Psychopathologie week 1/2

Created by Stijn Wetzels

Deviantie
Abnormale gedragingen, gedachten en emoties wijken af van wat de samenleving beschouwd als goed functioneren

1/64

TermDefinition
Deviantie
Abnormale gedragingen, gedachten en emoties wijken af van wat de samenleving beschouwd als goed functioneren
Distress
Gedragingen, gedachten en emoties moeten psychisch of lichamelijk lijden veroorzaken voordat ze als abnormaal kunnen worden bestempeld
Disfunctie
Abnormaal gedrag belemmert het dagelijks functioneren
Danger
Gedrag dat gevaarlijk wordt voor zichzelf of andere
Excentriek
Iemand die afwijkt van gewone gedragspatronen of vreemd gedrag vertoont uit plezier en niet uit een geestelijke stoornis. (Er is alleen sprake van Deviantie en niet van de overige drie D's
Trepanatie
Schedelboringen
somatogeen perspectief:
Abnormaal functioneren heeft fysieke ofwel lichaamelijke oorzaken
Psychogeen perspectief
Abnormaal functioneren heeft psychologische oorzaken
Anxiolytische medicijnen
Anti-angst medicijnen
Analoog experiment
Onderzoeker produceert levensechte omgevingen in het lab om experimenten uit te voeren (meestal dieren)
Relationele psychoanalytische therapie
Therapeut en cliënt moeten een persoonlijke relatie hebben; de therapeut vertelt ook dingen over zichzelf. Is voor een langere tijd.
Equifinaliteit/gelijkwaardigheid
Een aantal verschillende ontwikkelingspaden kan leiden tot dezelfde psychologische stoornis
Multifinaliteit
Personen met een vergelijkbare ontwikkelingsgeschiedenis kunnen op zeer verschillende manieren reageren op vergelijkbare huidige situaties.
Rapprochement beweging
Het identificeren van een reeks gemeenschappelijke factoren of strategieën die door alle succesvolle therapieën lopen.
Anxiety (angstig)
Het gevoel dat een persoon zich gespannen en oplettend voelt zonder specifieke oorzaak
Gegeneraliseerde angststoornis (Free-Floating anxiety)
Zorgen maken over vrijwel alles. Symptomen zijn: ontust, spanning, snel vermoeid zijn, conentratieproblemen en hoge spierspanning. Zijn minimaal 6 maanden aanhoudend met verminderde kwaliteit van leven
Psychodynamische kijk op gegeneraliseerde angststoornis
Somige kinderen ervaren hoge angstniveaus of hun afweermechanismen schieten tekort zoals overbeschermde ouder of morele angst wanneer gestraft voor het uiten van id-impulsen. Behandeling bestaat uit vrije associatie en interpretaties over overdracht weeerstand en dromen
Humanistische perspectief op gegeneraliseerde angststoornis
Ontstaat wanneer mensen stoppen met eerlijk en accepterend naar zichzelf te kijken, ze ontkennen hun ware gedachten gedrag en emoties, waardoor ze extreem angstig zijn en hun volledige potentieel niet kunnen vervullen, Therapeuten tonen onvoorwaardelijke positieve waardering
Cognitief-gedragsmatig perspectief op gegeneraliseerde angststoornis
Metacognitieve theorie: Mensen hebben positieve en negatieve overtuigingen over pieken, kan leiden tot meta-zorgen (piekeren over piekeren) Intolerantie van onzekerheidstheorie: het niet kunnen verdragen van de gedachte dat er negatieve dingen kunnen gebeuren Vermijdingstheorie: negatieve effecten van angst kunnen verminderd worden door piekeren Rationeel-emotieve therapie wordt de cliënt zijn irrationele aanames bijgesteld
Biologisch perspectief op gegeneraliseerde angststoornis
Behandeling vind plaats met medicijnen: Benzodiazepinen, Antidepressiva en Antipsychotica
Aggorafobie
Angstoornis waarbij iemand bang is voor openbare situatie's waaruit ontsnappen moeilijk zou zijn of waar geen hulp beschikbaar is
Systematische desensibilisatie
Maakt gebruik van ontspanningsoefeningen en een angsthiërarchie. De cliënt doorloopt de angsthiërarchie door steeds grotere angsten aan te pakken. Covert desensibilisatie: een ingebeelde confrontatie. In vivo desensibilisatie: een daadwerkelijke confrontatie
Behandelingen van sociale angstoornissen
Behandeling bestaat uit medicatie, cognitieve-gedragstherapie en het trainen van sociale vaardigheden
Paniekaanval
