psychopathologie Week 3 en 4

Created by Stijn Wetzels

Trauma- en stressorgerelateerde stoornissen
Trauma en buitengewone stress veroorzaken een reeks significante stresssymptomen, zoals angst- en geheugenproblemen

1/67

TermDefinition
Trauma- en stressorgerelateerde stoornissen
Trauma en buitengewone stress veroorzaken een reeks significante stresssymptomen, zoals angst- en geheugenproblemen
Dissociatieve stoornissen
Traumatische gebeurtenissen veroorzaken ernstige geheugen en oriëntatieproblemen
complexe PTSS
Vorm van PTSS die ontstaat door confrontatie met meerdere of terugkerende trauma's
Antidepressiva
Helpt bij de symptomen van verhoogde opwinding en negatieve emoties bij PTSS
Prolonged exposure
Een behandelbenadering waarbij cliënten niet alleen trauma-gerelateerde objecten en situaties confronteren, maar ook hun pijnlijke herinneringen aan traumatische ervaringen
Eye movement desensitization and reprocessing (EMDR)
exposure-behandeling waarbij cliënten hun ogen op een ritmische manier van links naar rechts bewegen terwijl ze hun gedachten overspoelen met beelden van objecten en situaties die ze normaal vermijden.
Gelokaliseerde amnesie
verlies van alle herinneringen aan gebeurtenissen die zich binnen een beperkte periode hebben voorgedaan, bijna altijd beginnend met een zeer verontrustende gebeurtenis. De vergeten periode wordt de anmesie-periode genoemd. Dit is het meest voorkomende type.
Selectieve amnesie
geheugenverlies voor sommige, maar niet alle, gebeurtenissen die tijdens een bepaalde periode plaatsvonden.
Gegeneraliseerde amnesie
geheugenverlies dat begint met een gebeurtenis, maar zich uitbreidt naar tijden voor de verontrustende periode. Een patiënt kan het identiteitsgevoel verliezen en misschien familie en vrienden niet herkennen.
Continue amnesie
Geheugenverlies gaat door tot in het heden en in de toekomst
Dissociatieve fugue
Is een extreme versie van dissociatieve amnesie. Mensen vergeten niet alleen hun persoonlijke identiteit en details uit hun verleden, maar vluchten ook naar een heel andere locatie.
Psychodynamische kijk
Dissociatieve stoornissen worden veroorzaakt door onderdrukking. Dit is het meest basale ego-afweermechanisme: angst bestrijden door te voorkomen dat onbewust pijnlijke gedachten/gebeurtenissen bewust worden. Dissociatieve amnesie is het resultaat van één grote onderdrukking.
toestand-afhankelijk leren (state-dependent learning)
Mensen die vatbaar zijn voor dissociatieve stoornissen hebben starre en beperkte koppelingen tussen toestand en geheugen. Bij mensen met dissociatieve stoornissen zijn herinneringen sterk gekoppeld aan specifieke gemoedstoestanden. Ze kunnen gebeurtenissen alleen herinneren als ze zich in dezelfde toestand bevinden als toen de herinnering werd gevormd. Dit kan leiden tot geheugenverlies of het ontstaan van verschillende persoonlijkheden, afhankelijk van de staat van opwinding.
Psychodynamische therapie voor dissociatieve amnesie
Psychodynamische therapeuten helpen vergeten ervaringen terug naar het bewustzijn te brengen door het onderzoeken van hun onbewuste.
hypnotische therapie/hypnotherapie voor dissociatieve amnesie
Een behandeling waarbij de patiënt onder hypnose wordt gebracht en vervolgens wordt begeleid om vergeten gebeurtenissen te herinneren of andere therapeutische handelingen uit te voeren
Behandeling met medicijnen voor dissociatieve amnesie
Intraveneuze injecties met barbituraten worden gebruikt om verloren herinneringen terug te krijgen. Ze werken goed om angstwekkende gebeurtenissen te herinneren, aangezien ze mensen kalmeren en hun remmingen verminderen.
