Untitled Studyset
Created by Jannik Schmitz
proximodistale principe
Kinderen leren eeerst hun schouderes en romp goed te gebruiken en later hun armen en hun handen en vingers dus van binnen naar buiten
| Term | Definition |
|---|---|
proximodistale principe | Kinderen leren eeerst hun schouderes en romp goed te gebruiken en later hun armen en hun handen en vingers dus van binnen naar buiten |
cefalocaudale principe | Bij kinderen ontwikkelt zich eerst het hoofd en de bovenkant van het lichaam pas later dan de onderkant |
Zone van proximale ontwikkeling (ZPO) | De ZPO is het verschil tussen wat een leerling zelfstandig kan doen en wat hij met hulp kan doen, de zone waar het leren plaatsvindt. |
Scaffolding | De ondersteuning de de MWA biedt net als een steiger rond een gebouw als de leerling het alleen kan wordt de steiger afgebroken |
reflexieve integratie | het proces waarbij baby's reflexen zoals de schrik of zoekreflex vanzelf integreren en vervangen worden door bewuste bewegingen naarmate het zenuwstelsel groeit |
zuigreflex | baby's die een tepel of een speen in hun mond voelen beginnen sterk te zuigen |
zoekreflex/rooting reflex | De hoofd draait naar een aanraking op de wang en de baby opent zijn mond, daardoor kan het baby moedermelk binnen krijgen |
moro-reflex (schrikreflex) | Bij hard geluid of het gevoel te vallen gooit de baby zijn armpjes wijd open en strekt zijn benen en trekt ze daarna weer krampachtig naar zich toe |
grijpreflex | een automatisch vastpakken als de baby iets in zijn hand of voet voelt |
loop/stapreflex | Het baby zet afwisselend zijn beentjes uit als hij onder zijn oksels wordt gepakt en zijn voeten op de grond gezet worden |
Sensomotorische ontwikkelingsstadia (0-2) | De wereld ontdekken via zintuigen en handelingen zoals kijken, aanraken, grijpen of zuigen |
objectpermanentie | het besef dat iets blijft bestaan , ook als het uit het zicht is |
Preoperationele ontwikkelingsstadia (2-7) | kan woorden en beelden gebruiken om dingen voor te stellen |
egocentrisch | kan zich niet in het standbeeld van een ander verplaatsen |
concreet operationele ontwikkelingsstadia (7-11) | Kan logisch nadenken over concrete dingen, hoeveelheid water blijft hetzelfde ook al wordt het in een hoger of dunner glas geschonken |
formeel operationele ontwikkelingsstadia (12+) | Kan abstract en hypothetisch redeneren. Denkt na over morele, filosofische en politieke kwesties. Kan systematisch problemen oplossen. |
Zuigelingenleeftijd (0-1,5)- vertrouwen vs. wantrouwen | De baby is volledig afhankelijk van zijn verzorgers
- Is de wereld een veilige en betrouwbare plek?
betrouwbaar reactie op de behoeften van de baby
positieve uitkomst: vertrouwen negatief: wantrouwen |
vroege kinderjaren(1,5-3) - autonomie vs. Schaamte en twijfel | Het kind leert lopen, praten en zelf dingen doen
Ben ik een zelfstandig persoon?
ruimte geven om dingen zelf te proberen/ bekritiseren van een kind bij ongelukjes
positiev: autonomie/zelfstandig negatief: schaamte over zichzelf en twijfel aan zijn eigen kunnen |
Speelleeftijd (3-5) - initiatief vs. Schuldgevoel | Het kind gaat de wereld verkennen, plannen maken en spelletjes initieren - Mag ik nieuwsgierig en ondernemend zijn?
positief: Het kind leert een eigen wil te hebben
negatief: Het kind ontwikkelt een schuldgevoel over zijn eigen behoeftes en acties |
Schoolleeftijd (5-12) - vlijt vs. minderwaardigheid | Het kind leert vaardigheden lezen, rekenen en samenwerken op school - Ben ik competent en kan ik dingen goed doen?
Positief: Door aanmoediging ontwikkelt het kind een gevoel van vlijt/ijver
Negatief: een gevoel van minderwaardigheid door weinig ondersteuning en kritiek/ falen |
Adolescentie (12-18) identiteit vs. rolverwarring | De zoek naar zichzelf - Wie ben ik?/ Wat zijn mijn waarden en wat wil ik woorden?
positief: experimenteren met kledingstijl, hobby's ontwikkelt zich een coherente identiteit
negatief: slaagt niet een stabiele identiteit te vormen en treedt een rolverwarring op weet niet wie hij is of waar hij hoort |
Jongvolwassenheid (18-40) intimiteit vs isolatie | vormen van langdurige relaties - Kan ik een liefdevolle wederkerige relatie aangaan?
Als het lukt om langdurige vriendschappen of partnerrelatie aan te gaan, ontwikkeling van intimiteit
Mislukking kan leiden tot isolatie eenzaamheid en afstandelijkheid |
volwassenheid (40-65) generativiteit vs. stagnatie | De volwassene kijkt naar hoe hij iets kan bijdragen aan de volgende generatie - Geef ik mijn kennis en ervaring door?
P: Het zorgen voor kinderen, creatifs doen voor de toekomst
N: Wie niet kan zorgen voor de volgende generatie blijft vastzitten |
ouderdom (65+) integriteit vs. wanhoop | terugblik op zijn leven - had ik een goed en betekenisvol leven?
P: Als men tevreden is ontstaat een gevoel van integriteit/voltooing - wijsheid
N: Als men ontevreden is ontstaat een gevoel van wanhoop en angst voor de dood |