moet minstens vier van de volgende symptomen bevatten: hartkloppingen, tintelingen in handen of voeten, kortademigheid, zweten, warmte- of koudegolven, beven, pijn op de borst, een gevoel van verstikking, duizeligheid, flauwvallen of een gevoel van onwerkelijkheid
Biologisch perspectief op paniekstoornis
paniekreacties worden veroorzaakt door een hersencircuit. Is hyperactief bij mensen met een paniekstoornis, hiervoor kan je erfelijke aanleg voor hebben. Behandeling bestaat uit antidepressiva, met name die de activiteit van noradrenaline verhogen, Benzodiazepinen hebben meer bijwerkingen
Obsessie
Is een aanhoudende gedachte, idee, impuls of beeld die zich herhaaldelijk opdringt, als storend worden ervaren en angst veroorzaakt
Cumpulsie
IS een herhaalde rigide handeling of mentale activiteit die iemand zicht gedwongen voelt uit te voeren om angst te voorkomen of te verminderen
Obsessieve-compulsieve stoornis (OCD)
Stoornis waarbij een persoon herhaaldelijk obsessies, compulsies of beide ervaart
Psychodynamisch perspectief op OCD
OCD kan ontstaan als het conflict tussen sterke agressieve impulsen van het id en de gedachte dat ze deze impulsen moeten proberen in te houden. Behandeling bestaat uit vrije associatie en therapeutische interpretatietechnieken om conflicten on verdedigingsmechanismen te ontdekken en te overwinnen.
Gedragscognitief perspectief op OCD
Mensen met OCD hebben meestal hoge normen voor gedrag en moraliteit en geloven dat indringende gedachten gelijkstaan aan acties en schade kunnen veroorzaken (=thought-action fusion). Behandeling bestaat uit: voorlichting over misinterpretaties, Vertekende cognities uitdagen en Exposure en responspreventie
Biologisch perspectief op OCD
Cortico-striato-thalamo-cortical circuit: helpt bij het reguleren van onze primitieve impulsen. Is overactief bij mensen met OCD Lage serotonine activiteit kan OCD veroorzaken Behandeling bestaat uit antidrepressiva maar er is sprake van herval wanneer er gestopt wordt met medicatie
Verzamelstoornis
Individuen voelen zich gedwongen om voorwerpen te bewaren en zeer gestrest raken als ze proberen deze weg te doen
Trichotillomanie (haaruitvalstoornis)
Stoornis waarbij mensen herhaaldelijk haar uittrekken
Excoriation (huidplukstoornis)
Stoornis waarbij mensen herhaaldelijk aan hun huid peuteren
Body dysmorphic disorder
Stoor waarbij individuen geobserdeer raken door overtuigingen dat ze bepaalde gebreken in hun fysieke uiterlijk hebben
Anhedonie
Onvermogen om vreugde te ervaren
Major depressieve episode
Sprake wanneer minimaal twee weken de patiënt lijdt aan 5 van de volgende symptomen - Depressieve gemoedstoestand of een vermindering van plezier of interesses - Verandering van gewicht of trek, slaapproblemen, geagitteerd of verminderde activiteit, vermoeid of lethargie, gevoelens van waardeloosheid of schuld, verminderde concentratie of besluitvaardigheid, herhaalde focus op de dood of suïcide. - last of interferentie met het dagelijkse leven
Persisterende depressieve stoornis
Sprake van wanneer de depressieve stoornis gedurende ten minste 2 jaar aanwezig is. niet afwezig voor meer dan 2 maanden
Premenstruele dysforie
Stoornis gekenmerkt door depressie en gerelateerde symptomen een week voor de menstruatie
Zware depressieve episode
Ten minste 5 symptomen, die tenminste 2 weken duren
Verwoestende stemmingsstoornis
Wordt gekenmerkt door een combinatie van depressieve symptomen en terugkerende uitbarstingen van hevige stemmingen. Grote depressieve stoornis: Grote depressieve episode en geen patroon van manie of hypomanie. Peripartum: treedt op tijdens of na de bevalling. kan ook seizoensgebonden zijn, bijvoorbeeld elke winter opnieuw optreden. Melancholisch: Wanneer aangename gebeurtenissen de persoon niet raken. Catatonische vorm: Wanneer deze wordt gekenmerkt door immobiliteit of juist door overmatige beweeglijkheid en rigide bewegingen
Psychodynamische visie op Unipolaire depressie
Geloofd dat depressie het gevolg is van het niet verder kunnen na het verlies van een dierbare. De oorzaak is symbolisch of ingebeeld verlies (= onbewust iets interpreteren als verlies van een dierbare).
