Attributie
Het scheppen en toebedelen van een nieuwe publiekrechtelijke bevoegdheid.
1/17
| Term | Definition |
|---|---|
Attributie | Het scheppen en toebedelen van een nieuwe publiekrechtelijke bevoegdheid. |
Confederatie | Los verband van staten zonder sterk centraal gezag |
Constitutie | Basisregels van de staat. |
Delegatie | Het overdragen van een bestaande geattribueerde bevoegdheid. |
Democratie | Regeringsvorm waarin de burger via verkiezingen(/volksraadplegingen) zeggenschap heeft over staatszaken. |
Eenheidsstaat | Staat met een centraal overheidsgezag. |
Federatie | Staat waar het staatsgezag verdeeld is over een centraal gezag en sub-/deelstaten. |
Grondwet | Document met de basisregels van de staat. |
Monarchie | Staatshoofd is een erfelijke functie. |
Parlementair stelsel | Regeringsvorm berust op samenstelling parlement. |
Presidentieel stelsel | Regering (president) heeft een eigen zelfstandig verkiezingsmandaat. |
Rechtsstaat | Staat die voldoet aan: 1. De eisen van de scheiding der machten (trias politica). 2. De rechten van de mens -> grondrechten. 3. De staat opereert op basis van algemene regels, via wetgeving, die door een democratisch samengestelde wetgever wordt gemaakt -> gelijkheid voor en door de wet. 4. De staat is gebonden aan regels, bevoegdheden hebben een grondslag nodig -> het legaliteitsbeginsel. 5. Een onafhankelijke rechterlijke macht waartoe burgers toegang hebben ter bescherming van hun rechten en vrijheden, en waarvan de uitspraken door de staat worden gerespecteerd en nageleefd. |
Republiek | Staatshoofd is een niet-erfelijke functie. |
Soevereiniteit (extern) | Staat beschermd tegen externe inmenging; filosofische grondslag voor overheidsgezag. |
Soevereiniteit (intern) | Het hoogste gezag binnen de staat. |
Staat | Organisatie; (met betrekking op een bepaald) grondgebied; overheidsgezag; geweldsmonopolie; bevolking(seenheid); soevereiniteit; + erkenning van andere staten. |
Staatsrecht | Het recht over de organisatie van de staat en de rechten van de burgers. |