Hout

Created by L

Hout
Een driedimensionaal anisotroop en hygroscopisch materiaal, opgebouwd uit cellulose, hemicellulose en lignine

1/88

TermDefinition
Hout
Een driedimensionaal anisotroop en hygroscopisch materiaal, opgebouwd uit cellulose, hemicellulose en lignine
Anisotroop
Materiaal waarvan eigenschappen verschillen naargelang de richting (longitudinaal, radiaal, tangentiaal)
Hygroscopisch
Het vermogen van hout om water op te nemen en af te geven uit de omgeving
Cellulose
Lineair polymeer dat de basis vormt van de celwand en zorgt voor sterkte, langste keten, 40-45%, (C6H10O5)n
Hemicellulose
Kortere, vertakte polymeren die de celwand flexibel maken, 10-25%
Lignine
Complex polymeer dat cellulosevezels verstijft en hout hard maakt
Primaire groei
Lengtegroei van de boom via meristemen
Secundaire groei
Diktegroei door het vasculair cambium
Xyleem
Houtweefsel dat water en mineralen transporteert
Floëem
Bastweefsel dat suikers transporteert van bladeren naar wortels
Spinthout
Jong, actief xyleem dat water transporteert, voedselrijk --> aantrekkelijk voor insecten (micro-biologische aantasting), dus wordt vaak weggehaald bij meubelbouw
Kernhout
Ouder, donkerder hout dat geen water meer transporteert en gevuld is met inhoudsstoffen, verkernd spinthout
Merg
Centrale kern van de stam, oudste weefsel
Schors
Buitenste beschermlaag van de boom, dood weefsel
Cambium
Dunne cellaag die nieuw hout en bast vormt
Stralen
Radiale cellen die horizontaal transport mogelijk maken
Jaarring
Jaarlijkse groeizone bestaande uit vroeghout en laathout
Vroeghout
Licht, poreus hout gevormd in het voorjaar
Laathout
Donkerder, dichter hout gevormd in de zomer
Transversaal vlak
Doorsnede loodrecht op de stam-as
definition image
Radiaal vlak
Doorsnede door de lengteas, zichtbaar met stralen -> "spiegels"
definition image
Tangentiaal vlak
Doorsnede evenwijdig aan de groeiringen, groeiringen > tekening (vlam)
definition image
Groen hout
Bevat ca. 50% water, vers gekapt hout, droging noodzakelijk voor gebruik
definition image
Vrij water
Water in de celholtes van vers hout
Gebonden water
Water dat chemisch gebonden is aan celwandstructuren
Vezelverzadigingspunt (FSP)
Punt waarop celwanden verzadigd zijn met gebonden water maar celholtes leeg zijn --> enkel gebonden water
Evenwichtsvochtgehalte (EMC)
Vochtgehalte waarbij hout in evenwicht is met de relatieve luchtvochtigheid --> geen vochtopname/geen vochtafgifte
Hysteresis
Chemische/fysische/structurele veranderingen in het hout door verschil in vochtgedrag tussen opname en afgifte
Krimp
Volumevermindering van hout bij vochtverlies onder FSP
Zwel
Volumetoename van hout bij vochtopname onder FSP
Longitudinale krimp
Zeer beperkte krimp langs de vezelrichting
Radiale krimp
Matige krimp loodrecht op de groeiringen
Tangentiaal krimp
Grootste krimp, evenwijdig aan de groeiringen
Vervorming
Kromtrekken van hout door ongelijkmatige krimp of zwel
Kromtrekken
Algemene term voor vervorming door vochtverschillen
Radiaalbarsten
Scheuren die vanuit het hart naar buiten lopen door spanningsverschillen --> zwel/krimp coëfficiënten tussen weefselstructuren
definition image
Cupvorming
Kromming waarbij de plank hol of bol trekt over de breedte
Twist
Torsie waarbij een plank in spiraalvorm vervormt
Bow
Kromming in de lengterichting
Crook
Kromming langs de zijkant van een plank
Compression set/ kompressiekrimp
Permanente volumevermindering door belemmerde zwel/krimp --> V0 ≠ V final
definition image
Surface checking
Barstjes ontstaan door spanningen, geen grote structurele problemen, enkel esthetische invloed
Interne spanningen
Spanningen in hout veroorzaakt door ongelijkmatige droging
Honeycombing
Interne scheurvorming in het hout door te snelle droging
definition image
Knoesten
Aanzet van een tak op de stam, invloed op esthetiek en structuur
definition image
Fotodegradatie
Oppervlaktedegradatie door licht, irreversibel, grote esthetische impact 75 – 200 μm = oppervlakkig 400 μm (0,4 mm) = langdurige fotodegradatie C-C verbindingen: 346 nm C-O: 334 nm C-H: 289 nm
