Verlijmingstechnieken hout en metaal
Created by L
Verlijmen tinfolie
▪ Reversibele verlijming: acrylaatverlijming zonder extra materiaal
▪ Reversibele verlijming: acrylaatverlijming met glasvezelbrug
▪ Structurele verlijming: acrylaat buffer en verlijming in cyanoacrylaat met tinfoliebrug
▪ Mechanische verlijming: Oppervlak opruwen, metalen drager in tinfolie aanbrengen en verlijming met cyanoacrylaat
| Term | Definition |
|---|---|
Verlijmen tinfolie | ▪ Reversibele verlijming: acrylaatverlijming zonder extra materiaal
▪ Reversibele verlijming: acrylaatverlijming met glasvezelbrug
▪ Structurele verlijming: acrylaat buffer en verlijming in cyanoacrylaat met tinfoliebrug
▪ Mechanische verlijming: Oppervlak opruwen, metalen drager in tinfolie aanbrengen en verlijming met cyanoacrylaat |
Blokje verlijmen met vislijm | ▪ Visuele controle breuknaad
▪ Oude lijmresten verweken met Tylose en mechanisch verwijderen
▪ Breuknaad ontvetten met ethanol
▪ Proefopstelling maken met rubber elastiek
▪ Breuknaad voorbevochtigen met water en verlijmen met vislijm. |
Stokjes verlijmen met huidenlijm | ▪ Stokje uit grenen (Pinus sylvestris) en beuk (Fagus sylvatica) breken
▪ Houtvezels controleren en opnieuw laten aansluiten tijdens proefopstelling met schilderstape
▪ Breuknaad voorbevochtigen met water en verlijmen met huidenlijm |
Fineer verlijmen met PVAc | ▪ Fineer op maat snijden met scalpel
▪ Proefopstelling maken met klemmen en steunplanken
▪ MDF instrijken met PVAc
▪ Fineer klemmen en laten uitharden
▪ Fineerrand afsnijden met scalpel |
Aandachtspunten bij de constructie van verlijmingen | ▪ Goed inschatten waar de belasting/spanning zal optreden
▪ Zo groot mogelijke lijmoppervlakken
▪ Lijmvlak moet gelijkmatig belast worden
▪ Oppervlakken moeten planparallel staan t.o.v. elkaar
▪ Kleefkracht lijm = zwakker dan substraat |
Kwaliteit lijmverbinding | De kwaliteit van een lijmverbinding is afhankelijk van de eigenschappen van het lijmtype, de uitvoering en de krachtverdeling op de breukvlakken
Bepaal:
▪ Functie verlijming
▪ Krachtverdeling op lijmnaad
▪ Geschikte structurele versteviging ![]() |
Klemsystemen bij structurele verbindingen | Hulpmiddelen:
• Elastieken
• Knijpers
• Klemmen
• Touw of spanbanden
• Metaaldraad
• Magneten + metalen plaat
Buffers:
• Kurk
• Foam
• Melinex (PE film)
Ondersteuning:
• Zak met flexibele vulling (zand, droge rijst, bonen..)
• Op maat gemaakte steunmallen uit hout, etc. |
Belangrijkste eigenschappen metaal | ▪ Dichtheid
▪ Lineaire uitzetting (thermische expansie °C-1)
▪ Plastische vervorming (Young’s modulus)
▪ Glans
▪ Kleur
▪ Conductiviteit
▪ Magnetisme (ijzer, nikkel)
▪ Corrosiviteit
▪ Weinig poreus in gedegen vorm (zwakke hechting aan lijm)
▪ Legeringen met andere metalen |
Versnellende omstandigheden corrosie | ▪ Zuurstof
▪ Vocht
▪ Hitte
▪ Corrosieve chemicaliën (zuren, VOC’s, zwavel, chloor)
▪ Galvanische corrosie bij contact met minder edele metalen |
Factoren die de keuze van lijm bij metaal beïnvloeden | ▪ Sterke adhesie en cohesie noodzakelijk
▪ Watervrij
▪ Vrij van corrosieve chemicaliën (vb. formaldehyde houdende lijm)
▪ pH-neutraal
▪ Geen hitteproductie bij uithardingsproces (exotherme reactie)
▪ Geen insluiting van vocht of zuurstof tussen breukvlak en lijm
▪ Cohesie van lijm mag niet hoger zijn dan cohesie metaal (vb. bij verlijmen lood) |
Wanneer kunnen lijmen bij metaal toegepast worden | ▪ Bij passende breuknaden
▪ Object mag niet verwarmd worden waardoor
solderen of lassen niet mogelijk is
▪ Verbinding moet reversibel zijn waardoor vb.
