psychopathologie Week 3 en 4
Created by Stijn Wetzels
Trauma- en stressorgerelateerde stoornissen
Trauma en buitengewone stress veroorzaken een reeks significante stresssymptomen, zoals angst- en geheugenproblemen
| Term | Definition |
|---|---|
Trauma- en stressorgerelateerde stoornissen | Trauma en buitengewone stress veroorzaken een reeks significante stresssymptomen, zoals angst- en geheugenproblemen |
Dissociatieve stoornissen | Traumatische gebeurtenissen veroorzaken ernstige geheugen en oriëntatieproblemen |
complexe PTSS | Vorm van PTSS die ontstaat door confrontatie met meerdere of terugkerende trauma's |
Antidepressiva | Helpt bij de symptomen van verhoogde opwinding en negatieve emoties bij PTSS |
Prolonged exposure | Een behandelbenadering waarbij cliënten niet alleen trauma-gerelateerde objecten en situaties confronteren, maar ook hun pijnlijke herinneringen aan traumatische ervaringen |
Eye movement desensitization and reprocessing (EMDR) | exposure-behandeling waarbij cliënten hun ogen op een ritmische manier van links naar rechts bewegen terwijl ze hun gedachten overspoelen met beelden van objecten en situaties die ze normaal vermijden. |
Gelokaliseerde amnesie | verlies van alle herinneringen aan gebeurtenissen die zich binnen een beperkte periode hebben voorgedaan, bijna altijd beginnend met een zeer verontrustende gebeurtenis. De vergeten periode wordt de anmesie-periode genoemd. Dit is het meest voorkomende type. |
Selectieve amnesie | geheugenverlies voor sommige, maar niet alle, gebeurtenissen die tijdens een bepaalde periode plaatsvonden. |
Gegeneraliseerde amnesie | geheugenverlies dat begint met een gebeurtenis, maar zich uitbreidt naar tijden voor de verontrustende periode. Een patiënt kan het identiteitsgevoel verliezen en misschien familie en vrienden niet herkennen. |
Continue amnesie | Geheugenverlies gaat door tot in het heden en in de toekomst |
Dissociatieve fugue | Is een extreme versie van dissociatieve amnesie. Mensen vergeten niet alleen hun persoonlijke identiteit en details uit hun verleden, maar vluchten ook naar een heel andere locatie. |
Psychodynamische kijk | Dissociatieve stoornissen worden veroorzaakt door onderdrukking. Dit is het meest basale ego-afweermechanisme: angst bestrijden door te voorkomen dat onbewust pijnlijke gedachten/gebeurtenissen bewust worden. Dissociatieve amnesie is het resultaat van één grote onderdrukking. |
toestand-afhankelijk leren (state-dependent learning) | Mensen die vatbaar zijn voor dissociatieve stoornissen hebben starre en beperkte koppelingen tussen toestand en geheugen. Bij mensen met dissociatieve stoornissen zijn herinneringen sterk gekoppeld aan specifieke gemoedstoestanden. Ze kunnen gebeurtenissen alleen herinneren als ze zich in dezelfde toestand bevinden als toen de herinnering werd gevormd. Dit kan leiden tot geheugenverlies of het ontstaan van verschillende persoonlijkheden, afhankelijk van de staat van opwinding. |
Psychodynamische therapie voor dissociatieve amnesie | Psychodynamische therapeuten helpen vergeten ervaringen terug naar het bewustzijn te brengen door het onderzoeken van hun onbewuste. |
hypnotische therapie/hypnotherapie voor dissociatieve amnesie | Een behandeling waarbij de patiënt onder hypnose wordt gebracht en vervolgens wordt begeleid om vergeten gebeurtenissen te herinneren of andere therapeutische handelingen uit te voeren |
Behandeling met medicijnen voor dissociatieve amnesie | Intraveneuze injecties met barbituraten worden gebruikt om verloren herinneringen terug te krijgen. Ze werken goed om angstwekkende gebeurtenissen te herinneren, aangezien ze mensen kalmeren en hun remmingen verminderen. |
Delirium tremens | Dramatische alcohol ontwenningsreactie die bestaat uit verwarring, vertroebeld bewustzijn en angstaanjagende visuele hallucinaties |
Cirrose
| Onomkeerbaar proces waar levercellen omzetten naar littekenweefsel |
Syndroom van Korsakov | Alcohol gerelateerde stoornis veroorzaakt door een vitamine B1 tekort |
Sedatief-hypnotische (anxiolytische) drug | Barbituraten: Verslavende drugs die angstgevoelens verminderen en mensen helpen te slapen
Benzodiazepinen: Angstremmers die veiliger zijn |
Roes | Een spasme van warmte en euforie die ervaren wordt bij gebruik van Opioïden/narcotica |
High/nod | Een toestand van ontspanning en gelukzaligheid, waarin de gebruiker zicht niet bezighoudt met lichamelijke behoeftes. Wordt ervaren bij gebruik van Opioïden/narcotica |
cocaïne-geïnduceerde psychotische stoornis | Stoornis dat kan ontstaan bij cocaïne gebruik, waarin mensen hallucinaties, waanideeën of beide hebben. |
Amfetaminen | verhoogt in een lage dosering het energie- en alertheidsniveau en vermindert het de eetlust. Een hoge dosering zorgt voor een roes, intoxicatie en psychose. Wanneer het middel het lichaam verlaat, produceert het een emotionele dip. |
Synergistische effecten | Toename van de effecten die zich voordoen wanneer meer dan een middel is ingenomen |
Psychodynamische perspectief op middelengebruikstoornis | Stelt dat mensen met een stoornis in middelengebruik een sterke behoefte hebben aan afhankelijkheid die valt af te leiden uit de jeugd |
Biologisch perspectief op middelengebruikstoornis | Bij veel mensen met een verslaving is een abnormale vorm van het dopamine-2 (D2) receptor-gen aangetroffen.
