Psychopathologie week 1/2
Created by Stijn Wetzels
Deviantie
Abnormale gedragingen, gedachten en emoties wijken af van wat de samenleving beschouwd als goed functioneren
| Term | Definition |
|---|---|
Deviantie | Abnormale gedragingen, gedachten en emoties wijken af van wat de samenleving beschouwd als goed functioneren |
Distress | Gedragingen, gedachten en emoties moeten psychisch of lichamelijk lijden veroorzaken voordat ze als abnormaal kunnen worden bestempeld |
Disfunctie | Abnormaal gedrag belemmert het dagelijks functioneren |
Danger | Gedrag dat gevaarlijk wordt voor zichzelf of andere |
Excentriek | Iemand die afwijkt van gewone gedragspatronen of vreemd gedrag vertoont uit plezier en niet uit een geestelijke stoornis. (Er is alleen sprake van Deviantie en niet van de overige drie D's |
Trepanatie | Schedelboringen |
somatogeen perspectief: | Abnormaal functioneren heeft fysieke ofwel lichaamelijke oorzaken |
Psychogeen perspectief | Abnormaal functioneren heeft psychologische oorzaken |
Anxiolytische medicijnen | Anti-angst medicijnen |
Analoog experiment | Onderzoeker produceert levensechte omgevingen in het lab om experimenten uit te voeren (meestal dieren) |
Relationele psychoanalytische therapie | Therapeut en cliënt moeten een persoonlijke relatie hebben; de therapeut vertelt ook dingen over zichzelf. Is voor een langere tijd. |
Equifinaliteit/gelijkwaardigheid | Een aantal verschillende ontwikkelingspaden kan leiden tot dezelfde psychologische stoornis |
Multifinaliteit | Personen met een vergelijkbare ontwikkelingsgeschiedenis kunnen op zeer verschillende manieren reageren op vergelijkbare huidige situaties. |
Rapprochement beweging | Het identificeren van een reeks gemeenschappelijke factoren of strategieën die door alle succesvolle therapieën lopen. |
Anxiety (angstig) | Het gevoel dat een persoon zich gespannen en oplettend voelt zonder specifieke oorzaak |
Gegeneraliseerde angststoornis (Free-Floating anxiety) | Zorgen maken over vrijwel alles. Symptomen zijn: ontust, spanning, snel vermoeid zijn, conentratieproblemen en hoge spierspanning. Zijn minimaal 6 maanden aanhoudend met verminderde kwaliteit van leven |
Psychodynamische kijk op gegeneraliseerde angststoornis | Somige kinderen ervaren hoge angstniveaus of hun afweermechanismen schieten tekort zoals overbeschermde ouder of morele angst wanneer gestraft voor het uiten van id-impulsen. Behandeling bestaat uit vrije associatie en interpretaties over overdracht weeerstand en dromen |
Humanistische perspectief op gegeneraliseerde angststoornis | Ontstaat wanneer mensen stoppen met eerlijk en accepterend naar zichzelf te kijken, ze ontkennen hun ware gedachten gedrag en emoties, waardoor ze extreem angstig zijn en hun volledige potentieel niet kunnen vervullen, Therapeuten tonen onvoorwaardelijke positieve waardering |
Cognitief-gedragsmatig perspectief op gegeneraliseerde angststoornis | Metacognitieve theorie: Mensen hebben positieve en negatieve overtuigingen over pieken, kan leiden tot meta-zorgen (piekeren over piekeren)
Intolerantie van onzekerheidstheorie: het niet kunnen verdragen van de gedachte dat er negatieve dingen kunnen gebeuren
Vermijdingstheorie: negatieve effecten van angst kunnen verminderd worden door piekeren
Rationeel-emotieve therapie wordt de cliënt zijn irrationele aanames bijgesteld |
Biologisch perspectief op gegeneraliseerde angststoornis | Behandeling vind plaats met medicijnen: Benzodiazepinen, Antidepressiva en Antipsychotica |
Aggorafobie | Angstoornis waarbij iemand bang is voor openbare situatie's waaruit ontsnappen moeilijk zou zijn of waar geen hulp beschikbaar is |
Systematische desensibilisatie | Maakt gebruik van ontspanningsoefeningen en een angsthiërarchie. De cliënt doorloopt de angsthiërarchie door steeds grotere angsten aan te pakken. Covert desensibilisatie: een ingebeelde confrontatie.
