Steen

Created by L

Degradatie van steen
Aantasting van natuursteen door fysische, chemische, mechanische of biologische processen.

1/97

TermDefinition
Degradatie van steen
Aantasting van natuursteen door fysische, chemische, mechanische of biologische processen.
Interne parameters die de gevoeligheid van een steen bepalen
Mineralogie, poriestructuur, vormgeving, oriëntatie
Degradatieprocessen
Mechanische processen, Fysische processen, Chemische processen, Biologische processen
Hoofdtypes steendegradatie
Depositie, Barsten, Desintegratie, Transformatie, Biokolonisatie, Deformatie
Patina
Natuurlijke of kunstmatige verkleuring van het oppervlak zonder dat de steen instabiel wordt. Veroorzaakt door oxalaatvorming en/of ijzerrijke mineralen die naar het oppervlak migreren. = transformatie, maar is eigenlijk meer een alteratie dan een degradatiefenomeen
definition image
Oxidatie van interne ijzermineralen
Verkleuring door oxidatie van Fe rijke mineralen zoals pyriet in de steen. = transformatie
definition image
Pyriet (FeS₂)
IJzerdisulfide dat in marmer en andere stenen kan oxideren tot roestvlekken.
definition image
Depositie
Afzetting van extern materiaal op het steenoppervlak, zoals roest of koperafzetting.
Afzetting van geoxideerd metaal
Roodbruine of groenblauwe vlekken onder metalen elementen door corrosie. = depositie
definition image
Oxidatie van metallisch ijzer
Het volume van metallisch ijzer zet uit bij oxidatie (tot x7) waardoor de steen barst door volume toename. Soms werd dit geanticipeerd: gat groter dan ijzer, waarna ruimte ingegoten met gesmolten lood = barsten
definition image
Efflorescentie
Kristallisatie van zouten aan het oppervlak = zichtbaar = niet schadelijk voor steen Witte, poederachtige kristallen op het steenoppervlak. = depositie
definition image
Subflorescentie (cryptoflorescentie)
Kristallisatie van zouten onder het oppervlak = IN de steen /niet zichtbaar= wel schadelijk
Barst
Een scheur die de steen in twee of meer delen verdeelt, waarbij de delen nog bij elkaar zijn (anders is het een lacune).
Breuk
Barst die volledig door de steen loopt.
definition image
Haarscheur
Zeer fijne barst (<0,1 mm).
definition image
Craquelé
Netwerk van fijne barstjes aan het oppervlak.
definition image
Stervormige barst
Barst die vanuit één centraal punt in meerdere richtingen uitloopt.
definition image
Bouwfysische onstabiliteit
Barsten door zetting van het gebouw of instabiele ondergrond waarbij de barst doorheen de voeg van de muur loopt. Moet worden gemonitord. = barsten
definition image
Overbelasting
Barsten die zowel de voeg volgen als doorheen de steen gaan en afschilfering doordat de steen te veel gewicht moet dragen door een ontwerpfout of slechte kwaliteit van de steen. = barsten
definition image
Foutieve oriëntatie
Barsten doordat sedimentlagen verticaal geplaatst zijn in plaats van horizontaal. = barsten
Styloliet
Golvende of getande barsten parallel aan sedimentlagen, ontstaan tijdens geologische vorming door het oplossen van materiaal onder hoge druk. Typisch voor blauwe hardsteen. = barsten
definition image
Steek
Rechte, scherpe breuk die niet parallel loopt aan sedimentlagen, veroorzaakt door drukontlasting van steen dat onderhevig geweest is aan tektonische krachten. = barsten
definition image
Lacune
Ontbrekend deel van steen door verlies van materiaal. = desintegratie
definition image
Desintegratie
Het uiteenvallen van steen in zijn samenstellende delen door verschillende processen.