Delirium tremens
Dramatische alcohol ontwenningsreactie die bestaat uit verwarring, vertroebeld bewustzijn en angstaanjagende visuele hallucinaties
Cirrose
Onomkeerbaar proces waar levercellen omzetten naar littekenweefsel
Syndroom van Korsakov
Alcohol gerelateerde stoornis veroorzaakt door een vitamine B1 tekort
Sedatief-hypnotische (anxiolytische) drug
Barbituraten: Verslavende drugs die angstgevoelens verminderen en mensen helpen te slapen Benzodiazepinen: Angstremmers die veiliger zijn
Roes
Een spasme van warmte en euforie die ervaren wordt bij gebruik van Opioïden/narcotica
High/nod
Een toestand van ontspanning en gelukzaligheid, waarin de gebruiker zicht niet bezighoudt met lichamelijke behoeftes. Wordt ervaren bij gebruik van Opioïden/narcotica
cocaïne-geïnduceerde psychotische stoornis
Stoornis dat kan ontstaan bij cocaïne gebruik, waarin mensen hallucinaties, waanideeën of beide hebben.
Amfetaminen
verhoogt in een lage dosering het energie- en alertheidsniveau en vermindert het de eetlust. Een hoge dosering zorgt voor een roes, intoxicatie en psychose. Wanneer het middel het lichaam verlaat, produceert het een emotionele dip.
Synergistische effecten
Toename van de effecten die zich voordoen wanneer meer dan een middel is ingenomen
Psychodynamische perspectief op middelengebruikstoornis
Stelt dat mensen met een stoornis in middelengebruik een sterke behoefte hebben aan afhankelijkheid die valt af te leiden uit de jeugd
Biologisch perspectief op middelengebruikstoornis
Bij veel mensen met een verslaving is een abnormale vorm van het dopamine-2 (D2) receptor-gen aangetroffen. Incentive-sensitization theory: herhaald gebruik kan het Mesolimbisch circuit overgevoelig maken voor deze bepaalde middelen. Reward-deficiency syndrome: normale levengebeurtenissen activeren het Mesolimbisch circuit niet meer voldoende waardoor er naar middelen wordt overgegaan
Handhavingsprogramma’s
Cliënten krijgen onder medisch toezicht een vervangend middel met dezelfde effecten, zodat zij in hun dagelijkse omgeving geen drugs hoeven te gebruiken.
Psychodynamische therapieën voor middelenmisbruikstoornis
Therapeuten houden zich bezig met het begeleiden van cliënten in het verwerkings- en onthullingsproces van onderliggende behoeften en conflicten die de oorzaak zouden zijn van een stoornis in middelengebruik.
De terugval-preventietraining:
Het uiteindelijke doel van deze training is dat de cliënten controle zullen verkrijgen over hun middelen-gerelateerde gedrag, nieuwe copingstrategieën aanleren en vooruitplannen om voorbereid te zijn op risicovolle situaties.
Contingentiemanagement
belonen van cliënten die afzien van drugsgebruik.
Alcoholics Anonymous (AA)
Biedt steun aan mensen met een alcoholstoornis.
Residentiële behandelcentra/therapeutische gemeenschappen
Plaats waar voormalige drugsverslaafden kunnen werken en leven in een drugsvrije omgeving.
Schizofrenie
is een psychotische stoornis waarbij het functioneren achteruitgaat door ongebruikelijke waarnemingen, vreemde gedachten, verstoorde emoties en motorische afwijkingen. Mensen die hieraan lijden, ervaren vaak een psychose.
Functionele psychose
Een psychose zonder duidelijke pathologie van het CZS
Niet-functionele psychose
Een psychose met pathologie van het CZS
Wanen
Vreemde, onjuiste overtuigingen die hardnekkig worden vastgehouden, ondanks duidelijk bewijs dat het tegendeel aantoont
Formele denkstoornis/Ongeorganiseerd denken en spreken
Een verstoring in de productie en organisatie van gedachte, leidt tot: Losse associatie/Ontsporing (derailment): snelle overgangen van het ene onderwerp naar het andere. Neologismen: verzonnen woorden die alleen voor jezelf iets betekenen. Volharding: je eigen woorden/zinnen keer op keer herhalen.  Rijm (clang): jezelf uitdrukken via een rijm
Tactiele hallucinaties
kunnen de vorm aannemen van tintelingen, branderige sensaties of sensaties van elektrische schokken
Somatische hallucinaties
Het gevoel alsof er iets in het lichaam gebeurt, bijvoorbeeld een slang die door de buik kruipt.
Ongepaste affectie
Emoties uiten die ongepast zijn voor de desbetreffende situatie
Alogie
Spraakarmoede
Avolitie/apathie
Het onvermogen om een handeling te beginnen of af te ronden door een gebrek aan interesse of energie
Ambivalentie
Conflicterende gevoelens/emoties ten opzichte van de meeste voorwerpen en gedragingen
Catatonie
Is een patroon van extreme psychomotorische symptomen die in sommige vormen van schizofrenie voorkomen.