In vivo desensibilisatie: een daadwerkelijke confrontatie |
Behandelingen van sociale angstoornissen | Behandeling bestaat uit medicatie, cognitieve-gedragstherapie en het trainen van sociale vaardigheden |
Paniekaanval | moet minstens vier van de volgende symptomen bevatten: hartkloppingen, tintelingen in handen of voeten, kortademigheid, zweten, warmte- of koudegolven, beven, pijn op de borst, een gevoel van verstikking, duizeligheid, flauwvallen of een gevoel van onwerkelijkheid |
Biologisch perspectief op paniekstoornis | paniekreacties worden veroorzaakt door een hersencircuit. Is hyperactief bij mensen met een paniekstoornis, hiervoor kan je erfelijke aanleg voor hebben. Behandeling bestaat uit antidepressiva, met name die de activiteit van noradrenaline verhogen, Benzodiazepinen hebben meer bijwerkingen |
Obsessie | Is een aanhoudende gedachte, idee, impuls of beeld die zich herhaaldelijk opdringt, als storend worden ervaren en angst veroorzaakt |
Cumpulsie | IS een herhaalde rigide handeling of mentale activiteit die iemand zicht gedwongen voelt uit te voeren om angst te voorkomen of te verminderen |
Obsessieve-compulsieve stoornis (OCD) | Stoornis waarbij een persoon herhaaldelijk obsessies, compulsies of beide ervaart |
Psychodynamisch perspectief op OCD | OCD kan ontstaan als het conflict tussen sterke agressieve impulsen van het id en de gedachte dat ze deze impulsen moeten proberen in te houden.
Behandeling bestaat uit vrije associatie en therapeutische interpretatietechnieken om conflicten on verdedigingsmechanismen te ontdekken en te overwinnen. |
Gedragscognitief perspectief op OCD | Mensen met OCD hebben meestal hoge normen voor gedrag en moraliteit en geloven dat indringende gedachten gelijkstaan aan acties en schade kunnen veroorzaken (=thought-action fusion).
Behandeling bestaat uit: voorlichting over misinterpretaties, Vertekende cognities uitdagen en Exposure en responspreventie |
Biologisch perspectief op OCD | Cortico-striato-thalamo-cortical circuit: helpt bij het reguleren van onze primitieve impulsen. Is overactief bij mensen met OCD
Lage serotonine activiteit kan OCD veroorzaken
Behandeling bestaat uit antidrepressiva maar er is sprake van herval wanneer er gestopt wordt met medicatie |
Verzamelstoornis | Individuen voelen zich gedwongen om voorwerpen te bewaren en zeer gestrest raken als ze proberen deze weg te doen |
Trichotillomanie (haaruitvalstoornis) | Stoornis waarbij mensen herhaaldelijk haar uittrekken |
Excoriation (huidplukstoornis) | Stoornis waarbij mensen herhaaldelijk aan hun huid peuteren |
Body dysmorphic disorder | Stoor waarbij individuen geobserdeer raken door overtuigingen dat ze bepaalde gebreken in hun fysieke uiterlijk hebben |
Anhedonie | Onvermogen om vreugde te ervaren |
Major depressieve episode | Sprake wanneer minimaal twee weken de patiënt lijdt aan 5 van de volgende symptomen
- Depressieve gemoedstoestand of een vermindering van plezier of interesses
- Verandering van gewicht of trek, slaapproblemen, geagitteerd of verminderde activiteit, vermoeid of lethargie, gevoelens van waardeloosheid of schuld, verminderde concentratie of besluitvaardigheid, herhaalde focus op de dood of suïcide.
- last of interferentie met het dagelijkse leven |
Persisterende depressieve stoornis | Sprake van wanneer de depressieve stoornis gedurende ten minste 2 jaar aanwezig is. niet afwezig voor meer dan 2 maanden |
Premenstruele dysforie | Stoornis gekenmerkt door depressie en gerelateerde symptomen een week voor de menstruatie |
Zware depressieve episode | Ten minste 5 symptomen, die tenminste 2 weken duren |
Verwoestende stemmingsstoornis | Wordt gekenmerkt door een combinatie van depressieve symptomen en terugkerende uitbarstingen van hevige stemmingen.
Grote depressieve stoornis: Grote depressieve episode en geen patroon van manie of hypomanie. Peripartum: treedt op tijdens of na de bevalling.
kan ook seizoensgebonden zijn, bijvoorbeeld elke winter opnieuw optreden.
Melancholisch: Wanneer aangename gebeurtenissen de persoon niet raken.
