Ontwikkelingsleer Week 1 en week 2
Created by Stijn Wetzels
| Term | Definition |
|---|---|
Intra-persoonlijke veranderingen | Verschillenen binnen 1 persoon |
Interpersoonlijke verschillen | verschillen tussen personen |
Normatieve overgangen | Ontwikkelingsmijlpaal die bijna iedereen meemaakt Bv overgang naar de middelbare school |
Niet-normatieve overgangen | Worden niet door iedereen ervaren, Bv een echtscheiding of het overleiden van een kind |
neanatale perode/ pasgeboren periode | Zo wordt de periode van de eerste maan van de baby genoemd |
Variabiliteit | kortdurende verandering die min of meer omkeerbaar is, Bv emotie |
Verandering | Min of meer blijvend, Bv persoonlijkheid |
Selectiviteit van de steekproef | In welke mate bepaalde groepen eerder meedoen aan de steekproef dan andere, bv mobiele ouderen die voornamelijk naar een lab komen |
Levensloopperspectief van Baltes | Bestaat uit 7 belangrijke uitgangspunten en stelt dat ontwikkeling het hele leven doorgaat, verschillende richtingen kent, zowel winst als verlies omvat, veranderlijk (plastisch) is, en wordt beïnvloed door historische, culturele en meerdere samenwerkende factoren, en daarom multidisciplinair bestudeerd moet worden. |
Instaprituelen (rites of passage) | Dit zijn rituelen of ceremonies die de overgang van leeftijdsgroepen markeert |
Diathese-stressmodel | Stel dat stoornissen ontstaan door interactie tussen genetische kwetsbaarheid en stressvolle ervaringen. |
Differentiële gevoeligheidshypothese | Stellen dat plasticity genen mensen gevoeliger maken voor omgevingsinvloeden zowel negatief als positief |
Eriksons psychosociale ontwikkelingstheorie | Persoonlijkheid ontwikkelt de hele levensloop via acht psychosociale stadia, die worden beinvloed door sociale context, cultuur en maatschappelijke omstandigheden |
Leertheorieën | Klassieke conditionering
Operant conditionering
Sociaal- Cognitief (Bandura): Mensen leren door observatie en imitatie (Modelleren) |
Socioculturele theorie (Vygotsky) | Kinderen ontwikkelen intellectueel door actief te interacteren met hun socioculturele omgeving. |
Zone van proximale ontwikkeling (ZPD) | De kloof tussen wat een kind alleen kan en wat het met hulp van een ander kan |
Scaffolding | Ondersteuning die wordt aangepast aan het niveau van het kind en gradueel verminderd |
Inner speech | Het interne proces waarbij mensen gedachten in de vorm van woorden of zinnen formuleren om te helpen bij denken, probleemoplossing en zelfregulatie |
Sociale klokmodel (Neugarten) | Stelt dat normen en verwachtingen een belangrijke rol spelen in de keuzes van volwassenen. Volwassenen vergelijken zichzelf met anderen en met het normatieve tijdschema (dingen die op tijd gebeuren vs. niet op tijd) |
SOC-model (Baltes: selectie, optimalisatie en compensatie | Stelt dat succesvol veroudering bereikt wordt door:
Selectie: keuzes maken over waar je je tijd, energie en doelen op richt
Optimalisatie: Vaardigheden versterken en onderhouden
Compensatie: Strategieën of hulpmiddelen gebruiken om verlies of beperkingen op te vangen |
Socio-emotionele selectiviteitstheorie | Stelt dat ouderen meer bewust focussen op het positieve in plaats van wat niet goed gaat. |