sententia
sententiae v. de mening, de uitspraak

1/74

TermDefinition
sententia
sententiae v. de mening, de uitspraak
iudicium
iudicii o. het oordeel, het proces
callidus
-a, -um sluw
quietus
-a, -um rustig
iudex
iudicis m. de rechter
maiores
maiorum m. mv de voorouders
avis
avis v. de vogel
bonus
-a, -um goed
melior
-, melius, melioris beter, nogal goed
optimus
-a, -um beste, zeer goed
malus
-a, -um slecht
peior
-, peius, peioris slechter, nogal slecht
pessimus
-a, -um slechtste, zeer slecht
magnus
-a, -um groot
maior
-, maius, maioris groter, nogal groot
maximus
-a, -um grootste, zeer groot
parvus
-a, -um klein
minor
-, minus, minoris kleiner, nogal klein
minimus
-a, -um kleinste, zeer klein
multi
-ae, -a veel
plures
-, plura, plurium meer, nogal veel
plus
bijwoord meer
plerique
pleraeque, pleraque de meeste
plerumque
meestal
plurimi
-ae, -a zeer veel
plurimum
bijwoord zeer veel
longe
bijwoord ver, veruit
multum, multo
bijwoord veel
quam
bijwoord dan, zo...mogelijk
asinus
asini m. de ezel
diversus
-a, -um verschillend, afzonderlijk
paratus
-a, -um bereid
arbor
arboris v. de boom
maerere
-eo maerui, maeritum treuren (om)
reddere
-o reddidi, redditum teruggeven, maken tot
amare
-o amavi, amatum beminnen, houden van
certare
-o certavi, certatum strijden
clamare
-o clamavi, clamatum roepen
curare
-o curavi, curatum verzorgen, zorgen voor
dare
-o dedi, datum geven
exspectare
-o exspectavi, exspectatum (op)wachten, verwachten
intrare
-o intravi, intratum binnengaan
navigare
-o navigavi, navigatum varen
nuntiare
-o nuntiavi, nuntiatum melden
pugnare
-o pugnavi, pugnatum vechten
rogare
-o rogavi, rogatum vragen
sperare
-o speravi, speratum hopen op
stare
-o steti, statum staan, blijven staan
monere
-eo monui, monitum waarschuwen
habere
-eo habui, habitum hebben, beschouwen als
timere
-eo timui, timitum vrezen, bang zijn
videre
-eo vidi, visum zien
providere
-eo providi, provisum voorzien, zorgen voor
tegere
-o texi, tectum bedekken, beschermen
cedere
-o cessi, cessum gaan, wijken
accedere
-o + dat. accessi, accessum naderen
discedere
-o discessi, discessum uiteengaan, weggaan
procedere
-o processi, processum vooruitgaan
ducere
-o duxi, ductum leiden
adducere
adduxi, adductum brengen naar
deducere
-o deduxi, deductum naar beneden brengen, wegbrengen
ponere
-o posui, positum plaatsen, neerleggen
componere
-o composui, compositum samenplaatsen, opstellen
deponere
-o deposui, depositum neerleggen
exponere
-o exposui, expositum buitenzetten, uiteenzetten
imponere
-o imposui, impositum plaatsen op, opleggen
dicere
-o dixi, dictum zeggen, spreken
mittere
-o misi, missum zenden, laten gaan
dimittere
-o dimisi, dimissum wegzenden, laten gaan
expellere
-o expuli, expulsum verdrijven
extrahere
-o extraxi, extractum uittrekken
incidere
-o incidi, - vallen op, voorvallen
metuere
-o metui, metutum vrezen
repetere
-o repetivi, repetitum teruggaan naar, terugvragen, herhalen