Catatonische vorm: Wanneer deze wordt gekenmerkt door immobiliteit of juist door overmatige beweeglijkheid en rigide bewegingen |
Psychodynamische visie op Unipolaire depressie | Geloofd dat depressie het gevolg is van het niet verder kunnen na het verlies van een dierbare. De oorzaak is symbolisch of ingebeeld verlies (= onbewust iets interpreteren als verlies van een dierbare). |
Attributie-hulpeloosheid theorie | Als gebeurtenissen buiten controle liggen, vragen mensen zich af hoe dit komt: Attributie aan een interne, globale en stabiele oorzaak leidt tot depressie |
Artifact theorie | Mannen uiten minder snel hun gevoelens, waardoor depressie bij hen minder vaak wordt opgemerkt. |
Ruminatie theorie | Vrouwen piekeren vaker dan mannen, wat het risico op depressie vergroot |
Elektroconvulsietherapie (ECT) | Elektrische signalen worden door de hersenen gestuurd, die verschillende hersengebieden activeren, waardoor een mini-aanval ontstaat en de depressie wordt verlicht. |
Mindfulness training | Wordt gebruikt als behandeling voor depressie om cliënten hun negatieve cognities te helpen herkennen als gedachtestromen die niet noodzakelijk moeten worden beoordeeld of gevolgd
|
Interpersoonlijke psychotherapie (IPT) | Het opsporen en oplossen van vier soorten problemen die tot depressie kunnen leiden: verlies, rolconflict, roltransitie en tekorten. |
Volledige manische episode | Wanneer personen voor minstens een week continu een abnormaal, overdreven, ongeremd of geïrriteerd gemoed en een verhoogde energie of activiteit gedurende het grootste deel van de dag vertonen.
Daarnaast heeft de persoon ook last van ten minste 3 van de volgende symptomen: Grandioosheid of overdreven zelfvertrouwen. Verminderde nood aan slaap. Snelle veranderende ideeën. Aandacht wordt getrokken in verschillende richtingen. Verhoogde activiteit of geïrriteerde bewegingen. Overdreven engagement in risicovolle of potentieel gevaarlijke activiteiten. |
Hypomane episode | Wanneer de manie minder ernstig is |
Bipolaire stoornis I | Ervaren volledige manische en grote depressieve episodes. Meestal ervaren ze een afwisseling van de episodes, maar sommigen ervaren gemengde episodes waarin ze manische en depressieve symptomen vertonen binnen een episode. |
bipolaire stoornis II | Hypomane episodes worden afgewisseld met depressieve episodes door de tijd heen |
cyclothymische stoornis | Wanneer de persoon verschillende perioden van hypomane en milde depressieve symptomen ervaart |
Biologisch perspectief op bipolaire stoornis | Lage serotonine gecombineerd met hoge noradrenaline leidt tot een manie. lage serotonine met lage noradrenaline leidt tot een depressie
Mensen met een bipolaire stoornis hebben een kleinere cerebellum en basale ganglia en hebben minder grijze stof |
stemmingsstabiliserende (antibipolaire) medicijnen | Stemming stabiliserende medicijnen beïnvloeden de tweede boodschapper van een neuron. Dit zijn de chemische veranderingen binnen een neuron die plaatsvinden tussen het moment net nadat een neuron een boodschap van een neurotransmitter heeft ontvangen en het moment van reageren. Op soortgelijke wijze zouden lithium en andere stemmingsstabilisatoren de productie van neuroprotectieve eiwitten verhogen. Dit zijn belangrijke eiwitten binnen bepaalde neuronen die celdood moeten voorkomen. |
Doodinitiators (death initiator) | Mensen die duidelijk van plan zijn om hun leven te beëindigen, maar geloven dat ze enkel het proces van sterven versnellen. |
Doodnegeerders (death ignorers) | Geloven niet dat ze met het plegen van zelfmoord een eind maken aan hun bestaan, maar zien het als het inruilen van hun huidige leven voor een beter en gelukkiger bestaan. |
Parasuïcide | mislukte zelfmoord |
dichotoom denken | Zwart-wit denken |
Thwarted belongingness | Mensen voelen zich geïsoleerd en vervreemd van anderen |
Psychodynamisch perspectief op zelfmoord | Zelfmoord komt voort uit depressie en woede (doodinstinct) tegenover anderen die een persoon vervolgens op zichzelf richt. |
Altruïstische zelfmoord | Worden gepleegd door mensen die juist zo goed geïntegreerd zijn in de sociale structuur, dat ze hun eigen leven ervoor opofferen |
Anomische zelfmoord | Wordt gepleegd door mensen bij wie het sociale milieu geen stabiele structuur biedt, zoals familie en religie, die het leven betekenis en houvast geven. Deze sociale toestand wordt een anomie (=zonder weg) genoemd. |
Egoïstische zelfmoord | Wanneer de persoon de structuren van de samenleving afwijst |