schroefverbinding niet mogelijk is
▪ Vullen van lacunes
▪ Voor het vermijden van contactcorrosie |
Risico van verlijmen en aanvullen | Lijmen vergelen en verduren (cross-linking) op lange termijn. Wanneer lijmnaden niet correct worden voorbereid en aangebracht, kan dit leiden tot onesthetische, storende en zwakke restauraties. Overweeg altijd of lijmen de meest geschikte methode is. |
Eén componentlijmen | ▪ Acrylaatlijm (vb. Paraloïd B48N, B44 of B72) - meest reversibel, relatief sterk, weinig vergelend
▪ Cyanoacrylaat (Secondenlijm) – snelle, sterke maar vergelende verbinding, minder geschikt voor impact weerstand, toepasbaar bij onzichtbare lijmnaden, minder reversibel, korte uithardingstijd
▪ Anaerobe lijmen (vb. Loctite) – zuurstofarme omgeving vb. schroefnaden fixeren, geen structurele verbinding
▪ Smeltlijmen (Lijmpistool) – tijdelijke verbinding voor plaatsen van steunbruggen die direct verwijderd worden na uitdrogen verlijming
breuknaad |
Twee componentlijmen | ▪ Epoxylijm (Araldite 2020 of Akepox 5030) – sterke, structurele verbindingen met trage uitharding, niet volledig reversibel |
Constructie van lijmverbinding bij metaal | ▪ Niet elke vorm is geschikt om verlijmd te worden
▪ Breuknaad mag niet onder spanning staan dus zorg dat breuknaden perfect aansluiten
▪ Goed inschatten waar de belasting/spanning zal optreden o.i.v. gewicht en vorm
▪ Lijmvlak moet gelijkmatig belast worden
▪ Zo groot mogelijke lijmoppervlakken creëren
▪ Houdt rekening met zichtbaarheid verlijming, bij voorkeur op onzichtbare locatie |
Methoden om adhesie te vergroten bij metaal | ▪ Oppervlak ontvetten met aceton of ethanol om hechting lijm aan vuil te voorkomen
▪ Oppervlak opruwen met kraspen of schuurpapier ter bevordering van adhesie kracht. Hierdoor ontstaat mechanische interlocking van lijm op oppervlak.