Incentive-sensitization theory: herhaald gebruik kan het Mesolimbisch circuit overgevoelig maken voor deze bepaalde middelen.
Reward-deficiency syndrome: normale levengebeurtenissen activeren het Mesolimbisch circuit niet meer voldoende waardoor er naar middelen wordt overgegaan |
Handhavingsprogramma’s | Cliënten krijgen onder medisch toezicht een vervangend middel met dezelfde effecten, zodat zij in hun dagelijkse omgeving geen drugs hoeven te gebruiken. |
Psychodynamische therapieën voor middelenmisbruikstoornis | Therapeuten houden zich bezig met het begeleiden van cliënten in het verwerkings- en onthullingsproces van onderliggende behoeften en conflicten die de oorzaak zouden zijn van een stoornis in middelengebruik. |
De terugval-preventietraining: | Het uiteindelijke doel van deze training is dat de cliënten controle zullen verkrijgen over hun middelen-gerelateerde gedrag, nieuwe copingstrategieën aanleren en vooruitplannen om voorbereid te zijn op risicovolle situaties. |
Contingentiemanagement | belonen van cliënten die afzien van drugsgebruik. |
Alcoholics Anonymous (AA) | Biedt steun aan mensen met een alcoholstoornis. |
Residentiële behandelcentra/therapeutische gemeenschappen | Plaats waar voormalige drugsverslaafden kunnen werken en leven in een drugsvrije omgeving. |
Schizofrenie | is een psychotische stoornis waarbij het functioneren achteruitgaat door ongebruikelijke waarnemingen, vreemde gedachten, verstoorde emoties en motorische afwijkingen. Mensen die hieraan lijden, ervaren vaak een psychose. |
Functionele psychose | Een psychose zonder duidelijke pathologie van het CZS |
Niet-functionele psychose | Een psychose met pathologie van het CZS |
Wanen | Vreemde, onjuiste overtuigingen die hardnekkig worden vastgehouden, ondanks duidelijk bewijs dat het tegendeel aantoont |
Formele denkstoornis/Ongeorganiseerd denken en spreken | Een verstoring in de productie en organisatie van gedachte, leidt tot:
Losse associatie/Ontsporing (derailment): snelle overgangen van het ene onderwerp naar het andere. Neologismen: verzonnen woorden die alleen voor jezelf iets betekenen.
Volharding: je eigen woorden/zinnen keer op keer herhalen.