definition image
Delaminatie
Loslaten van materiaal langs één vlak of laag. = desintegratie
Exfoliatie
Meervoudige delaminatie waarbij dunne laagjes loskomen zoals folia. = desintegratie
definition image
Afschilferen
Loslaten van kleine, dunne schubjes (<3 mm) van het oppervlak. = desintegratie
definition image
Blaarvorming (blistering)
Hemisferische blazen in de steen door spanningen tussen korst en bulksteen. = desintegratie
definition image
Verpoederen
Steen valt uiteen tot fijn poeder door verlies van bindmiddel of zout-/vorstschade. = desintegratie
definition image
Verpoederen wegens verkeerde mortel
Voegen lijken wat uit te steken door verlies van steen. Historische, zachte mortels zijn vochtdoorlatend (zowel vloeibaar als dampvorm), maar Portland cement is niet vochtdoorlatend. Zouten kristalliseren daardoor aan de steen-voeg interface. Door volume uitzetting van de kristallen zal de zachtere steen barsten, gevolgd door verlies van materiaal. = desintegratie
definition image
Verkruimelen
Steen valt uiteen in grotere korrels of brokjes. = desintegratie
definition image
Verkrijten of krijten
Verpoederen van kalksteen tot zeer fijn krijtachtig poeder. = desintegratie
definition image
Afzanden
Verlies van zandkorrels bij zandsteen doordat het bindmiddel is verdwenen. = desintegratie
definition image
Versuikering
Loskomen van calcietkristallen door anisotrope uitzetting bij marmer = desintegratie
definition image
Vervorming
De vorm veraderd zonder materiaalverlies. Thermische uitzetting: marmer bestaat uit calciet mineralen die een anisotrope uitzettingscoefficient hebben --> kristallen krimpen bij afkoeling in andere dimensie dan bij uitzetting door opwarming --> vervorming = deformatie
definition image
Erosie
Afslijting van steen door wind, water, zand of mechanische belasting. Vorm van de steen wordt afgerond, gebeeldhouwde details gaan verloren. = desintegratie
definition image
Differentiële erosie
Zachtere sedimentlagen en/of meer oplosbare componenten in de steen gaan snellere eroderen dan andere. = desintegratie
definition image
Alveolisatie
Honingraatstructuur door combinatie van wind, vocht en zoutkristallisatie. = specifieke vorm van erosie = desintegratie
definition image
Depositie
Materiaal wordt afgezet op het steenoppervlak zonder dat de steen chemisch veranderd. Het afgezette materiaal komt uit de muur/steen = endogeen of komt van buitenaf (atmosfeer/omgeving) = exogeen
definition image
Incrustatie/ korstvorming
Gipskorst die donker kleurt door opname van roet en fijn stof. = transformatie
definition image
Drielagensysteem bij korstvorming
• Grote, discrete korrels zijn zand (kwarts) • Daartussen zit kalk (het bindmiddel) • De sferische vormen zijn coccolieten = restanten van de dierlijke kalkbron (kenmerk sedimentsteen) • 1 is bulklaag, de originele steen aan de binnenkant • 2 omvat een transformatie naar een gipslaag • 3 bevat de depositielaag, mix van endo en exogeen materiaal Ca uit de steen wordt geloogd, omgezet naar gips door reactie met SO₂ uit de atmosfeer, vermengd met (zwart) atmosferisch fijn stof Dit resulteert in een zwarte gipskorst op de steen.
definition image
Vochtvlekken
Donkere zones door vocht in de steen, vaak met tide lines. = depositie
definition image
Afzetting van fijn stof
Donkere zones door afzetting van atmosferisch stof, afhankelijk van regenafloop. = depositie
definition image
Turbulente stroom
Sterke waterafloop die stof wegspoelt → lichtere zones.
Laminaire stroom
Zwakke waterafloop waardoor stof blijft liggen → donkere zones.
Volgorde van kolonisatie
1. eerst vormen micro-organismen een complexe bio-film van bacteriën, algen en/of schimmels 2. Daarna gevolgd door mossen en korstmossen 3. Dit alles creëert een voedingsbodem voor hogere vegetatie
Biofilm
Dunne laag micro-organismen (bacteriën, algen, schimmels) op steen. Kan soms de steen beschermen of aantasten.
Algen
Groene, bruine of zwarte poederige laag op vochtige buitensteen. Enkel esthetische impact.
definition image
Schimmels
Donzige vezelstructuren op vochtige interieurs. Wortels groeien in de steen en produceren soms zuren wat kan leiden tot schade.
definition image
Korstmossen (lichen)
Twee micro-organismen die samenwerken en niet zonder elkaar kunnen overleven = symbiose van schimmel en bacterie (of alg) Meestal enkel een esthetische impact, maar kunnen ook een zure omgeving creeren.
definition image
Mos
Kleine plantjes op vochtige horizontale vlakken. Zorgt meestal voor geen schade, maar kan bij dikkere mospakketten water vasthouden --> vorstschade. Kunnen ook een zure omgeving creëren en voedingsbodem worden voor hogere vegetatie.
definition image
Levermos
Schubachtig plantje op vochtige steen
definition image
Hogere vegetatie
Planten met wortels die in voegen groeien. = de takken en wortels blijven eerder klein en zacht = laag risico op schade / niet nodig om te verwijderen
definition image
Houtachtige meerjarige planten, struiken en bomen
Wortels en takken worden tijdens de groei steeds dikker en sterker en gaan mechanisch druk uitoefenen --> steeds verwijderen
definition image
Zelfhechtende klimplanten
Planten met hechtwortels (bv. klimop, wingerd). Weinig risico voor stabiel en intact steen- en voegwerk, maar wel voor zachte en al aangetaste delen. Hechtwortelen groeien in de barstjes in de mortel en steen => barstjes worden groter => water penetratie en vorstschade
Niet-zelfhechtende klimplanten
Planten die steun nodig hebben (bv. clematis, druif) = veroorzaakt weinig tot geen schade, niet nodig om te verwijderen
Hydrische dilatatie
Uitzetting door absorptie van vloeibaar water --> capillaire werking van steen
Hygrische dilatatie
Uitzetting door absorptie van waterdamp --> steen is hygroscopisch
Zoutkristallisatie
Proces waarbij zouten oplossen en opnieuw kristalliseren, wat druk veroorzaakt.
Van waar komt zout in de steen?
