Fanon bouwt kritisch verder op een sectie uit Hegels werk Fenomenologie van de Geest. Vooral het stuk heerschappij en knechtschap. Waar gaat dit stuk over?
De Heer-Knecht dialectiek:
2 vormen zelfbewustzijn ontmoeten elkaar, zien ander als bedreiging voor zelfbegrip als vrij/onafhankelijk iets.
| Term | Definition |
|---|---|
Fanon bouwt kritisch verder op een sectie uit Hegels werk Fenomenologie van de Geest. Vooral het stuk heerschappij en knechtschap. Waar gaat dit stuk over? | De Heer-Knecht dialectiek:
2 vormen zelfbewustzijn ontmoeten elkaar, zien ander als bedreiging voor zelfbegrip als vrij/onafhankelijk iets. |
Leg uit hoe strijd tevoorschijn komt in de heer-knecht dialectiek. | Strijd: “Ze moeten zich in deze strijd begeven, want ze moeten de zekerheid van
zichzelf, namelijk voor zich te zijn, tot waarheid verheffen in het andere en in zichzelf. En het is uitsluitend het riskeren van het leven dat de vrijheid bevestigt [...]” (Hegel, Fenomenologie van de Geest, 125.) Geconfronteerd met ander moeten ze strijden, omdat enkel door bereid te zijn leven op te offeren, ze kunnen bewijzen meer te zijn dan biologisch leven; een vrij wezen dat ‘voor-zichzelf’ is. |
Leg uit hoe heerschappij tevoorschijn komt in de heer-knecht dialectiek. | Heerschappij:
De strijd komt tijdelijke stilstand wanneer een partij (heer) de ander (knecht) onderwerpt. Waarom onderwerping en geen dood? Heer beseft dat hij maar vrij is door erkenning van ander zelfbewustzijn. |
heer-knecht dialectiek | omwenteling | Teleurstelling van de heer; erkenning van knecht is onvoldoende omdat die geen gelijke is. De bevrijding van de knecht. Doordat knecht voor heer werkt, kantelt de relatie. Heer wordt afhankelijk van knecht, terwijl de knecht onafhankelijk wordt door te arbeiden. Eerste stappen in de richting naar gelijkwaardigheid. |
Erkenning en vrijheid: de les van de heer-knecht dialectiek. | “Het zelfbewustzijn is op en voor zich wanneer en doordat het voor een ander zelfbewustzijn is; dat wil zeggen het is alleen als iets wat erkend wordt.” (Fenomenologie, 122.)
De les van de heer-knecht dialectiek:
Vrijheid steunt op relaties wederzijdse erkenning door/onder gelijken. Deze dialectiek start historisch proces dat eindigt in rechtsstaat met gelijke burgers. Hegel ziet vrijheid als vorm van zelfbestuur (positieve vrijheid). Vermogen om te leven volgens zelfgekozen normen en idealen.
Maar we hebben erkenning van anderen nodig om dit te verwezenlijken:
- anderen moeten erkennen dat je persoon bent met recht op zelfbeschikking. Erkenning van anderen nodig om te weten of we persoon zijn die we beogen te zijn. Normen/idealen ontstaan maar in een samenleving en steunen op sociale criteria. |
Frantz Fanon | Erkenning en/of Vrijheid? Noem centrale onderwerpen dat het werk van Fanon bespreekt. | Zwarte huid, witte maskers:
Kritiek op kolonialisme; onderzoek naar psychologische gevolgen van ontmenselijking. Nadruk op fenomenologische standpunt van de zwarte man. |
Noem centrale begrippen uit het werk van Fanon. | Centrale begrippen:
Sociogenie & epidermisch-raciaal lichaamsschema -> menselijke zelfbegrip en belichaamde ervaring worden gevormd en vervormd door sociale factoren zoals kolonialisme en racisme.
De witte blik:
De blik van de kolonisator reduceert de gekoloniseerde tot een object. |
De zone van het niet-zijn: | “Running the risk of angering my black brothers, I shall say that a Black is not a man. There is a zone of nonbeing, an extraordinarily sterile and arid region, an incline stripped bare of every essential from which a genuine new departure can emerge.” (xii.)
= de zwarte man wordt door de kolonisator ontmenselijkt en is dus een onmens.
Stereotyperende en mensonterende representaties worden geïnternaliseerd door de gekoloniseerde (inferioriteitscomplex).
