Ontwikkelingsleer Week 1 en week 2

Created by Stijn Wetzels

Intra-persoonlijke veranderingen
Verschillenen binnen 1 persoon

1/21

TermDefinition
Intra-persoonlijke veranderingen
Verschillenen binnen 1 persoon
Interpersoonlijke verschillen
verschillen tussen personen
Normatieve overgangen
Ontwikkelingsmijlpaal die bijna iedereen meemaakt Bv overgang naar de middelbare school
Niet-normatieve overgangen
Worden niet door iedereen ervaren, Bv een echtscheiding of het overleiden van een kind
neanatale perode/ pasgeboren periode
Zo wordt de periode van de eerste maan van de baby genoemd
Variabiliteit
kortdurende verandering die min of meer omkeerbaar is, Bv emotie
Verandering
Min of meer blijvend, Bv persoonlijkheid
Selectiviteit van de steekproef
In welke mate bepaalde groepen eerder meedoen aan de steekproef dan andere, bv mobiele ouderen die voornamelijk naar een lab komen
Levensloopperspectief van Baltes
Bestaat uit 7 belangrijke uitgangspunten en stelt dat ontwikkeling het hele leven doorgaat, verschillende richtingen kent, zowel winst als verlies omvat, veranderlijk (plastisch) is, en wordt beïnvloed door historische, culturele en meerdere samenwerkende factoren, en daarom multidisciplinair bestudeerd moet worden.
Instaprituelen (rites of passage)
Dit zijn rituelen of ceremonies die de overgang van leeftijdsgroepen markeert
Diathese-stressmodel
Stel dat stoornissen ontstaan door interactie tussen genetische kwetsbaarheid en stressvolle ervaringen.
Differentiële gevoeligheidshypothese
Stellen dat plasticity genen mensen gevoeliger maken voor omgevingsinvloeden zowel negatief als positief
Eriksons psychosociale ontwikkelingstheorie
Persoonlijkheid ontwikkelt de hele levensloop via acht psychosociale stadia, die worden beinvloed door sociale context, cultuur en maatschappelijke omstandigheden
Leertheorieën
Klassieke conditionering Operant conditionering Sociaal- Cognitief (Bandura): Mensen leren door observatie en imitatie (Modelleren)
Socioculturele theorie (Vygotsky)
Kinderen ontwikkelen intellectueel door actief te interacteren met hun socioculturele omgeving.
Zone van proximale ontwikkeling (ZPD)
De kloof tussen wat een kind alleen kan en wat het met hulp van een ander kan
Scaffolding
Ondersteuning die wordt aangepast aan het niveau van het kind en gradueel verminderd
Inner speech
Het interne proces waarbij mensen gedachten in de vorm van woorden of zinnen formuleren om te helpen bij denken, probleemoplossing en zelfregulatie
Sociale klokmodel (Neugarten)
Stelt dat normen en verwachtingen een belangrijke rol spelen in de keuzes van volwassenen. Volwassenen vergelijken zichzelf met anderen en met het normatieve tijdschema (dingen die op tijd gebeuren vs. niet op tijd)
SOC-model (Baltes: selectie, optimalisatie en compensatie
Stelt dat succesvol veroudering bereikt wordt door: Selectie: keuzes maken over waar je je tijd, energie en doelen op richt Optimalisatie: Vaardigheden versterken en onderhouden Compensatie: Strategieën of hulpmiddelen gebruiken om verlies of beperkingen op te vangen
Socio-emotionele selectiviteitstheorie
Stelt dat ouderen meer bewust focussen op het positieve in plaats van wat niet goed gaat.