▪ Breukoppervlak/contactoppervlak vergroten met behulp van structurele verbinding of drager |
Toepassing bufferlagen | Doel: reversibiliteit verhogen ![]() |
Mechanische verbindingstechnieken | Doel: Contactoppervlak vergroten en structurele versteviging
Lijmsystemen:
1. Stompe lijmnaad
2. Liplas verbinding
3. Verlijming met inzetstuk
4. Pen-gat verbinding
5. Drager of huls (indien visueel niet storend)
![]() |
Uitvoering verlijming bij metaal (2 componenten) | Vier fasen
1. Doseren van lijm (correct afwegen)
2. Grondig mengen van componenten
3. Controleer verwerkingstijd “pot life"
4. Zorgvuldig aanbrengen (capillair of vullend)
5. Uitharden (controleer temperatuur – positionering – druk - klemsysteem) |
Karakteristieke eigenschappen hout | ▪ Poreus
▪ Hygroscopisch
▪ Anisotroop
▪ Buigbaar
▪ Densiteit verschilt per houtsoort
▪ Variatie in nerfgrootte én richting |
Poreus - hout | o Bevat buisvormige cellen voor watertransport
o Poriën = natuurlijke openingen tussen vezels
o Porositeit verschilt per houtsoort (hardhout vs. zachthout)
o Poriën beïnvloeden gewicht, isolatie en opname van stoffen ![]() |
Hygroscopisch - hout | o Kan water adsorberen of desorberen onder invloed van Temperatuur (T) en Relatieve vochtigheid (RV) van de omringende atmosfeer
o Affiniteit ontstaat door hydroxylgroepen in de celwanden van hout ![]() |
Anisotroop - hout | o Celstructuur:
▪ Hout =langwerpige vezels
(cellulose en hemicellulose)
▪ Vormen basis v/d celwand
▪ Vezels lopen grotendeels parallel aan elkaar in de lengterichting van de boom
o Verbinding:
Lignine (houtstof) verbindt deze vezels
Doel = stabiliseren van de vezels in dwarsrichting
o Resultaat:
Hout = sterker in de lengterichting dan in de dwarsrichting
Gevolg:
Ongelijke dimensionele verandering door zwel en krimp onder invloed van T en RV |
Buigbaar - hout | o Hout is buigbaar onder invloed van warmte en vocht
o Lignine (geeft hout zijn stijfheid) wordt week door stoom
o Gevolg: houtvezels worden flexibeler
o Kunnen worden vervormd zonder te breken
o Na afkoeling en droging = permanent vervormde houtvezels → plastische vervorming |
Verschil in densiteit - hout | Elke houtsoort = uniek
Structuur wordt beïnvloed door:
1. Groei van de boom:
▪ Langzame groei (vaak loofhout) = een hogere dichtheid
• houtvezels zitten dichter op elkaar
▪ Snelle groei (vaak naaldhout) = meestal lagere dichtheid
2. Celwanddikte
3. Dichtheid van de vezels
|
Variatie in nerfgrootte én richting - hout | Afhankelijk van:
1. Diameter van de houtvaten:
▪ Hoe kleiner de houtvaten, hoe kleiner de nerf
2. Invloed van de houtsoort
▪ Houtsoorten hebben verschillende nerven, vb. fijn en recht, grof en spiraalvormig, etc.
3. Klimaat
1. Bepaald de groeiomstandigheden en variatie in richting |
Keuze lijm bij hout gebaseerd op | ▪ Mechanische vergrendeling
• Verankering v/d lijm in poriën of oneffenheden
▪ Sterkte adhesie en cohesie
▪ Water-gedragen?
▪ Viscositeit
▪ Reversibiliteit
▪ Omgevingsfactoren |
Collageenlijmen | ▪ Dierlijk (vb. huidenlijm, vislijm, steurlijm, beenderlijm…)= natuurlijk oorsprong
▪ Reversibel
▪ Natuurlijk biopolymeer
▪ Niet toxisch bij contact, orale inname, dampen…
▪ (snel) Biologisch afbreekbaar = ecologisch verantwoord
▪ Wel ideale voedingsbodem voor bacteriën en schimmels → snelle afbraak bij vocht |
Acrylaatlijmen | ▪ Synthetisch (vb. Paraloid B72, Plexigum PQ611…)
▪ Reversibel, sterke verbinding, weinig vergelend
▪ Cyanoacrylaat (Secondelijm) – snelle, sterke, maar vergelende verbinding, eerder voor tijdelijke fixatie |
PVAc lijm | ▪ Polyvinylacetaat-lijm (houtlijm)
▪ Semi-reversibel, thermoplastisch, weinig vochtbestendig |
Hoe creëer ik een goede hechting bij hout | ▪ Nauwe aansluiting breukvlak
▪ Vlak geschaafd en/of geschuurd
▪ Ontvetten met ethanol
▪ Oppervlak voorbevochtigen met water
▪ Verzadigd houtcellen waardoor adhesief niet onnodig diep penetreert
▪ Versterkt waterstofbruggen
▪ Breukoppervlak vergroten indien nodig
▪ Vb. Verbinding verstevigen met deuvels/nagels, liplasverbinding maken, etc. |




