Hersenen en gedrag Week 6

Created by Stijn Wetzels

Prefontale cortex (PFC)
Bepaalt het doel van de beweging en beslist of en wanneer een actie wordt uigevoerd

1/57

TermDefinition
Prefontale cortex (PFC)
Bepaalt het doel van de beweging en beslist of en wanneer een actie wordt uigevoerd
Premotorische cortex
Betrokken bij het plannen en voorbereiden van grovere, globale bewegingen en houdingen Zet het doel om te bewegen om in een motorisch programma.
Primaire motorische cortex (M1)
Stuurt de motor opdrachten via het ruggenmerg naar de spieren. Vooral gespecialiseerd in fijne, precieze bewegingen
Primaire somatosensorische cortex (S1)
Geeft feedback over aanraking en positie
Motorische homunculus
Is een visuele weergave van hoe je brein je lichaam aanstuurt
Constraint-induced movement therapy (CIMT)
Het gezonde ledemaat wordt tijdelijk beperkt, zodat de cliënt gedwongen wordt de aangedane ledemaat te gebruiken.
De tractis coricospinalis
De belangrijkste baan die motorische signalen van de motorische cortex naar het ruggenmerg transporteert. Er zijn twee corticospinale banen
Tractus corticospinalis lateralis
Bestaat uit 90% de vezels en kruist in medulla, hersenstam . Eindigt vooral op motorneuronen die distale spieren aansturen( handen, vingers, voeten). Projecteer vooral op laterale interneuronen en motor neuronen
Tractus coricospinalis ventralis
Bestaat uit 10% van de vezels en kruist niet in de medulla, maar kruist vaak alsnog ter hoogte van het ruggensegment. Stuurt vooral proximale en axiale spieren aan (romp, schouder, nek). Projecteert vooral op mediale interneuronen en motorneuronen.
Reciprocale inhibitie
Als een flexor geactiveerd wordt, wordt de bijbehorende extensor geremd en omgekeerd.
Basale ganglia
Zijn een verzameling subcorticale kernen net onder de cortex die de volume knop zijn voor beweging via de globus pallidus en de thalamus doormiddel van dopamine. Bestaat uit: Nucleus caudatus (‘nucleus met staart’). Putamen. Globus pallidus (intern en extern; doelwit van diepe hersenstimulatie bij Parkinson, zie H7). Nucleus accumbens (betrokken bij beloning en motivatie, zie H12) Subthalamische nucleus Substantia nigra (pars compacta en pars reticulata)
Hypokinetische symptomen
Speelt een rol bij de ziekte van parkinson waarbij er een tekort is aan dopamine in de substantia nigra
Hyperkinetische symptomen
Speelt een rol bij de ziekte van huntington hierbij zijn cellen van het putamen en de nucleus caudatus beschadigd en bij het syndroom van Gilles de la tourette, wat gelinkt is aan afwijkingen in putamen en nucleus caudatus
Cerebellum
Verwerkt de geplande beweging met de werkelijke beweging. Kan onderverdeeld worden in drie gebieden, Flocculonodulaire lob, Mediale cerebellum en Laterale cerebellum.
Flocculonodulaire lob (cerebellum)
Reguleert oogbewegingen en evenwicht en werkt nauw samen met het vestibulaire systeem
Mediale cerebellum
Ondersteunt bewegingscontrole van romp en gezicht en is belangrijk voor houding en locomotie
Laterale cerebellum
Stuurt bewegingsplanning en coördinatie van ledematen, inclusief handen, voeten, vingers. Belangrijk voor precisie en fijnmoteriek
Halfcirkelvormige kanalen (booggangen)
Detectie van rotatie van het hoofd, Ze bevatten endolymfe (vloeistof) en vestibulaire haarcellen (trilhaartjes) die in een cupula zijn ingebed. Hoofdrotaties zorgen dat de endolymfe in de kanalen beweegt en dit buigt de haarcellen
Otalieten (statolieorgaan)
Bestaan uit een gelatineuze laag met kleine calciumcarbonaatkristallen (otaconia) en haarcellen. Wanneer het hoofd versneld of kantelt, drukt de gelei en kristallen tegen de haarcellen aan
Nociceptie (irritatie)
Detecteert pijn, temperatuur en jeuk
Hapsis (Druk)
Detecteer lichte aanraking, druk en textuur
Proprioceptie (Spierfeedback)
Detecteert positie en beweging van het lichaam en de ledematen.
