proximodistale principe
Kinderen leren eeerst hun schouderes en romp goed te gebruiken en later hun armen en hun handen en vingers dus van binnen naar buiten
1/24
| Term | Definition |
|---|---|
| proximodistale principe | Kinderen leren eeerst hun schouderes en romp goed te gebruiken en later hun armen en hun handen en vingers dus van binnen naar buiten |
| cefalocaudale principe | Bij kinderen ontwikkelt zich eerst het hoofd en de bovenkant van het lichaam pas later dan de onderkant |
| Zone van proximale ontwikkeling (ZPO) | De ZPO is het verschil tussen wat een leerling zelfstandig kan doen en wat hij met hulp kan doen, de zone waar het leren plaatsvindt. |
| Scaffolding | De ondersteuning de de MWA biedt net als een steiger rond een gebouw als de leerling het alleen kan wordt de steiger afgebroken |
| reflexieve integratie | het proces waarbij baby's reflexen zoals de schrik of zoekreflex vanzelf integreren en vervangen worden door bewuste bewegingen naarmate het zenuwstelsel groeit |
| zuigreflex | baby's die een tepel of een speen in hun mond voelen beginnen sterk te zuigen |
| zoekreflex/rooting reflex | De hoofd draait naar een aanraking op de wang en de baby opent zijn mond, daardoor kan het baby moedermelk binnen krijgen |
| moro-reflex (schrikreflex) | Bij hard geluid of het gevoel te vallen gooit de baby zijn armpjes wijd open en strekt zijn benen en trekt ze daarna weer krampachtig naar zich toe |
| grijpreflex | een automatisch vastpakken als de baby iets in zijn hand of voet voelt |
| loop/stapreflex | Het baby zet afwisselend zijn beentjes uit als hij onder zijn oksels wordt gepakt en zijn voeten op de grond gezet worden |
| Sensomotorische ontwikkelingsstadia (0-2) | De wereld ontdekken via zintuigen en handelingen zoals kijken, aanraken, grijpen of zuigen |
| objectpermanentie | het besef dat iets blijft bestaan , ook als het uit het zicht is |
| Preoperationele ontwikkelingsstadia (2-7) | kan woorden en beelden gebruiken om dingen voor te stellen |
| egocentrisch | kan zich niet in het standbeeld van een ander verplaatsen |
| concreet operationele ontwikkelingsstadia (7-11) | Kan logisch nadenken over concrete dingen, hoeveelheid water blijft hetzelfde ook al wordt het in een hoger of dunner glas geschonken |
| formeel operationele ontwikkelingsstadia (12+) | Kan abstract en hypothetisch redeneren. Denkt na over morele, filosofische en politieke kwesties. Kan systematisch problemen oplossen. |
| Zuigelingenleeftijd (0-1,5)- vertrouwen vs. wantrouwen | De baby is volledig afhankelijk van zijn verzorgers - Is de wereld een veilige en betrouwbare plek? betrouwbaar reactie op de behoeften van de baby positieve uitkomst: vertrouwen negatief: wantrouwen |
| vroege kinderjaren(1,5-3) - autonomie vs. Schaamte en twijfel | Het kind leert lopen, praten en zelf dingen doen Ben ik een zelfstandig persoon? ruimte geven om dingen zelf te proberen/ bekritiseren van een kind bij ongelukjes positiev: autonomie/zelfstandig negatief: schaamte over zichzelf en twijfel aan zijn eigen kunnen |
| Speelleeftijd (3-5) - initiatief vs. Schuldgevoel | Het kind gaat de wereld verkennen, plannen maken en spelletjes initieren - Mag ik nieuwsgierig en ondernemend zijn? positief: Het kind leert een eigen wil te hebben negatief: Het kind ontwikkelt een schuldgevoel over zijn eigen behoeftes en acties |
| Schoolleeftijd (5-12) - vlijt vs. minderwaardigheid | Het kind leert vaardigheden lezen, rekenen en samenwerken op school - Ben ik competent en kan ik dingen goed doen? Positief: Door aanmoediging ontwikkelt het kind een gevoel van vlijt/ijver Negatief: een gevoel van minderwaardigheid door weinig ondersteuning en kritiek/ falen |
| Adolescentie (12-18) identiteit vs. rolverwarring | De zoek naar zichzelf - Wie ben ik?/ Wat zijn mijn waarden en wat wil ik woorden? positief: experimenteren met kledingstijl, hobby's ontwikkelt zich een coherente identiteit negatief: slaagt niet een stabiele identiteit te vormen en treedt een rolverwarring op weet niet wie hij is of waar hij hoort |
| Jongvolwassenheid (18-40) intimiteit vs isolatie | vormen van langdurige relaties - Kan ik een liefdevolle wederkerige relatie aangaan? Als het lukt om langdurige vriendschappen of partnerrelatie aan te gaan, ontwikkeling van intimiteit Mislukking kan leiden tot isolatie eenzaamheid en afstandelijkheid |
| volwassenheid (40-65) generativiteit vs. stagnatie | De volwassene kijkt naar hoe hij iets kan bijdragen aan de volgende generatie - Geef ik mijn kennis en ervaring door? P: Het zorgen voor kinderen, creatifs doen voor de toekomst N: Wie niet kan zorgen voor de volgende generatie blijft vastzitten |
| ouderdom (65+) integriteit vs. wanhoop | terugblik op zijn leven - had ik een goed en betekenisvol leven? P: Als men tevreden is ontstaat een gevoel van integriteit/voltooing - wijsheid N: Als men ontevreden is ontstaat een gevoel van wanhoop en angst voor de dood |