| Term | Definition |
|---|---|
Hoe vervoeg je een woord in tt zwakwoord in de ich (ik) vorm? | Stam+e |
Hoe vervoeg je een woord in tt zwakwoord in de ich (ik) vorm? | Stam+e |
Hoe vervoeg je een woord in tt zwakwoord in de du (jij) vorm? | Stam+st |
Hoe vervoeg je een woord in tt zwakwoord in de hij/zij/het/men vorm? | Stam+t |
Hoe vervoeg je een woord in tt zwakwoord in de wir (wij) vorm? | Stam+en |
Hoe vervoeg je een woord in tt zwakwoord in de ihr (jullie) vorm? | Stam+t |
Wat wordt de nieuwe uitgang bij du als een zwakwerkwoord eindigt op een sisklank (s.ss.ß.x of z)? | Stam+t |
Hoe vervoeg je een woord in vt zwakwoord in de ich (ik) vorm? | Stam+te |
Hoe vervoeg je een woord in vt zwakwoord in de du (jij) vorm? | Stam+test |
Hoe vervoeg je een woord in vt zwakwoord in de hij/zij/het/men vorm? | Stam+te |
Hoe vervoeg je een woord in vt zwakwoord in de wir (wij) vorm? | Stam+ten |
Hoe vervoeg je een woord in vt zwakwoord in de ihr (jullie) vorm? | Stam+tet |
Hoe vervoeg je een woord in tt zwakwoord in de ich (ik) vorm? | Stam+e |
Hoe vervoeg je een woord in tt zwakwoord in de du (jij) vorm? | Stam+st |
Hoe vervoeg je een woord in tt zwakwoord in de hij/zij/het/men vorm? | Stam+t |
Hoe vervoeg je een woord in tt zwakwoord in de wir (wij) vorm? | Stam+en |
Hoe vervoeg je een woord in tt zwakwoord in de ihr (jullie) vorm? | Stam+t |
Wat wordt de nieuwe uitgang bij du als een zwakwerkwoord eindigt op een sisklank (s.ss.ß.x of z)? | Stam+t |
Hoe vervoeg je een woord in vt zwakwoord in de ich (ik) vorm? | Stam+te |
Hoe vervoeg je een woord in vt zwakwoord in de du (jij) vorm? | Stam+test |
Hoe vervoeg je een woord in vt zwakwoord in de hij/zij/het/men vorm? | Stam+te |
Hoe vervoeg je een woord in vt zwakwoord in de wir (wij) vorm? | Stam+ten |
Hoe vervoeg je een woord in vt zwakwoord in de ihr (jullie) vorm? | Stam+tet |
Hoe vervoeg je een woord in vt zwakwoord in de sie (zij) vorm? | Stam+ten |
Hoe vervoeg je een woord in vt zwakwoord in de Sie (u) vorm? | Stam+ten |
Het voltooid deelwoord (das Partizip) wordt in het Duits gevormd door | ge+stam+t |
Het voltooid deelwoord van werkwoorden op -ieren wordt gevormd door | stam+t |
Het voltooid deelwoord van werkwoorden met be- of ver- wordt gevormd door: | stam+t |