Catatonisch stupor
Onbeweeglijke, apathische toestand, zonder enige reactie van de persoon op omgevingsprikkels.
Catatonische stijfheid/rigiditeit
Behouden van een rigide, rechte houding gedurende uren en verzet tegen pogingen om verplaatst te worden.
Catatonische houding
Een persoon blijft voor een langere tijd in een vreemde, onhandige positie staan.
Catatonische opwinding
Toestand van opwinding met bizar gedrag, schreeuwen of klanken uitstoten en lichamelijke onrust.
Prodromale fase
De persoon begint te verslechteren en begint enkele tekenen van schizofrenie te tonen.
Actieve fase
Symptomen worden duidelijker en er is sprake van psychotische symptomen. Meestal komen mensen in deze fase terecht na een stressvolle of traumatische gebeurtenis
Residuele fase
Terugkering naar een prodromaal level van functioneren. Sommige negatieve emoties van de actieve fase houden wel stand
Type I schizofrenie
Dit wordt gekenmerkt door positieve symptomen.
Type II schizofrenie
Dit wordt gekenmerkt door negatieve symptomen
Dopaminehypothese
Schizofrenie ontstaat omdat bepaalde neuronen die de neurotransmitter dopamine gebruiken, te vaak vuren en te veel signalen doorgeven. behandeling bestaat voornamelijk uit medicijnen: Antipsychotica (meest effectief) en Fenothiazines (medicijnen tegen allergenen)
Psychodynamisch perspectief op schizofrenie
schizofrenogene moeders creëren de omstandigheden voor schizofrene gedragingen van hun kinderen. Dit zouden kille, dominante, ongeïnteresseerde moeders zijn die hun kind als middel zagen om hun eigen behoeften te vervullen
Familiedisfunctie
Ouders van mensen met schizofrenie vertonen vaak meer conflicten hebben meer moeite met communicatie en zijn kritischer en meer betrokken bij hun kinderen
Sociale decompensatiesyndroom
extreme terugtrekking, woede, fysieke agressie en verlies van interesse in het persoonlijke uiterlijk en functioneren.
Milieutherapie
Dit is een humanistische benadering van institutionele behandeling, gebaseerd op het uitgangspunt dat instellingen kunnen helpen bij het herstelproces door een klimaat te creëren waarin zelfrespect, verantwoordelijkheid en betekenisvolle daden worden gestimuleerd.
Extrapiramidale effecten:
Ongewenste bewegingen, zoals ernstig beven, vreemde grijnzen, het draaien van het lichaam en extreme rusteloosheid. Parkinsonisme en gerelateerde symptomen: Reacties die lijken op de kenmerken van de ziekte van Parkinson, zoals spiertrillingen en -stijfheid. Neuroleptisch maligne syndroom: Een ernstige, potentieel fatale reactie bestaande uit spierstijfheid, koorts, verward bewustzijn en een slecht functionerend autonoom zenuwstelsel. Tardieve dyskinesie: Extrapiramidale effecten die onwillekeurige bewegingen omvatten die sommige patiënten ontwikkelen nadat ze antipsychotische medicijnen gedurende langere tijd hebben gebruikt.
Agranulocytose
Een levensbedreigende daling van het aantal witte bloedcellen als bijwerking van de tweede generatie antipsychotica
Cognitieve remediëring
Een behandeling die zich richt op de cognitieve beperkingen die vaak kenmerkend zijn voor mensen met schizofrenie, met name hun problemen met aandacht, planning en geheugen.
Assertieve maatschappelijke behandeling bij schizofrenie
Combinatie van diensten zoals medicatie, psychotherapie, hulp bij de aanpak van dagelijkse verantwoordelijkheden, begeleiding in beslissingen maken, training in sociale vaardigheden, residentieel toezicht en beroepscounseling.
Korte psychotische stoornis (1 tot 6 maanden)
Verschillende psychotische symptomen, zoals wanen, hallucinaties, onsamenhangende spraak, beperkt of onaangepast affect en katatonie.
Schizofreniforme stoornis (1 maand tot 6 maanden)
Verschillende psychotische symptomen, zoals wanen, hallucinaties, onsamenhangende spraak, beperkt of onaangepast affect en katatonie.
Schizoaffectieve stoornis (6 maanden of langer)
Duidelijke symptomen van zowel schizofrenie als een ernstige depressieve episode of een manische episode, en een periode met alleen wanen/hallucinaties
Waanstoornis (1 maand of langer)
Aanhoudende wanen die niet bizar zijn en niet ge gevolg zijn van schizofrenie