Metaal
Created by L
| Term | Definition |
|---|---|
Kneedbaarheid | Eigenschap van metaal waarbij het vervormd kan worden zonder te breken. |
Plastische vervorming | Permanente vervorming van metaal wanneer de elasticiteitsgrens wordt overschreden. |
Thermische expansie | Uitdijing van metaal bij temperatuurstijging. |
Conductiviteit | Vermogen van metaal om warmte of elektriciteit te geleiden. |
Corrosiviteit | Neiging van een metaal om te reageren met de omgeving en te corroderen. |
Legering | Mengsel van twee of meer metalen om eigenschappen te verbeteren. |
Dendritische structuur | Open kristalstructuur typisch voor gegoten metalen. |
Korrelstructuur | Compacte kristalstructuur typisch voor gewalste of gesmede metalen. |
Koud bewerken | Mechanische vervorming zonder verhitting, veroorzaakt verharding. |
Rekristallisatie | Proces waarbij vervormde kristallen opnieuw vormen door verhitting. |
Fysische schade | Schade door mechanische of fysische processen, vaak leidend tot meer corrosie. |
Losse onderdelen | Onderdelen die niet meer stabiel verbonden zijn en risico vormen op schade. |
Bewegende onderdelen | Elementen die door speling of gewicht kunnen verschuiven en slijtage veroorzaken. |
Materiaalverlies | Ontbreken van origineel metaal door breuk, slijtage of corrosie. |
Lacune | Ontbrekende zone in het materiaal door verlies of corrosie. |
Deformatie | Plastische vervorming van metaal zonder breuk. |
Torsie | Vervorming door draaiende kracht, voorbij het elastisch gebied. |
Elasticiteitsmodulus (Young’s modulus) | Maat voor stijfheid van een metaal. |
Elastisch gebied | Zone waarin metaal terugkeert naar oorspronkelijke vorm na belasting. |
Plastisch gebied | Zone waarin vervorming permanent wordt. |
Breukvlak | Oppervlak dat zichtbaar wordt na breuk, geeft informatie over type schade. |
Brosse breuk | Breuk zonder plastische vervorming, typisch voor harde of gegoten metalen. |
Metaalkristallen | Korrelstructuren zichtbaar op breukvlak bij brosse breuk. |
Interne spanningen | Spanningen in metaal door vervaardiging of corrosie die scheuren veroorzaken. |
IJzeren armatuur | Interne structuur in bronzen beelden die kan corroderen en spanning veroorzaakt. |
Gietkernresten | Restanten van de verloren-was techniek die vocht vasthouden en corrosie versnellen. |
Stabiliteitsprobleem | Verlies van structurele balans door verzwakking of verzakking. |
Problematische verbinding | Verbinding die loskomt door corrosie, slijtage of spanning. |
Slakinsluiting | Ingesloten onzuiverheden in las die corrosie en zwakte veroorzaken. |
Porositeit | Kleine holtes in las- of gietwerk die vocht vasthouden en corrosie versnellen. |
Oude herstelling | Niet compatibele of slecht uitgevoerde reparatie die nieuwe schade veroorzaakt. |
Zachtsoldeer | Lood tin soldeer dat spanningscorrosie kan veroorzaken op edele metalen. |
Spanningscorrosie | Scheurvorming door combinatie van trekspanning en corrosief milieu. |
Intergranulaire corrosie | Corrosie langs korrelgrenzen van metaal. |
Transgranulaire corrosie | Corrosie dwars door de kristallen heen. |
Filiform corrosie | Draadvormige corrosie onder coatings. |
Galvanische corrosie | Corrosie door contact tussen twee verschillende metalen in een elektrolyt. |
Anode | Deel van metaal dat oxideert en elektronen verliest. |
Kathode | Deel van metaal dat elektronen opneemt en beschermd wordt. |