Snel adapterende (phasic) receptoren
Reageren kortdurend op een stimulus en registreren vooral op het begin en einde. Bv Meissner-cellen
Langzaam adapterende (tonic) receptoren
Blijven actief zolang de stimulus aanwezig is. registreren of een stimulus nog steeds voortduurt. Bv Merkel cellen (druk).
Posterolaterale kern (VPL)
Belangrijkste thalamuskern voor somatosensorische projecties
Tractus spinothalamicus dorsalis (posterieure tract)
Verantwoordelijk voor hapsis en proprioceptie. De axonen lopen via de dorsale kolommen van het ruggenmerg (fasciculus gracilis en cuneatus) omhoog naar de medulla. ze kruisen in de medulla oblongata. Vervolgens projecteren zij naar de ventrale posterolaterale thalamus (VPL) en eindigen ze in S1 (postcentrale gyrus)
Tractus spinothalamicus ventralis (anterieur tract)
Verantwoordelijk voor nociceptie. axonen komen binnen via de dorsale wortel en maken synaps in de posterior hoorn van het ruggenmerg. ze kruizen direct in het ruggenmerg naar de contralaterale anterieure/ laterale zijde. ze lopen vervolgens omhoog in het anterolaterle systeem en eindigen in de VPL van de thalamus, waar ze projecteren naar S1
Monosynaptische reflex
Reflex die wordt veroorzaakt door een directe verbinding tussen een sensorisch en motorisch neuron in het ruggenmerg.
Multi-synaptisch reflexen
Verantwoordelijk voor meer complexe ruggenmergreflexen die meerdere synapsen omvat, vaak met interneuronen
Pain gating theory
Je kan acute pijn verminderen door over de pijnlijke plek te wrijven. Dit komt doordat de axonen van tast- en drukreceptoren inhiberende interneuronen in het ruggenmerg activeren, die de projectie van pijnsignalen van nociceptie cellen naar hogere centra remmen
Periaqueductale grijze massa (PAG)
Bevind zicht in de middenhersenen tegmentum. De activatie van PAG activeert dalende inhiberende banen naar het het ruggenmerg en dit sluit de "pijnpoort" gedeeltelijk
Primaire somatosensorische cortex (S1)
Ontvangt input van de VPL van de thalamus. Gelegen in de postcentrale gyrus. Is verantwoordelijk voor nociceptie, hapsis en proprioceptie. De S1 bestaat uit vier aparte corticale gebieden: Brodmmann gebieden 1, 2 3a en 3b
Secundaire somatosensorische cortex (S2)
Ontvangt input van S1 en van de visuele en auditieve cortex. Speelt een rol bij complexe sensorische integratie
Preparedness
Het fenoneem dat het zenuwstelsel gepredisponeerd is om sommige associaties gemakkelijker te leren dan andere
Olfactorische epitheel
Hierin bevind zich 400 verschillende geurreceptoren in de neusholte
Olfactorische systeem
Het primaire pad is voor het snel koppelen van geuren aan emoties. Projecteert rechtstreeks naar de pyriforme cortex (primaire olfactorische cortex) en de amygdala. Het secundaire pad is voor bewuste herkenning van geuren. Verloopt via de thalamus naar de orbitofrontale cortex
Eerste smaak route
Loopt via de thalamus naar S1 em de primaire smaakcortex (gelegen nabij S2). Vanuit hier projecteert de informatie naar de orbitofrontale cortex, waar smaak- en reukinformatie samen komen
Tweede smaak route
Projecteert rechtstreeks naar de hypothalamus en de amygdala, hersengebieden die waarschijnlijk betrokken zijn bij het ervaren van plezier en de motivationele aspecten van eten
Gemotiveerd gedrag
Gedrag dat gericht is op het bereiken van een bepaald doel waar deze hersengebieden bij betrokken zijn: Hypothalamus en de hypofyse, limbische systeem en de frontaalkwabben.
