connectie tussen deugd en goede daden? | Deugd is niet rechtstreeks verbonden aan goede daden. Deugd is de houding waaruit goede daden voortkomen. Je ontwikkelt je deugd via oefening; daarom moet je volgens Aristoteles jonge mensen ook niet teveel kwalijk nemen; ze hebben nog niet de kans gehad om hun deugd daadwerkelijk goed te ontwikkelen.
(+ Volgens Socrates is deugd gelijk aan kennis.) |
Voor Aristoteles, werd deugd gezien als het uiterste van de schaal. Aristoteles zelf begon deugd als het midden van de schaal te zien. Hoe zag deze schaal er uit bij Aristoteles? | Gebrek: Deugd: Exces:
Lafheid Moed Overmoed
Nederigheid Zelfrespect IJdelheid
Vals.bescheidenheid Zelfkennis Opschepperij
Gierigheid Vrijgevigheid Verspilling |
De mens is een sociaal-politiek dier. Leg dit uit. | De mens kan alleen het goede leven 'ervaren'/bereiken binnen een politieke gemeenschap. Goed leven is moeilijk/onmogelijk als je niet de goede context hebt: gezondheid, familie, rijkdom, etc. |
Wat zijn de vier stadia van de ontwikkeling van de kennis? | 1: waarneming (alle dieren)
2: geheugen (sommige dieren)
3: ervaring (anderen dan de mens)
4: kennis & kundigheid - theoretisch en toegepast praktisch (de mens) |
Hoe ontstaat een herinnering uit een waarneming? | Een herinnering is een opgeslagen waarnemingsfeit. Zo ontstaat een herinnering dus uit een waarneming. |
Hoe ontstaat ervaring uit geheugen? | Ervaring ontstaat uit geheugen door verschillende herinneringen over vergelijkbare situaties te hebben. |
Hoe ontwikkel je kennis? | Je ontwikkelt kennis door *inductie* over verschillende herinneringen. |
Vormen van waarneming: | Wij geven als mensen de voorkeur aan het zicht. Het levert ons de meeste informatie op. Gehoor is ook ontzettend belangrijk voor de communicatie. |
Hoe verschilt kennis van ervaring? | Bij het overgaan van ervaring naar kennis, komt er kennis bij over 'de omdat'. Ervaring betreft bijzondere dingen, kennis algemene dingen. Ervaring is kennis van 'dat'; kennis is van 'omdat'. Kennis is ook onderwijsbaar, en ervaring niet. Ervaring komt toe aan de handwerker, kennis komt toe aan de meester. |
Is er goddelijke kennis? Hoe kunnen wij deze kennis als mensen bereiken, als het er is? | Goddelijke kennis bestaat, maar mensen hebben hier geen toegang tot. |
Hoe ontwikkel je wijsheid? | Verwondering is een voorwaarde van het ontwikkelen van wijsheid. Zodra je de wijsheid hebt bereikt, verwonder je niet meer. Wijsheid en verwondering sluiten elkaar uit. |
Volgens Aristoteles, is ethisch handelen te beschrijven aan drie doelen: | 1) een einddoel
2) het ontbreken van een einddoel
3) een tussenklasse
(Is het omwille van iets anders, of niet?) |
Het einddoel is volgens Aristoteles het belangrijkst. Het geluk kan het einddoel zijn voor het menselijk handelen, omdat.. | .. je geluk *nooit* kiest omwille iets anders. |
Geluk kan zich *NIET* beperken tot slechts één individu. De kring van mensen om je heen beïnvloed je geluk ook. (-> Stoïcijnen waren het hier niet mee eens!)
Geluk is het grootste goed. Leg dit uit. | Geluk is het grootste goed, niet 1 tussen vele. Anderen goeden zijn juist deel van het geluk. Denk aan rijkdom bijvoorbeeld. |
Menselijk geluk is een taak van de mensen. Leg het onderscheid tussen mensen en dieren aan de hand van geluk uit. | Het verschil tussen mens en dier zit in de rede, en het geluk zit ook ergens in de rede. Het toepassen van/handelen met de rede brengt je dichter bij geluk, en alleen mensen kunnen dit. |
Waarom kunnen we pas van geluk spreken als je leven voltooid is? | Omdat je misschien niet weet dat er omstandigheden speen die wel inbreuk maken op je geluk. Denk aan een partner die vreemdgaat achter je rug om. |
Sommige mensen stellen geluk en genot gelijk (Hedonisten). Wat vindt Aristoteles hiervan? | Aristoteles reactie hierop is een drogreden: hij haalt de mensen die geluk en genot gelijkstellen weg uit zijn 'onderzoeksgroep' en zegt dat het 'onnatuurlijk' is. Het is alleen natuurlijk om genot te beleven aan edele daden, niets anders is natuurlijk. |
Volgens Aristoteles is het onmogelijk/moeilijk om edel te handelen als men niet over de nodige middelen beschikt. Leg dit uit. | Gemis van sommige goederen, zoals vrienden, rijkdom, politieke macht, of schoonheid, doet afbreuk aan je volmaakte geluk. |
Volgens Aristoteles is het enige wat mis is met slavernij het *systeem* van hoe het wordt uitgevoerd. Leg dit uit. | Aristoteles vindt dat sommige mensen natuurlijke slaven, en sommige mensen natuurlijke meesters zijn. Het is volgens hem in belang van deze mensen om als slaaf behandeld te worden. Slaafheid zit volgens hem in iemands ziel.
Het enige wat Aristoteles slecht vindt aan de slavernij, is dat door bijvoorbeeld oorlog ook mensen tot slaaf worden gemaakt terwijl ze de slaafheid in hun ziel ontbreken. Dan heeft Aristoteles er pas een probleem mee, anders niet. |