Attributie-hulpeloosheid theorie
Als gebeurtenissen buiten controle liggen, vragen mensen zich af hoe dit komt: Attributie aan een interne, globale en stabiele oorzaak leidt tot depressie
Artifact theorie
Mannen uiten minder snel hun gevoelens, waardoor depressie bij hen minder vaak wordt opgemerkt.
Ruminatie theorie
Vrouwen piekeren vaker dan mannen, wat het risico op depressie vergroot
Elektroconvulsietherapie (ECT)
Elektrische signalen worden door de hersenen gestuurd, die verschillende hersengebieden activeren, waardoor een mini-aanval ontstaat en de depressie wordt verlicht.
Mindfulness training
Wordt gebruikt als behandeling voor depressie om cliënten hun negatieve cognities te helpen herkennen als gedachtestromen die niet noodzakelijk moeten worden beoordeeld of gevolgd
Interpersoonlijke psychotherapie (IPT)
Het opsporen en oplossen van vier soorten problemen die tot depressie kunnen leiden: verlies, rolconflict, roltransitie en tekorten.
Volledige manische episode
Wanneer personen voor minstens een week continu een abnormaal, overdreven, ongeremd of geïrriteerd gemoed en een verhoogde energie of activiteit gedurende het grootste deel van de dag vertonen. Daarnaast heeft de persoon ook last van ten minste 3 van de volgende symptomen: Grandioosheid of overdreven zelfvertrouwen. Verminderde nood aan slaap. Snelle veranderende ideeën. Aandacht wordt getrokken in verschillende richtingen. Verhoogde activiteit of geïrriteerde bewegingen. Overdreven engagement in risicovolle of potentieel gevaarlijke activiteiten.
Hypomane episode
Wanneer de manie minder ernstig is
Bipolaire stoornis I
Ervaren volledige manische en grote depressieve episodes. Meestal ervaren ze een afwisseling van de episodes, maar sommigen ervaren gemengde episodes waarin ze manische en depressieve symptomen vertonen binnen een episode.
bipolaire stoornis II
Hypomane episodes worden afgewisseld met depressieve episodes door de tijd heen
cyclothymische stoornis
Wanneer de persoon verschillende perioden van hypomane en milde depressieve symptomen ervaart
Biologisch perspectief op bipolaire stoornis
Lage serotonine gecombineerd met hoge noradrenaline leidt tot een manie. lage serotonine met lage noradrenaline leidt tot een depressie Mensen met een bipolaire stoornis hebben een kleinere cerebellum en basale ganglia en hebben minder grijze stof
stemmingsstabiliserende (antibipolaire) medicijnen
Stemming stabiliserende medicijnen beïnvloeden de tweede boodschapper van een neuron. Dit zijn de chemische veranderingen binnen een neuron die plaatsvinden tussen het moment net nadat een neuron een boodschap van een neurotransmitter heeft ontvangen en het moment van reageren. Op soortgelijke wijze zouden lithium en andere stemmingsstabilisatoren de productie van neuroprotectieve eiwitten verhogen. Dit zijn belangrijke eiwitten binnen bepaalde neuronen die celdood moeten voorkomen.
Doodinitiators (death initiator)
Mensen die duidelijk van plan zijn om hun leven te beëindigen, maar geloven dat ze enkel het proces van sterven versnellen.
Doodnegeerders (death ignorers)
Geloven niet dat ze met het plegen van zelfmoord een eind maken aan hun bestaan, maar zien het als het inruilen van hun huidige leven voor een beter en gelukkiger bestaan.
Parasuïcide
mislukte zelfmoord
dichotoom denken
Zwart-wit denken
Thwarted belongingness
Mensen voelen zich geïsoleerd en vervreemd van anderen
Psychodynamisch perspectief op zelfmoord
Zelfmoord komt voort uit depressie en woede (doodinstinct) tegenover anderen die een persoon vervolgens op zichzelf richt.
Altruïstische zelfmoord
Worden gepleegd door mensen die juist zo goed geïntegreerd zijn in de sociale structuur, dat ze hun eigen leven ervoor opofferen
Anomische zelfmoord
Wordt gepleegd door mensen bij wie het sociale milieu geen stabiele structuur biedt, zoals familie en religie, die het leven betekenis en houvast geven. Deze sociale toestand wordt een anomie (=zonder weg) genoemd.
Egoïstische zelfmoord
Wanneer de persoon de structuren van de samenleving afwijst