Regulerend gedrag
Wordt gereguleerd door de hypothalamus dat zowel het endocriene systeem als het autonome zenuwstelsel beïnvloed
Niet-regulerend gedrag
Wordt gereguleerd door de prefrontale cortex, het limbisch systeem en de hypothalamus.
Infundibulum
Het verbinding "steeltje" van de hypothalamus en hypofyse
Hypofyse achterkwab (posterieur)
Bestaat uit neuraal weefsel en wordt beschouwd als een verlengstuk van de hypothalamus. Ontvangt hormonen via de axonen van hypothalamische neuronen en geeft deze af aan de bloedbaan. Bv ocytocine (betrokken bij hechtingsgedrag) en vasopressine (betrokken bij regulatie van bloeddruk en vochtbalans)
Hypofysevoorkwab (anterieur)
Bestaat uit klierweefsel en ontvangt releasing hormonen van de hypthalamus via een systeem van kleine haarvaten. Synthetiseert onder andere: Groeihormoon, prolactine, adrenocorticotroop hormoon (ACTH) en thyreoïdstimulerend hormoon (TSH)
Laterale hypothalamus
Stimuleert het hongergevoel. Laesies leiden tot afagie, waarbij dieren stoppen met eten
Ventromediale hypothalamus
speelt een rol bij het ervaren van verzadiging. laesies in die gebied leiden tot hyperfagie waarbij dieren overmatig eten
Organiserende effecten
Treed voornamelijk prenataal op en beïnvloed de ontwikkeling van het foetale brein. Hormonen, met name androgenen spelen hier een rol. Effecten zijn relatief permanent
Activerende effecten
Treed postnataal, met name in de volwassenheid op en beïnvloed de actuele activiteit van het brein. Bij vrouwen hang seksueel gedrag samen met het oestrogeenniveau en bij mannen met het testosteronniveau. Effecten zijn tijdelijk en omkeerbaar
Ventromediale kern van de hypothalamus
Geassocieerd met copulatie gedrag bij vrouwelijke ratten
Preoptische kern van de hypothalamus
Is geassocieerd met copulatie gedrag bij mannelijke ratten
James-Lange theorie
veronderstelt dat er op emotionele stimulus eerst een fysiologische reactie is en dan een emotionele
Cannon-bard-theorie
Veronderstelt dat een emotionele stimulus gelijktijdig leidt tot een fysiologische en emotionele reactie
Appraisal theorie
'Hoe ik de situatie beoordeel, bepaalt mijn emotie'.
Subjectieve gevoelens van emotioneel gedrag
Wordt geassocieerd met activiteit in de amygdala en prefrontale cortex
Fysiologische reacties van emotioneel gedrag
Wordt gereguleerd door de hypothalamus
Cognitieve component van emotioneel gedrag
Staan onder invloed van de cerevrale cortex
Limbisch systeem
Wordt onder de volgende hersenstructeren gerekend: De gyrus cinglu: betrokken bij emotionele evaluatie, motivatie en verwerking van beloning en straf De hippocampus: speelt een rol bij geheugen en spatiële navigatie De amygdala (amandelkern), Die een centrale rol vervult bij emoties door inkomende zintuigelijke informatie te evalueren en hieraan emotionele en motivationele betekenis toe te kennen Corpora mammillaria in de hypothalamus, die betrokken zijn bij de geheugenprocessen, met name binnen het Papez-circuit