Miskenning misvormt het eigen- en wereldbeeld van de gekoloniseerde. |
Waarover is Fanon het eens met Hegel, en waar gaat Hegel volgens Fanon mis? | Fanon is eens met Hegel dat relatie bestaat tussen miskenning en onvrijheid. Fanon deelt ook Hegels ideaal van vrijheid door erkenning. “[...] I am fighting for the birth of a human world, in other words, a world of reciprocal recognitions.” (193.)
Fanon is een humanist die gelijke en wederzijdse erkenning tussen mensen (ongeacht ras)
nastreeft.
Het probleem met Hegels analyse is dat de heer-knecht dialectiek de overgang van miskenning naar wederzijdse erkenning realiseert, loopt spaak in de koloniale context. In deze context houdt het asymmetrische verlangen naar erkenning machtsstructuren in stand (de erkenningsval). |
De geblokkeerde dialectiek | de kolonisator | (De kolonisator): “We hope we have shown that the master here is basically different from the one described by Hegel. For Hegel there is reciprocity; here the master scorns the consciousness of the slave. What he wants from the slave is not recognition but work.” (BSWM, 195n.10.)
In kolonie, verlangt de heer (kolonisator/slavenmeester) geen erkenning van de knecht (gekoloniseerde en slaaf), de knecht wordt immers niet als mens gezien en daarnaast heeft de heer genoeg aan de erkenning van andere heren. |
De geblokkeerde dialectiek | de gekoloniseerde | (De gekoloniseerde): “Likewise, the slave here can in no way be equated with the slave who loses himself in the object and finds the source of his liberation in his work. The black slave wants to be like his master.” (Idem.)
In kolonie wordt kecht niet onafhankelijk door werken, maar blijft gericht op en afhankelijk van heer. Gekoloniseerde heeft vermeende superioriteit van kolonisator geïnternaliseerd. Gaat verdere strijd ook niet aan. |
Verlangen naar erkenning, de erkenningsval | “I want to be recognized not as Black, but as White.” (BSWM, 45.)
Miskenning en het problematische verlangen naar erkenning -> systematische miskenning door kolonisator, creëert verlangen naar erkenning door kolonisator en volgens diens normen.
(Dus: miskenning door te wijzen op de ‘slordige’ en ‘dommige’ taal van de gekoloniseerde, wekt in Fanon een verlangen op om erkend te worden voor zijn perfecte en verzorgde Frans.) |
Welk koloniale systeem houdt het verlangen om erkent te worden als wit persoon in stand? | Dit verlangen (erkenning als "as white" - 45.) houdt koloniale waardensysteem in stand; hiërarchieën in de waarde van huidskleur, taal, cultuur, etc. Erkenning kan door kolonisator strategisch ingezet worden om de koloniale hiërarchieën in stand te houden. Denk aan: ‘jij hebt een werkethiek en bent anders dan de andere natives.’ |
Erkenning zonder strijd | “Historically, the black man, steeped in the essentiality of servitude, was set free by the master. He did not fight for his freedom.” (194.)
Fanon wil hier zeggen dat de kolonisatoren van bovenuit een bevrijding in gang zetten. De gekoloniseerde wordt zonder strijd erkend. Dit is problematisch omdat strijd volgens Fanon (en Hegel) essentieel is voor het bevrijdingsproces; erkenning zonder voorafgaande strijd versterkt de passieve, ondergeschikte rol van de gekoloniseerde.
“The black man was acted upon. Values that were not engendered by his actions [...].” (194.) |
Wat is het dilemma van Fanon? | Erkenning = essentieel voor vrijheid en zou dus nagestreefd moeten worden, maar verlangen naar erkenning houdt koloniale machtsstructuren in stand. Weg uit het dilemma ->
“For Fanon, the colonized must initiate the process of decolonization by recognizing themselves as free, dignified and distinct contributors to humanity.” (Coulthard, 454.)
Inheemse bevolking moet blik afwenden van de kolonisator, en aan praktijken van collectieve zelferkenning doen. “[It] is not possible for a man to evolve otherwise than within the framework of a culture that recognizes him and that he decides to assume.” (Toward the African Revolution, 24.)
Bijvoorbeeld: Négritude-beweging onder Afrikaanse diaspora (in Franse invloedssfeer) is slechts een eerste stap. |