Les 4 bufferoplossingen

Created by L

Mechanische reiniging
droge reiniging waarbij een mechanische kracht de hechting tussen vuil en object verbreekt

1/65

TermDefinition
Mechanische reiniging
droge reiniging waarbij een mechanische kracht de hechting tussen vuil en object verbreekt
Fysische reiniging
natte reiniging waarbij vuil oplost of verweekt zonder chemische verandering
Chemische reiniging
natte reiniging waarbij een chemische reactie de vervuiling verandert en verwijdert
Bufferoplossing
waterige oplossing van een zwak zuur en zijn geconjugeerde base die pH stabiel houdt
Geconjugeerd zuur/base
zuur‑basepaar dat ontstaat door afstaan of opnemen van een proton
Zelf-ionisatie van water
klein deel watermoleculen splitst in H⁺ en OH⁻ waardoor pH ontstaat
pH
maat voor de concentratie H⁺‑ionen in oplossing
Zuur milieu
omgeving met overschot aan H⁺‑ionen
Basisch milieu
omgeving met overschot aan OH⁻‑ionen
Bufferwerking
vermogen van een oplossing om pH‑schommelingen te neutraliseren
Waarom buffers in C/R
om pH constant te houden tijdens reiniging en schade te vermijden
pH‑stabiliteit
vermogen van een oplossing om bij toevoeging van zuur of base dezelfde pH te behouden
pKa
maat voor de sterkte van een zuur en bepalend voor het buffergebied
Effectief buffergebied
pH‑zone waarin een buffer optimaal werkt, ongeveer pKa ± 1
Buffer pH 5,5
oplossing op basis van azijnzuur en NaOH
Buffer pH 7
oplossing op basis van natriumbicarbonaat en HCl
Buffer pH 8,5
oplossing op basis van boorzuur en NaOH
Conductiviteit
maat voor het aantal ionen in oplossing, uitgedrukt in µS/cm of mS/cm
Isotone oplossing
oplossing met gelijke ionenconcentratie als het object, voorkomt osmose
Diffusie
verplaatsing van opgeloste stoffen van hoge naar lage concentratie
Osmose
verplaatsing van water door een semi‑permeabel membraan naar hogere concentratie
Osmotische druk
kracht die ontstaat door verschil in ionenconcentratie en schade kan veroorzaken
Chelator
organisch molecuul dat metaalionen bindt via meerdere reactieve ‘armen’
Complexvorming
binding van een chelator met een metaalion tot een oplosbaar complex
EDTA
sterke chelator met meerdere bindingsplaatsen, pH‑gevoelig
Citroenzuur
zwakke chelator die ook als buffer kan functioneren
Chelator‑buffer
combinatie van chelator en buffer om zowel pH‑stabiliteit als extra reinigingskracht te geven
pH‑gevoeligheid chelatoren
werking verandert met pH, daarom bufferen noodzakelijk
Hypertoon reinigingsmiddel
oplossing met meer ionen dan het oppervlak, trekt water uit het object
Hypotoon reinigingsmiddel
oplossing met minder ionen dan het oppervlak, veroorzaakt zwelling
Veilige conductiviteit voor olieverf
ongeveer 1.000–6.000 µS/cm om zwelling te vermijden
Veilige conductiviteit voor papier
ongeveer 5.000 µS/cm om vervorming te voorkomen
Viskeuze gel
gel die uitsmeerbaar is en water gecontroleerd afgeeft
Rigide gel
vaste gel die water langzaam vrijgeeft en vuil aantrekt via osmose en diffusie
Modellleerbare gel
gel die kneedbaar is en zich aanpast aan complexe oppervlakken
Carbopol
polyacrylzuur‑gel die verdikt na neutralisatie met een base
Pemulen
polyacrylaatgel die geactiveerd wordt door pH‑verhoging
Klucel
hydroxypropylcellulose‑gel, werkt als lijm én verdikker
Xanthaangom
thixotrope gel die vloeibaarder wordt bij beweging en weer stolt in rust
Gellan gum
rigide gel op basis van microbiële polysachariden, vormt harde of zachte gels
Agarose
rigide gel uit roodwieren, vormt poreuze matrix bij afkoeling
Agar
polysacharide uit zeewier, vergelijkbaar met agarose maar minder zuiver
Thixotropie
eigenschap waarbij viscositeit afneemt bij beweging en toeneemt in rust
Nanorestore gels
geavanceerde gels met gecontroleerde afgifte van water en solventen
Gelretentie
vermogen van een gel om water vast te houden en gecontroleerd af te geven
Kringvorming
donkere rand rond gel door migratie van opgeloste stoffen
Gelconcentratie
percentage gelmateriaal dat bepaalt hoe stevig of vloeibaar de gel is
Gellan LA
low‑acyl variant die harde, broze gels vormt
Gellan HA
high‑acyl variant die zachte, elastische gels vormt
Agarose 5%
standaardconcentratie voor rigide gels in C/R
Buffer‑verdunning
verdunnen met demiwater om conductiviteit te verlagen zonder pH te veranderen
Filmvormend materiaal
laag die kan zwellen of oplossen afhankelijk van pH van de oplossing
Veilige pH voor olieverf
ongeveer pH 6–8 om ionisatie te vermijden
Ionisatie
vorming van geladen deeltjes waardoor materiaal wateroplosbaar kan worden
Zachte reiniging
reiniging waarbij pH lager is dan die van het oppervlak, zonder ionisatie
Agressieve reiniging
reiniging waarbij pH hoger is dan die van het oppervlak, met risico op materiaalverlies
Semi‑permeabel membraan
laag die water doorlaat maar ionen tegenhoudt, relevant bij osmose
Buffer‑chelator pH 6
citroenzuur + NaOH
Buffer‑chelator pH 8,5
boorzuur + NaOH + chelator
Sterke chelator‑buffer
EDTA gecombineerd met bufferoplossing
Watergevoelige materialen
materialen die zwellen, oplossen of vervormen bij contact met water
Gel‑object interactie
uitwisseling van water en vuil tussen gel en oppervlak
Capillaire krachten
zuigkracht in poriën van gel die vuil aantrekt
Diffusie in gel
verplaatsing van opgeloste vervuiling naar de gelmatrix
Osmose in gel
waterverplaatsing tussen gel en oppervlak door concentratieverschillen