Hannah Arendt - De Politiek van de (mensen)rechten.
Waar wortelt de legitimiteit van de macht zich in in liberale democratieën? (2 antwoorden.)
1: respect voor mensenrechten. 2: democratische zelfbeschikking.
| Term | Definition |
|---|---|
Hannah Arendt - De Politiek van de (mensen)rechten.
Waar wortelt de legitimiteit van de macht zich in in liberale democratieën? (2 antwoorden.) | 1: respect voor mensenrechten. 2: democratische zelfbeschikking. |
Wat is een recht, volgens Hannah Arendt? | Een recht geeft iemand toestemming/vrijheid/toegang (autorisatie) om iets te doen. (Denk aan reproductieve rechten.)
Recht geeft vorm aan iemands relatie tot de wereld en anderen. Je moet iemands *recht* op vrijheid van meningsuiting respecteren, dat is jouw *plicht*. |
Mensenrechten (Hannah Arendt) -> men zelf was de bron, maar ook het ultieme doel. (291.)
"Since the Rights of Man were *proclaimed to be*..
1 -> inalienable; 2 -> irreducible to other rights/laws; 3 -> undeducible from other rights/laws.." (+ 4: mens als bron.)
Leg de drie begrippen uit dit citaat, en het vierde begrip erna uit. | 1: onvervreemdbaar: rechten die wij hebben simpelweg omdat wij mens zijn. Deze rechten kunnen ons niet ontnomen worden.
2: onherleidbaar: deze rechten komen niet voort uit het positieve recht (bv. staatsrecht).
3: mens als ultieme doel: rechten behoren het menselijke te bevrijden en te beschermen. Zelfs indien "alleen een enkel mens zou bestaan op aarde."
4: mens als bron: vloeien niet voort uit goddelijke orde, maar uit menselijke wil en handelen. De eerste drie aspecten -> *voor ons*. Het laatste, 4e, aspect: *van ons*. ![]() |
Wie is de 'mens' van de *mensen*rechten? | Wat theoretisch wordt toegeschreven, aan de 'mens' in de mensenrechten, is:
een abstract mens, met generische menselijke capaciteiten, zoals rede en taligheid.
Maar, in de praktijk, is het toch vaak anders:
een witte, bezittende man.
De mensenrechten worden ontzegd aan zij die 'niet helemaal mens zijn'. |
Waar ligt de politieke oorsprong van de mensenrechten (H.A.)? | De moderne revoluties in de soevereine natiestaat. Mensenrechten raken zo vervlochten met nationaal burgerschap, waardoor de rechten van de mens eigenlijk de rechten van de burger zijn.
Je moet zo dus burger zijn om mensenrechten te hebben, en je kan je mensenrechten ontzegd krijgen als je je burgerschap ontzegt krijgt. |
De twee kwaliteiten van een grondeloos recht (H.A.), zijn: | 1: weigert om rechten te gronden in een menselijke natuur.
2: geeft aanzet tot een politiek praktisch perspectief op rechten. |
Jürgen Habermas - Wat is de liberale democratie?
Hoe wordt de vorm van democratie die hij bespreekt in zijn tekst genoemd? En wat zijn hier de meest besproken eigenschappen van? | Deliberatieve democratie.
Legitimiteit; democratische wilsvorming; publieke sfeer; de essentie en beperktheid van de politieke publieke sfeer; massamedia; de soeverein; het stroomdiagram van de beperkte bijdrage van de politieke publieke sfeer; agonale karakter van de publieke sfeer; anarchistisch karakter van de publieke sfeer. |
Habermas’ deliberatieve model steunt op drie kernprincipes. Welke kernprincipes zijn dit? | 1. Inclusie
Deliberatieve democratie vereist inclusie. Democratische beslissingen zijn legitiem als alle betrokkenen voor wie de mogelijke besluiten consequenties hebben, als gelijkwaardige deelnemers aan het politieke besluitvormingsproces kunnen deelnemen. (21.)
(Dus: belastingwetten gaan over alle burgers, dus alle burgers moeten daarbij betrokken zijn. Reproductieve rechten, abortusrecht, gaat over het vrouwelijk lichaam, dus vrouwen moeten daarbij betrokken zijn.)
2. Gelijkheid
(Afbeelding.)