Elektrolyt | Vochtrijke omgeving die ionen geleidt en corrosie mogelijk maakt. |
Redoxreactie | Gelijktijdige oxidatie en reductie die corrosie aandrijft. |
Oxidatie | Proces waarbij metaal elektronen verliest (anode). |
Reductie | Proces waarbij zuurstof elektronen opneemt (kathode). |
Patina | Corrosielaag die zich vormt op metaal, natuurlijk of artificieel. |
Passieve patina | Dichte, stabiele corrosielaag die verdere corrosie vertraagt. |
Actieve corrosie | Poederige, felgekleurde, instabiele corrosielaag. |
Cupriet | Koper(I)oxide (Cu₂O), donkerrode eerste corrosielaag op koperlegeringen. |
Kopersulfiden | Zwarte corrosieproducten op koper door zwavelverbindingen. |
Kopercarbonaten | Groene corrosieproducten zoals malachiet. |
Kopersulfaten | Blauwgroene corrosieproducten door zwaveldioxide. |
Putcorrosie | Diepe, lokale corrosieputjes veroorzaakt door chloriden. |
Spleetcorrosie | Corrosie in nauwe ruimtes met zuurstofarme omstandigheden. |
Uniforme corrosie | Egale corrosie over het oppervlak. |
MIC | Microbiologisch geïnduceerde corrosie. |
Potentiaalverschil | Spanningsverschil tussen metalen dat galvanische corrosie bepaalt. |
Edelheidsreeks | Rangschikking van metalen volgens hun neiging tot oxideren. |
Opofferingsanode | Minder edel metaal dat opzettelijk corrodeert om ander metaal te beschermen. |
Passivering | Vorming van een dichte oxidefilm die verdere corrosie verhindert. |
Atmosferische corrosie | Corrosie door blootstelling aan lucht, vocht en polluenten. |
Marine corrosie | Corrosie in zoute omgeving, sterk chloride gedreven. |
pH invloed | Zuur milieu versnelt corrosie, basisch kan passiveren. |
Thermische schommelingen | Temperatuurwissels die uitzetting en scheurvorming veroorzaken. |
Vorstschade | Schade door uitzettend bevroren water in holtes of barsten. |
Stilstaand water | Water dat corrosie versnelt door zuurstofgradiënten. |
Slijtage | Mechanische verwijdering van materiaal door wrijving. |
Patinaslijtage | Wegwrijven van patina door aanraking of poetsen. |
Craquelure | Barstvorming in verf- of laklagen door uitzettingsverschillen. |
Delaminatie | Loskomen van lagen zoals verf, vernis of coating. |
Blindslag | Uitkristallisatie van waslagen door warmte of vocht. |
Galvanische laag | Opgebrachte metaalcoating zoals zink of nikkel. |
Vuurvergulding | Verguldtechniek met goud-amalgaam, gevoelig voor slijtage. |
Email | Glasachtige decoratieve laag op metaal, gevoelig voor barsten. |
Niëllo | Zwart inlegwerk van zilversulfiden, gevoelig voor slijtage. |
Polychromie op metaal | Verflagen op metaal die barsten door uitzettingsverschillen. |
Brandbeschadiging | Chemische degradatie van metaal en coatings door hoge temperatuur. |
Hol object | Object met dunne wand dat sneller deformeert en scheurt. |
Metaalmoeheid | Scheurvorming door herhaalde belasting of trillingen. |
Speling | Ongewenste bewegingsruimte tussen onderdelen die slijtage veroorzaakt. |
Accumulatie van verontreiniging | Ophoping van vuil in spleten die corrosie versnelt. |
Radiografie | Techniek om interne structuren en scheuren in metaal zichtbaar te maken. |
Origineel oppervlak | Oorspronkelijke metaalgrens, vaak onder corrosielagen verborgen. |
Zinksulfiden | Witte corrosieproducten op zink. |
Zilversulfiden | Zwarte corrosieproducten op zilver door zwavelverbindingen. |
Tinpest | Faseverandering van tin bij lage temperatuur, leidt tot verbrokkeling. |