- inherent in de steen aanwezig zijn - uit de atmosfeer komen - in de mortel aanwezig zijn - uitwerpselen van de mens - optrekkend grondwater
Parameters die zoutverwering beïnvloeden
1. De chemische samenstelling van het zout en zijn evenwichtsluchtvochtigheid; 2. De aanwezige zoutmengeling: een mix van zouten gedraagt zich anders dan 1 zout; 3. De poriën en andere fysische eigenschappen van de steen; 4. De temperatuur en vochtigheid van de steen zelf (denk aan condens) 5. De temperatuur en vochtigheid van de omgeving 6. De oriëntatie van de muur en het vlak van de steen (bv. West-gericht = meestal meer regen) 7. De luchtverplaatsing rond de steen, bepaalt verdampingssnelheid
Evenwichtsluchtvochtigheid (ERH)
Luchtvochtigheid waarbij een zout overgaat van kristallijn naar opgelost of omgekeerd.
Capillariteit
Opzuigende werking van poriën waardoor vocht en zouten migreren.
Poriestructuur
Grootte, hoeveelheid en verbondenheid van poriën die transport van vocht en zouten bepalen.
Mineralogie
Samenstelling van de steen die bepaalt hoe gevoelig ze is voor chemische aantasting.
Zure regen
Regenwater met opgeloste SO₂/NOₓ dat calciet oplost en gipskorsten vormt. Calciet (CaCO₃) in de kalksteen (en –mortel) wordt door water, zwaveldioxide en zuurstof getransformeerd in gips(korst) volgens : 2CaCO₃ + 2SO₂ + 4H₂O + O₂ ↔ 2CaSO₄.2H₂O + 2CO₂
Ferramenta
IJzeren bevestigingselementen in ramen en dorpels die kunnen roesten en barsten veroorzaken.
Gietlood (loodvulling)
Lood dat rond ijzer werd gegoten om ruimte op te vullen
Externe mechanische impact
Schade door mens of dier: krassen, boorgaten, inslagen, vandalisme. = desintegratie
definition image
Incisie
Ingekraste lijnen door menselijk handelen, bv. slijpen van messen.
Perforatie door dieren
Gaten veroorzaakt door insecten of vogels (bv. graafwespen).
Vorstschade
Schade door uitzetting van water dat in steen bevriest.
Thermische uitzetting
Uitzetting door temperatuurstijging
Deformatie
Vervorming van steen zonder materiaalverlies of chemische veranderingen, typisch bij dunne marmerplaten.
Anisotrope uitzettingscoëfficiënt
Eigenschap waarbij materiaal in verschillende richtingen anders uitzet.
Bulksteen
Het niet-aangetaste binnenste van de steen.
Oriëntatie van de steen
Positie van steen in gebouw die blootstelling aan regen, wind en vervuiling bepaalt.
Mineralogie van de steen
(chemische) samenstelling van de steen (bv. kalksteen is gevoeliger voor zure regen dan zandsteen) of zouten die reeds aanwezig zijn bij winning van de steen.
Poriestructuur
Dit bepaalt de mate waarin er capillair transport van vocht en zouten IN de steen plaatsvinden; Niet alleen de hoeveelheid en grootte van poriën speelt een rol, ook de mate waarin ze verbonden zijn.
Vormgeving van de steen
Veel detaillering en een ruwe textuur geeft een groter contactoppervlak met de omgeving; Een ruwe textuur houdt meer vuil en vocht vast.
Binnenklimaat
Klimaat binnen gebouwen dat condens, schimmel en zoutproblemen kan veroorzaken.
Buitenklimaat
Externe omgevingsfactoren zoals regen, wind, vervuiling en temperatuur.
Sedimentlagen
Geologische lagen in sedimentsteen die de sterkte en oriëntatie bepalen.
Tektonische krachten
Geologische druk die interne spanningen en latere breuken (steken) veroorzaakt.
Oxalaatkorst
Korst gevormd door reactie van oxaalzuur met metaalionen in steen.
Goethiet (FeOOH)
Geel ijzeroxide dat patina een okerkleur geeft.
Hematiet (Fe₂O₃)
Rood ijzeroxide dat patina een roestkleur geeft.
Glauconiet
Fe rijk kleimineraal in zandsteen dat patina vorming bevordert.
Mechanische erosie
Afslijting door schurende werking van zand, wind of reiniging.
Watererosie
Afslijting door langdurige waterafloop.
Windbelasting
Mechanische belasting door wind die erosie kan versnellen.
Fijn stof
Kleine deeltjes uit verkeer en industrie die verkleuring en korstvorming veroorzaken.
Polluenten
Vervuilende stoffen zoals SO₂ en NOₓ die chemische degradatie veroorzaken.
Vegetatie schade
Mechanische schade door wortelgroei in voegen en barsten.
Condensatie
Waterdamp die neerslaat op koude steenoppervlakken, bevordert biologische groei.
Koudebrug
Zone waar warmte ontsnapt, veroorzaakt condens en vochtproblemen.
Groeveoriëntatie
Markering van steenblokken om correcte plaatsing volgens sedimentlagen te garanderen.