3. Redelijkheid
Deliberatieve democratie vereist een redelijke houding; je moet open staan om argumenten te geven en ontvangen voor/tegen jouw standpunt. Wees bereid naar overeenstemming toe te werken. ![]() |
Volgens Habermas, kan legitimiteit onder de volgende voorwaarden gegenereerd worden door democratische wilsvorming: | a) "alle betrokkenen voor wie de besluiten mogelijk consequenties hebben, als gelijkwaardige deelnemers aan het politieke besluitvormingsproces [moeten] kunnen deelnemen." (21.)
b) deliberatie -> discursief karakter & kracht van de redenen. -> proces van meningsvorming. |
Wat is de publieke sfeer? | De burgerlijke openbare sfeer, waar burgers samen kunnen komen met anderen uit de samenleving op een niet besloten en een toegankelijke manier. Zo kunnen ze met elkaar en met de mensen die hun representeren spreken.
-> denk aan: evenementenplein, café. |
Waarom is de bijdrage van de publieke sfeer beperkt en essentieel? | De bijdrage is beperkt omdat er geen collectief bindende besluiten worden genomen. De bijdrage is essentieel omdat het de enige plaats is van fundamenteel inclusief politieke menings- en wilsvormingproces waaraan alle burgers gezamenlijk kunnen deelnemen. |
Welke rol speelt het systeem van de massamedia in de publieke sfeer? | "De massamediaal gestuurde meningsvorming roept.. ..veelheid publieke meningen op.." (22-23.) Deze meningen (die gevormd/aangescherpt worden op basis van thematische/informatieve bijdragen) concurreren met elkaar voor wat betreft de keuze en weging van relevante onderwijs, juiste politieke doelstellingen, en de beste probleemoplossingsstrategieën.
De rol van de massamedia komt steeds meer onder druk te staan -> GenAI; BigTech; Winstbejaging mediabedrijven. |
Hoe hangt de impact van de soeverein haar impact op de beslissingen van het politieke systeem als geheel, af van de massamedia? | Het hangt af van de kwaliteit van de bijdrage die de massamedia aan deze meningsvorming levert.
(Afbeelding.)
"..omdat in de publieke sfeer de parlementaire verkiezingen slechts worden voorbereid." (23-24.) ![]() |
Wat is de context van het stroomdiagram? | In de publieke sfeer: de deliberatie is gescheiden van het telkens individueel genomen besluit, omdat in de publieke sfeer de parlementaire verkiezingen slechts worden *voorbereid*. Het zijn de gekozen leden die daarna volgens democratische procedures met elkaar kunnen beraadslagen en besluiten.
Om de beperkte bijdrage van de politieke publieke sfeer te kunnen begrijpen, is het stroomdiagram er. Het legt het organisatorische en geheel van het politieke systeem uit. |
Hoe zit het stroomdiagram in elkaar? | Na de verkiezingen:
De democratische stroom van burgerlijke opinie en wilsvorming is opgesplitst:
A) partijpolitiek
B) wetgeving
C) rechterlijke macht
D) bestuur
E) regering
Deze kanalen staan tegelijk bloot aan lobbywerk vanuit functionele systemen. Dit mondt uit in:
- besluiten die binnen het kader van de wet..
- ..gevormd worden uit compromissen tussen..
-> 1. functionele vereisten
-> 2. maatschappelijke belangen
-> 3. voorkeuren van kiezers
De legitieme politieke resultaten worden (politiek) geëvalueerd en bekritiseerd,
En na afloop van het verkiezingstermijn, worden nieuwe kiezersvoorwaarden verwerkt. |
Agonaal karakter | Situatie waarin verstandige deelnemers overtuigd zijn van de waarheid/juistheid van hun beredeneerde opvattingen..
..wakkert politieke geschillen alleen maar aan, en geeft ze..
..een *agonaal karakter* (strijdend). |
Anarchistisch karakter | De "kracht van het nee" vereist:
- voorafgaande politieke integratie van alle deelnemers;
- in de vorm van consensus over de bedoeling van de grondwet.
Deze consensus is: de wil van burgers om alleen wetten te volgen die ze zichzelf hebben opgelegd.
Het resultaat: overheidsoptreden moeten herkenbaar verband hebben met inbreng kiezers -> burgers rationele kracht van menings-/wilsvorming bevestigd kunnen zien. |