definition image
Lignine afbraak
Fotochemische reactie waarbij lignine degradeert en hout verkleurt
Vergrijzing
Oppervlakkige grijze verkleuring door UV licht en oxidatie
Delta E
Maat voor kleurverandering in hout, afhankelijk van extractstoffen
Extractiestoffen
Natuurlijke chemische stoffen in hout die kleur en degradatie beïnvloeden
Betuline
Kleurende inhoudsstof in berk die onder licht degradeert
definition image
Oppervlakte erosie
Afbraak van de bovenste houtlaag door licht en weer
Microbarsten
Kleine scheurtjes door fotochemische verzwakking
Schimmelgroei
Microbiologische aantasting bij hoge vochtigheid Optimum 20 en 32°C + adequaat houtvochtgehalte 19-30% (RV 70-100%) + zuurstof + voedingsbron (lignine, cellulose, hemicellulose) --> zuurtegraad van het hout (niveau van tannines), minder zuur --> meer gevoelig
Zachtrot
Schimmeltype dat vooral (hemi)cellulose afbreekt en sponsachtig hout veroorzaakt samen met verkleuring, gewichtsverlies van tot 3 tot 60%
definition image
Witrot
Schimmel die lignine én cellulose afbreekt, hout wordt vezelig, bleek en sponsachtig, gewichtsverlies tot 97%
definition image
Bruinrot
Schimmel die cellulose depolymeriseert, hout wordt bruin en brokkelig, grote krimp, gewichtsverlies tot 70%
definition image
Mycelium
Netwerk van schimmeldraden dat hout binnendringt
Hyfen
Individuele schimmeldraden die celwanden aantasten
Sporen
Voortplantingscellen van schimmels die verspreid worden via lucht
Voedingsbodem
Houtcomponenten waarop schimmels groeien (cellulose, lignine, hemicellulose)
Optimale schimmeltemperatuur
20–32°C
Minimaal houtvochtgehalte voor schimmel
ca. 19–30% (RV van 70-100%)
Insectenaantasting
Schade door houtetende insecten (xylofagen)
Xylofagen
Insecten die hout eten in larvale fase
Larve
Ontwikkelingsstadium waarin insecten hout consumeren
Imago
Volwassen insect dat uitvliegt
Uitvlieggat
Opening waar volwassen insect het hout verlaat
Boormeel
Uitwerpselen en houtresten geproduceerd door larven
Identificatie insecten
1) Biotoop (houtvoorkeur, vochtigheid) 2) Observatie morfologie boorgangen/uitvlieggaten 3) Observatie levende/dode eieren/larven/imago’s (rondom/in object) 4) Studie van uitwerpselen (‘houtpoeder’)
Kleine klopkever
Veroorzaakt ronde gaatjes van 1–2 mm, actief op warme dagen in het voorjaar, droog niet zuur loof- en naaldhout
Bonte knaagkever
Veroorzaakt ronde gaten tot 4 mm, actief op warme dagen in het voorjaar, op vochtig loofhout
Huisboktor
Veroorzaakt ovale uitvlieggaten van 3–6 mm, actief op warme dagen in het voorjaar, op (vrijwel) droog naaldhout met een voorkeur voor spinthout
Spinthoutkever
Veroorzaakt ronde uitvlieggaten van 1-2 mm met verpulvert hout, zeer fijn boormeel, actief op warme dagen in juni-augustus, vooral op jong hout, spinthout, enkel in loofbomen
Snuitkever
Veroorzaakt onregelmatige uitvlieggaten in de richting van de houtvezel, actief in de zomerperiode van juni tot augustus, op zeer vochtig en rottend hout
Boorgangen
Tunnels die larven in hout maken, niet zichtbaar op het oppervlak
Detritus
Uitwerpselen van insecten, gebruikt voor soortidentificatie
Vochtgrens insecten
Minimumvochtgehalte dat nodig is voor larvale ontwikkeling
Spinthoutvoorkeur
Voorkeur van sommige insecten voor voedzamer spinthout
Koudebrug
Zone waar condens optreedt, verhoogt risico op schimmel en insecten
Mechanische schade
Schade door impact, druk, trillingen of belasting
Verkerning
Proces waarbij spinthout verandert in kernhout
Inhoudsstoffen
Chemische stoffen in kernhout die duurzaamheid beïnvloeden
Dichtheid
Massa per volume, beïnvloedt krimp en sterkte
Volumetrische krimp
Totale krimp van hout in alle richtingen samen
Droogdefect
Schade die ontstaat door foutieve droging
Klimaatschommeling
Variatie in RV en temperatuur die degradatie versnelt
Preventieve conservatie
Maatregelen om degradatie te voorkomen door klimaatbeheersing