Terms
Term
Wie zijn de grondleggers van de Stoa?
Definition
Zeno van Citum (344-262 v.C.) en Chrysippus (279-206 v.C.). Chrysippus is ook de grondlegger van de propositie-logica.
Term
Wie zijn bekendere latere stoïcijnen?
Definition
Seneca (4 v.C. – 65 n.C.) Epictetus (55-135 n.C.) Marcus Aurelius (121-180), Romeinse keizer van 161-180
Term
Kenleer - hoe onstaat kennis volgens Zeno?
Definition
1) Phantasia (‘voorstelling’) “open hand” 2) Synkatathesis (‘instemming’) “gekromde vingers” 3) Katalêpsis (‘begrip’) “vuist” 4) Epistêmê (‘kennis’) “vuist omsloten door andere hand” Bij één hoort wat van buiten bij ons binnenkomt, puur onveranderd. Bij twee hoort dat sommige dingen die binnenkomen onze aandacht trekken, en wij ons openstellen bepaalde informatie tot ons te nemen. Bij drie hoort dat je de informatie grijpt, je hebt de informatie vast en je laat het niet los. Bij vier hoort dat het pas kennis wodt als het aansluit bij alles wat we al weten van de wereld. Intellectuele inkapseling van datgene wat tot dan toe alleen maar acceptatie van een enkel feit was.
Practice Tests