Gepuncteerde noot
Een punt áchter een noot zet, de helft van zijn waarde komt er bij.,
1/41
| Term | Definition |
|---|---|
| Gepuncteerde noot | Een punt áchter een noot zet, de helft van zijn waarde komt er bij., |
| Syncope | Accentverschuiving |
| Fill(in) | Kort ingevoegd ritmisch figuur. Vaak door het drumstel |
| Break | Een stilte/onderbreking van de groove binnen een muziekstuk. |
| Swing | Ritmische figuren niet allemaal gelijk uitvoeren (recht), maar de eerste noot langer maken dan de tweede zodat er een ‘swing’ ontstaat. |
| Maatwisseling | Een verandering van de maatsoort gedurende een muziekstuk |
| Tweedelige maatsoort | Heeft om de twee tellen een accent |
| Driedelige maatsoort | Heeft om de drie tellen een accent |
| Riff | Een begeleidingsmotief in de lichte muziek dat herhaald wordt. |
| Thema | Een melodie die bepalend is voor (een deel van) het muziekstuk en meer dan één keer voorkomt. |
| Terrassendynamiek | De dynamiek verandert heel abrupt |
| Overgangsdynamiek | De dynamiek verandert geleidelijk. |
| Tweestemmig | Twee verschillende melodieën klinken samen. |
| Driestemmig | Drie verschillende melodieën klinken samen. |
| Meerstemmig | Wanneer er twee of meer verschillende stemmen tegelijk klinken. |
| Imitatie | Een manier van componeren waarbij een motief in een andere partij meteen herhaald wordt. |
| Variatie | Een kleine varandering van een melodie. |
| Versiering | Het toevoegen van noten aan een melodie zodat deze mooier wordt |
| Contrast | Een tegenstelling binnen de muziek - Hoog/Laag, Hard/Zacht, Snel/Langzaam |
| Plukken | Het met afzonderlijke vingers aanslaan/plukken van contrabas snaren. |
| Aanslaan (slaginstrument) | Het met de hand of een stok bespelen van een slaginstrument |
| Raspen | Met een schrapende beweging over een slagwerkinstrument spelen. |
| Schudden | Het ritmisch bewegen van een slagwerkinstrument. |
| Bezetting | Welke instrumenten / stemmen komen er allemaal in een muziekstuk voor. |
| Ontwikkeling | Een verandering in bijvoorbeeld: melodie, tempo, notenwaarde, instrumenten of dynamiek. |
| Grafische notatie | De muzikale notatie is doormiddel van vormen, kleuren en hoogtes gedaan. |
| Geluidsdragers | Technieken om geluid (digitaal) op te slaan zoals: L.P./Tape/ Mp3/ Cd/ Dvd. |
| Playbacken | Het meezingen met een nummer zonder klank te maken. |
| Remix | Een bestaand nummer aanpassen door het digitaal te verknippen, vaak wordt er een beat ondergezet |
| Sample | Een geluidsfragment dat gedigitaliseerd wordt (opgenomen), zodat het te gebruiken is (op verschillende toonhoogtes). |
| Soundtrack | Een muziekstuk dat bij een film hoort bijvoorbeeld: Titanic, Lord of the Rings en Star Wars |
| Spreken (stemgebruik) | Het gebruik van de spreekstem |
| Rappen (stemgebruik) | Het ritmisch uitspreken van teksten op een beat. |
| A capella | Zingen zonder instrumentale begeleiding. |
| Aria | Een klassieke compositie waar de stem/zang de hoofdrol speelt. |
| Tutti | Iedereen / het hele orkest speelt. |
| Solo | Eén iemand speelt / zing. |
| Blaasorkest | een orkest met blaasinstrumenten en slagwerk |
| Rockgroep / Popgroep | Een basis van popinstrumenten |
| Symfonieorkest | Een orkest met strijkinstrumenten, houten en koperen blaasinstrumenten en veel slagwerk. |
| Big Band | Een groot jazz orkest. |