Les 4 bufferoplossingen
Created by L
Mechanische reiniging
droge reiniging waarbij een mechanische kracht de hechting tussen vuil en object verbreekt
| Term | Definition |
|---|---|
Mechanische reiniging | droge reiniging waarbij een mechanische kracht de hechting tussen vuil en object verbreekt |
Fysische reiniging | natte reiniging waarbij vuil oplost of verweekt zonder chemische verandering |
Chemische reiniging | natte reiniging waarbij een chemische reactie de vervuiling verandert en verwijdert |
Bufferoplossing | waterige oplossing van een zwak zuur en zijn geconjugeerde base die pH stabiel houdt |
Geconjugeerd zuur/base | zuur‑basepaar dat ontstaat door afstaan of opnemen van een proton |
Zelf-ionisatie van water | klein deel watermoleculen splitst in H⁺ en OH⁻ waardoor pH ontstaat |
pH | maat voor de concentratie H⁺‑ionen in oplossing |
Zuur milieu | omgeving met overschot aan H⁺‑ionen |
Basisch milieu | omgeving met overschot aan OH⁻‑ionen |
Bufferwerking | vermogen van een oplossing om pH‑schommelingen te neutraliseren |
Waarom buffers in C/R | om pH constant te houden tijdens reiniging en schade te vermijden |
pH‑stabiliteit | vermogen van een oplossing om bij toevoeging van zuur of base dezelfde pH te behouden |
pKa | maat voor de sterkte van een zuur en bepalend voor het buffergebied |
Effectief buffergebied | pH‑zone waarin een buffer optimaal werkt, ongeveer pKa ± 1 |
Buffer pH 5,5 | oplossing op basis van azijnzuur en NaOH |
Buffer pH 7 | oplossing op basis van natriumbicarbonaat en HCl |
Buffer pH 8,5 | oplossing op basis van boorzuur en NaOH |
Conductiviteit | maat voor het aantal ionen in oplossing, uitgedrukt in µS/cm of mS/cm |
Isotone oplossing | oplossing met gelijke ionenconcentratie als het object, voorkomt osmose |
Diffusie | verplaatsing van opgeloste stoffen van hoge naar lage concentratie |
Osmose | verplaatsing van water door een semi‑permeabel membraan naar hogere concentratie |
Osmotische druk | kracht die ontstaat door verschil in ionenconcentratie en schade kan veroorzaken |
Chelator | organisch molecuul dat metaalionen bindt via meerdere reactieve ‘armen’ |
Complexvorming | binding van een chelator met een metaalion tot een oplosbaar complex |
EDTA | sterke chelator met meerdere bindingsplaatsen, pH‑gevoelig |
Citroenzuur | zwakke chelator die ook als buffer kan functioneren |
Chelator‑buffer | combinatie van chelator en buffer om zowel pH‑stabiliteit als extra reinigingskracht te geven |
pH‑gevoeligheid chelatoren | werking verandert met pH, daarom bufferen noodzakelijk |
Hypertoon reinigingsmiddel | oplossing met meer ionen dan het oppervlak, trekt water uit het object |
Hypotoon reinigingsmiddel | oplossing met minder ionen dan het oppervlak, veroorzaakt zwelling |
Veilige conductiviteit voor olieverf | ongeveer 1.000–6.000 µS/cm om zwelling te vermijden |
Veilige conductiviteit voor papier | ongeveer 5.000 µS/cm om vervorming te voorkomen |
Viskeuze gel | gel die uitsmeerbaar is en water gecontroleerd afgeeft |
Rigide gel | vaste gel die water langzaam vrijgeeft en vuil aantrekt via osmose en diffusie |
Modellleerbare gel | gel die kneedbaar is en zich aanpast aan complexe oppervlakken |
Carbopol | polyacrylzuur‑gel die verdikt na neutralisatie met een base |
Pemulen | polyacrylaatgel die geactiveerd wordt door pH‑verhoging |
Klucel | hydroxypropylcellulose‑gel, werkt als lijm én verdikker |
Xanthaangom | thixotrope gel die vloeibaarder wordt bij beweging en weer stolt in rust |
Gellan gum | rigide gel op basis van microbiële polysachariden, vormt harde of zachte gels |
Agarose | rigide gel uit roodwieren, vormt poreuze matrix bij afkoeling |
Agar | polysacharide uit zeewier, vergelijkbaar met agarose maar minder zuiver |
Thixotropie | eigenschap waarbij viscositeit afneemt bij beweging en toeneemt in rust |
Nanorestore gels | geavanceerde gels met gecontroleerde afgifte van water en solventen |
Gelretentie | vermogen van een gel om water vast te houden en gecontroleerd af te geven |
Kringvorming | donkere rand rond gel door migratie van opgeloste stoffen |
Gelconcentratie | percentage gelmateriaal dat bepaalt hoe stevig of vloeibaar de gel is |
Gellan LA | low‑acyl variant die harde, broze gels vormt |
Gellan HA | high‑acyl variant die zachte, elastische gels vormt |
Agarose 5% | standaardconcentratie voor rigide gels in C/R |
Buffer‑verdunning | verdunnen met demiwater om conductiviteit te verlagen zonder pH te veranderen |
Filmvormend materiaal | laag die kan zwellen of oplossen afhankelijk van pH van de oplossing |
Veilige pH voor olieverf | ongeveer pH 6–8 om ionisatie te vermijden |
Ionisatie | vorming van geladen deeltjes waardoor materiaal wateroplosbaar kan worden |
Zachte reiniging | reiniging waarbij pH lager is dan die van het oppervlak, zonder ionisatie |
Agressieve reiniging | reiniging waarbij pH hoger is dan die van het oppervlak, met risico op materiaalverlies |
Semi‑permeabel membraan | laag die water doorlaat maar ionen tegenhoudt, relevant bij osmose |
Buffer‑chelator pH 6 | citroenzuur + NaOH |
Buffer‑chelator pH 8,5 | boorzuur + NaOH + chelator |
Sterke chelator‑buffer | EDTA gecombineerd met bufferoplossing |
Watergevoelige materialen | materialen die zwellen, oplossen of vervormen bij contact met water |
Gel‑object interactie | uitwisseling van water en vuil tussen gel en oppervlak |
Capillaire krachten | zuigkracht in poriën van gel die vuil aantrekt |
Diffusie in gel | verplaatsing van opgeloste vervuiling naar de gelmatrix |
Osmose in gel | waterverplaatsing tussen gel en oppervlak door concentratieverschillen |