Rijm (clang): jezelf uitdrukken via een rijm |
Tactiele hallucinaties | kunnen de vorm aannemen van tintelingen, branderige sensaties of sensaties van elektrische schokken |
Somatische hallucinaties | Het gevoel alsof er iets in het lichaam gebeurt, bijvoorbeeld een slang die door de buik kruipt. |
Ongepaste affectie | Emoties uiten die ongepast zijn voor de desbetreffende situatie |
Alogie | Spraakarmoede |
Avolitie/apathie | Het onvermogen om een handeling te beginnen of af te ronden door een gebrek aan interesse of energie |
Ambivalentie | Conflicterende gevoelens/emoties ten opzichte van de meeste voorwerpen en gedragingen |
Catatonie | Is een patroon van extreme psychomotorische symptomen die in sommige vormen van schizofrenie voorkomen. |
Catatonisch stupor | Onbeweeglijke, apathische toestand, zonder enige reactie van de persoon op omgevingsprikkels. |
Catatonische stijfheid/rigiditeit | Behouden van een rigide, rechte houding gedurende uren en verzet tegen pogingen om verplaatst te worden. |
Catatonische houding | Een persoon blijft voor een langere tijd in een vreemde, onhandige positie staan. |
Catatonische opwinding | Toestand van opwinding met bizar gedrag, schreeuwen of klanken uitstoten en lichamelijke onrust. |
Prodromale fase | De persoon begint te verslechteren en begint enkele tekenen van schizofrenie te tonen. |
Actieve fase | Symptomen worden duidelijker en er is sprake van psychotische symptomen. Meestal komen mensen in deze fase terecht na een stressvolle of traumatische gebeurtenis |
Residuele fase | Terugkering naar een prodromaal level van functioneren. Sommige negatieve emoties van de actieve fase houden wel stand |
Type I schizofrenie | Dit wordt gekenmerkt door positieve symptomen. |
Type II schizofrenie | Dit wordt gekenmerkt door negatieve symptomen |
Dopaminehypothese | Schizofrenie ontstaat omdat bepaalde neuronen die de neurotransmitter dopamine gebruiken, te vaak vuren en te veel signalen doorgeven. behandeling bestaat voornamelijk uit medicijnen: Antipsychotica (meest effectief) en Fenothiazines (medicijnen tegen allergenen) |
Psychodynamisch perspectief op schizofrenie | schizofrenogene moeders creëren de omstandigheden voor schizofrene gedragingen van hun kinderen. Dit zouden kille, dominante, ongeïnteresseerde moeders zijn die hun kind als middel zagen om hun eigen behoeften te vervullen |
Familiedisfunctie | Ouders van mensen met schizofrenie vertonen vaak meer conflicten hebben meer moeite met communicatie en zijn kritischer en meer betrokken bij hun kinderen |
Sociale decompensatiesyndroom | extreme terugtrekking, woede, fysieke agressie en verlies van interesse in het persoonlijke uiterlijk en functioneren. |
Milieutherapie | Dit is een humanistische benadering van institutionele behandeling, gebaseerd op het uitgangspunt dat instellingen kunnen helpen bij het herstelproces door een klimaat te creëren waarin zelfrespect, verantwoordelijkheid en betekenisvolle daden worden gestimuleerd. |
Extrapiramidale effecten: | Ongewenste bewegingen, zoals ernstig beven, vreemde grijnzen, het draaien van het lichaam en extreme rusteloosheid.
Parkinsonisme en gerelateerde symptomen: Reacties die lijken op de kenmerken van de ziekte van Parkinson, zoals spiertrillingen en -stijfheid.
Neuroleptisch maligne syndroom: Een ernstige, potentieel fatale reactie bestaande uit spierstijfheid, koorts, verward bewustzijn en een slecht functionerend autonoom zenuwstelsel.
Tardieve dyskinesie: Extrapiramidale effecten die onwillekeurige bewegingen omvatten die sommige patiënten ontwikkelen nadat ze antipsychotische medicijnen gedurende langere tijd hebben gebruikt. |
Agranulocytose | Een levensbedreigende daling van het aantal witte bloedcellen als bijwerking van de tweede generatie antipsychotica |
Cognitieve remediëring | Een behandeling die zich richt op de cognitieve beperkingen die vaak kenmerkend zijn voor mensen met schizofrenie, met name hun problemen met aandacht, planning en geheugen. |
Assertieve maatschappelijke behandeling bij schizofrenie | Combinatie van diensten zoals medicatie, psychotherapie, hulp bij de aanpak van dagelijkse verantwoordelijkheden, begeleiding in beslissingen maken, training in sociale vaardigheden, residentieel toezicht en beroepscounseling. |
Korte psychotische stoornis (1 tot 6 maanden) | Verschillende psychotische symptomen, zoals wanen, hallucinaties, onsamenhangende spraak, beperkt of onaangepast affect en katatonie. |
Schizofreniforme stoornis (1 maand tot 6 maanden) | Verschillende psychotische symptomen, zoals wanen, hallucinaties, onsamenhangende spraak, beperkt of onaangepast affect en katatonie. |
Schizoaffectieve stoornis (6 maanden of langer) | Duidelijke symptomen van zowel schizofrenie als een ernstige depressieve episode of een manische episode, en een periode met alleen wanen/hallucinaties |
Waanstoornis (1 maand of langer) | Aanhoudende wanen die niet bizar zijn en niet ge gevolg zijn van schizofrenie |