Toetsingsrecht
De aanduiding van de bevoegdheid van de rechter om de grondwettigheid van wetten te mogen beoordelen.
1/4
| Term | Definition |
|---|---|
Toetsingsrecht | De aanduiding van de bevoegdheid van de rechter om de grondwettigheid van wetten te mogen beoordelen. |
Rechtsvormende taak | De reikwijdte van de rechterlijke macht om het recht mede vorm te geven en te ontwikkelen. Die taak is uiteraard meer beperkt dan de bevoegdheid en de mogelijkheden van de wetgever om zulks te doen, terwijl tevens niet gezegd kan worden dat de rechter in het geheel niet aan de rechtsvorming doet. Hoe meer en hoe ingewikkelder de keuzes worden des te eerder zal de rechter een en ander buiten zijn rechtsvormende taak achten. Maar ook: als de wetgever de aanwijzing van de rechter negeert, zal de laatste ingrijpen. |
Rechtsvinding | De bevoegdheid van de rechter om via interpretatie van wetteksten, verdragen, regels, en rechtspraak het geldende recht te vinden en daarbij voort te borduren op wat al rechtens is. |